STAAT EN DEMOCRATIE DEEL 1
1. Oorlog en religie waren katalysatoren voor de opkomst van de
moderne staat maar zonder een aantal andere hefbomen was die
staat er in haar huidige vorm wellicht nooit gekomen. Leg uit en
geef een voorbeeld van een dergelijke hefboom.
- Om de staat verder te laten ontwikkelen waren een aantal hefbomen nodig die
cruciaal zijn voor het staatsbegrip: de locus van hoogste autoriteit, de
voorwaardelijke overdracht van de macht en mits bescherming (ook Amerikaanse
revolutie en Franse revolutie).
o Amerikaanse: principes zoals separation of powers, checks and balances en
bill of rights
o Franse: gelijke rechten en volonté générale
2. In de postkoloniale periode wordt de staat een belangrijk westers
exportproduct. Waarom kun je zeggen dat dit product niet overal
even sterk afgenomen en/of gesmaakt wordt?
- De staat kreeg telkens een andere invulling. De staten die ontstaan hebben
minder liberale of egalitaire aspiraties. De economische exploitatie en de
autocratie komen nu bij een binnenlandse elite. Het gevolg is een dwingende
maar uiteindelijk zwakke staat. De staatvorm is dus niet gelijk aan de
staatsinhoud.
3. Vandaag bestaat er een debat over de toekomst van de staat. Voor
sommige staat die sterk als altijd of sterker dan ooit. Voor
anderen is de staat op weg naar de uitgang. Geef voor elke van die
standpunten argumenten. Waarom kunnen we (al dan niet)
besluiten dat ook in de hedendaagse wereld de staat de default
van bestuurlijke organisatie is?
- Sterk als altijd: De staat behoudt haar kernkenmerken en zal dit blijven doen
(geweldsmonopolie, autoriteit, …)
- Sterker dan ooit: burgers dichter monitoren, dringt verder door in de privésfeer en
beperkt ze de vrijheid (surveillance state).
- Op weg naar uitgang: Door globalisering toenemende interdependentie,
toenemend belang van akkoorden langs verdragen over vrijhandelsblokken tot
intergouvermentele organisaties dan wel supranationale instellingen. Ook zijn er
vergaande uitdagingen voor specifieke staten (fragiel tot falend)
1
, STAAT EN DEMOCRATIE DEEL 2
1. Er zijn verschillende dimensies waarop we hedendaagse
democratieën met elkaar kunnen vergelijken. Geef daar twee
voorbeelden van en leg ze uit.
- We kunnen een onderscheid maken tussen directe en representatieve
democratieën. Ook een onderscheid tussen liberale en illiberale democratieën.
2. Pérez-Liñán omschrijft hedendaagse democratieën als mass liberal
republics. Waarom kunnen we dat conceptueel meer accuraat
noemen?
- De mass slaat op de schaalexpansie van de democratie door het insluiten van
steeds meer burgers (uitbreiding stemrecht). Liberal dan weer op de rechten en
vrijheden die gecodificeerd en beschermd worden en dus ook afdwingbaar zijn.
Republic op het feit dat de belangrijkste beslissingen gedelegeerd worden naar
verkozenen die verantwoording afleggen ten aanzien van de kiezer.
3. In het vergelijken van liberale democratieën kunnen we de balans
opmaken tussen de liberale en de democratische component van
het stelsel. Dat leidt dan vaak tot verschillende invullingen
daarvan. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn
telkens exemplarisch. Leg uit.
- Het Amerikaanse politieke systeem legt de nadruk op de liberale component. In de
historische ontwikkeling ervan kwam al snel het principe opzetten van bestuur
door het volk (government by the people). Het idee van volkssoevereiniteit
vertaald in een sterk vertegenwoordigende democratie. Tegelijk speelde ook
bestuur voor het volk (government for the people). Men bouwde hiervoor
institutioneel als individueel garantes in die het overheidsoptreden aan banden
leggen zoals de separation of powers, checks and balances en bill of rights.
- Het Verenigd Koninkrijk legt meer nadruk op de democratische component. Ze
gaan uit van het principe van parliamentary sovereignty. De hoogste autoriteit ligt
bij de House of Commons. In de praktijk wordt de parlementaire soevereiniteit
uitgeleend aan de partij aan de macht. Dit is het fundament van democratic party
government.
4. In het vergelijken van liberale democratieën wordt het
majoritarian patroon vaak tegenover een consensus variant
geplaatst. Pas dit toe op één van de gevalstudies (in welke of
gegeven dimensies en/of aspecten zie je dit terugkomen, met
welke gevolgen).
- Nederland is een voorbeeld van een consensusdemocratie. De dimensies waarin
we dit zien zijn de coalitieregeringen, proportionele lijsten, …
- Het VK is een voorbeeld van een majoritarian democratie. De dimensies zijn de
meerderheidsstelsel, tweepartijenstelsel, …
5. Democratisering kan bekeken worden als het gevolg van de
modernisering dan wel als de uitkomst van een configuratie van
factoren. Leg uit.
2
1. Oorlog en religie waren katalysatoren voor de opkomst van de
moderne staat maar zonder een aantal andere hefbomen was die
staat er in haar huidige vorm wellicht nooit gekomen. Leg uit en
geef een voorbeeld van een dergelijke hefboom.
- Om de staat verder te laten ontwikkelen waren een aantal hefbomen nodig die
cruciaal zijn voor het staatsbegrip: de locus van hoogste autoriteit, de
voorwaardelijke overdracht van de macht en mits bescherming (ook Amerikaanse
revolutie en Franse revolutie).
o Amerikaanse: principes zoals separation of powers, checks and balances en
bill of rights
o Franse: gelijke rechten en volonté générale
2. In de postkoloniale periode wordt de staat een belangrijk westers
exportproduct. Waarom kun je zeggen dat dit product niet overal
even sterk afgenomen en/of gesmaakt wordt?
- De staat kreeg telkens een andere invulling. De staten die ontstaan hebben
minder liberale of egalitaire aspiraties. De economische exploitatie en de
autocratie komen nu bij een binnenlandse elite. Het gevolg is een dwingende
maar uiteindelijk zwakke staat. De staatvorm is dus niet gelijk aan de
staatsinhoud.
3. Vandaag bestaat er een debat over de toekomst van de staat. Voor
sommige staat die sterk als altijd of sterker dan ooit. Voor
anderen is de staat op weg naar de uitgang. Geef voor elke van die
standpunten argumenten. Waarom kunnen we (al dan niet)
besluiten dat ook in de hedendaagse wereld de staat de default
van bestuurlijke organisatie is?
- Sterk als altijd: De staat behoudt haar kernkenmerken en zal dit blijven doen
(geweldsmonopolie, autoriteit, …)
- Sterker dan ooit: burgers dichter monitoren, dringt verder door in de privésfeer en
beperkt ze de vrijheid (surveillance state).
- Op weg naar uitgang: Door globalisering toenemende interdependentie,
toenemend belang van akkoorden langs verdragen over vrijhandelsblokken tot
intergouvermentele organisaties dan wel supranationale instellingen. Ook zijn er
vergaande uitdagingen voor specifieke staten (fragiel tot falend)
1
, STAAT EN DEMOCRATIE DEEL 2
1. Er zijn verschillende dimensies waarop we hedendaagse
democratieën met elkaar kunnen vergelijken. Geef daar twee
voorbeelden van en leg ze uit.
- We kunnen een onderscheid maken tussen directe en representatieve
democratieën. Ook een onderscheid tussen liberale en illiberale democratieën.
2. Pérez-Liñán omschrijft hedendaagse democratieën als mass liberal
republics. Waarom kunnen we dat conceptueel meer accuraat
noemen?
- De mass slaat op de schaalexpansie van de democratie door het insluiten van
steeds meer burgers (uitbreiding stemrecht). Liberal dan weer op de rechten en
vrijheden die gecodificeerd en beschermd worden en dus ook afdwingbaar zijn.
Republic op het feit dat de belangrijkste beslissingen gedelegeerd worden naar
verkozenen die verantwoording afleggen ten aanzien van de kiezer.
3. In het vergelijken van liberale democratieën kunnen we de balans
opmaken tussen de liberale en de democratische component van
het stelsel. Dat leidt dan vaak tot verschillende invullingen
daarvan. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn
telkens exemplarisch. Leg uit.
- Het Amerikaanse politieke systeem legt de nadruk op de liberale component. In de
historische ontwikkeling ervan kwam al snel het principe opzetten van bestuur
door het volk (government by the people). Het idee van volkssoevereiniteit
vertaald in een sterk vertegenwoordigende democratie. Tegelijk speelde ook
bestuur voor het volk (government for the people). Men bouwde hiervoor
institutioneel als individueel garantes in die het overheidsoptreden aan banden
leggen zoals de separation of powers, checks and balances en bill of rights.
- Het Verenigd Koninkrijk legt meer nadruk op de democratische component. Ze
gaan uit van het principe van parliamentary sovereignty. De hoogste autoriteit ligt
bij de House of Commons. In de praktijk wordt de parlementaire soevereiniteit
uitgeleend aan de partij aan de macht. Dit is het fundament van democratic party
government.
4. In het vergelijken van liberale democratieën wordt het
majoritarian patroon vaak tegenover een consensus variant
geplaatst. Pas dit toe op één van de gevalstudies (in welke of
gegeven dimensies en/of aspecten zie je dit terugkomen, met
welke gevolgen).
- Nederland is een voorbeeld van een consensusdemocratie. De dimensies waarin
we dit zien zijn de coalitieregeringen, proportionele lijsten, …
- Het VK is een voorbeeld van een majoritarian democratie. De dimensies zijn de
meerderheidsstelsel, tweepartijenstelsel, …
5. Democratisering kan bekeken worden als het gevolg van de
modernisering dan wel als de uitkomst van een configuratie van
factoren. Leg uit.
2