NEUROKINESITHERAPIE 1: WIM SEAYS
1 Een unieke benadering
1.1 Wat is de neurologische patiënt
- Neurologische patiënt: individu die lijdt aan aandoening dat het zenuwstelsel aantast, met
name de hersenen, het ruggenmerg of de perifere zenuwen
- Het centrale zenuwstelsel staat in voor elke beweging, gevoel en mentale functie. Geheugen,
spraak, persoonlijkheid,… alles wordt bepaald en gestuurd door het centrale zenuwstelsel
o Omvat hersenen + ruggenmerg
o Verantwoordelijk voor verwerking van info en aansturing van lichaam
- Het perifere zenuwstelsel vormt de verbinding tussen het centrale zenuwstelsel en de
effectoren zoals huid, spieren, organen
o Alle zenuwen buiten het CZS → craniale zenuwen, spinale zenuwen, perifere
zenuwen
- Afferente – efferente informatiestroom
INPUT - VERWERKING – OUTPUT
1.2 Uitdagingen voor de patiënt
- Motorische stoornissen
o Slappe verlamming, tremor, coördinatie, incontinentie
- Sensorische stoornissen
o Gevoelsstoornissen (hyper-, hypo esthesie), sensorische ataxie, pijn
- Cognitieve stoornissen
o Vermoeidheid, depressie, aandachtsproblemen, herkennen van gezichten,…
- Spraakstoornissen
o Afasie, woordvindingsproblemen, begripstoornissen
- Emotionele stoornissen
o Rouw, verdriet, ongecontroleerde emoties,…
1.3 Neurologische revalidatie
→ zie pp slide 11-13 + cursus
= gericht op herstellen van beweging, cognitie en functionaliteit na beschadiging van hersenen, het
ruggenmerg of perifere zenuwen
- Richt zich vooral op de processen van neuroplasticiteit
o Restitutie versus adaptatie/compensatie
▪ Restitutie: nieuwe verbindingen vormen na letsel
1
, ▪ Adaptatie: leren omgaan met beperkingen die er zijn
- Binnen de meeste neurologische aandoeningen is er meestal geen volledig herstel (restitutie)
mogelijk → focus op functie/ functionaliteit
- Neurorevalidatie betekent een systemische holistische visie
1.3.1 Musculoskeletale versus neurologische revalidatie
Neurologische revalidatie (systeemgericht herstel):
- Reorganisatie van ZS + herstellen functies die verloren zijn gegaan door beschadiging van
centrale of perifere ZS
- Minder gericht op lokaal weefselherstel, meer opnieuw leren van vaardigheden en hertrainen
beschadigde neurologische paden
o Functioneel herstel: het doel is niet alleen pijnverlichting of spierkracht, maar het
herwinnen van essentiële dagelijkse vaardigheden zoals lopen, praten, of het
begrijpen van voorwerpen
o Neuroplasticiteit: revalidatietherapieën zijn ontworpen om de hersenen en het
ruggenmerg te stimuleren tot het vormen van nieuwe verbindingen en alternatieve
paden voor de controle van bewegingen en cognitieve functies
o Compensaties en adaptatie: patiënten moeten vaak nieuwe strategieën aanleren om
dezelfde taken uit te voeren, aangezien volledige genezing van neurologisch weefsel
zelden plaatsvindt
Musculoskeletale revalidatie (structuurgericht herstel)
- Gericht op aandoeningen die spieren, gewrichten, ligamenten en botten beïnvloeden
- Ontstaan door acute trauma’s (bv. verstuiking, breuk), degeneratieve veranderingen (artrose)
of chronische overbelasting (tendinitis)
- Vermindering van ontsteking en zwelling
- Herstel van de beschadigde structuur (zoals spieren, pezen of gewrichten)
- Heropbouw van kracht en mobiliteit door oefentherapie
- Voorkomen van toekomstige letsels
Doel: patiënt terugbrengen naar oorspronkelijk niveau van functioneren door herstelprocessen van
lichaam te ondersteunen
1.4 Holistische visie binnen de neurologische revalidatie
- Transdisciplinair team
o Vereist team zorgverleners met verschillende specialisaties
o Unieke behoeften van patiënt aanpakken
- Individueel afgestemde therapieën
o Gepersonaliseerd worden obv specifieke behoeften, doelen en uitdagingen
o Cognitieve training, emotionele ondersteuning en sociale re-integratie
- Betrokkenheid (in) formele zorgverstrekker
2
,1.4.1 Holistische beoordeling van de patiënt
Assessment neurokinesitherapie 1
- Anamnese
- Evaluatie van motorische functies
- Beoordeling van sensorische vaardigheden
- Cognitieve tests (bijvoorbeeld geheugen en aandacht)
- Psychosociale evaluatie (bijvoorbeeld stemming en gedrag)
2 Het international classification of functioning, disability , and healt (ICF)-
model
2.1 Kerncomponenten ICF
- Lichaamsfuncties en structuren: dit betreft alle fysiologische en anatomische aspecten van
het lichaam zoals spierspanning, gewrichtsmobiliteit en neurofysiologische functies
- Activiteiten: de mogelijkheden van de patiënt om specifieke taken uit te voeren, zoals lopen,
eten of communiceren
- Participatie: de rol van de patiënt in de maatschappij. Neurologische aandoeningen kunnen
de deelname aan werk, sociale activiteiten en gezinsleven enorm beïnvloeden op lange
termijn
2.1.1 Het bio psychosociale perspectief
Invloed van persoonlijke en omgevingsfactoren:
- Persoonlijke factoren: zijn factoren binnen het individu die de revalidatie positief of negatief
kunnen beïnvloeden zoals motivatie en acceptatie
o Leeftijd, geslacht, motivatie, coping stijlen, opvoeding en levenservaringen
- Omgevingsfactoren: zijn factoren buiten individu die de revalidatie positief of negatief
kunnen beïnvloeden zoals de steun van familie, aanpassingen aan de woning
o Externe elementen zoals fysieke, sociale en culturele aspecten
o Beschikbaarheid hulpmiddelen, sociale ondersteuning en attitudes binnen de
gemeenschap
3
, 2.1.2 Het ICF in de praktijk
Het ICF is een leidraad om de verschillende delen van het klinisch redeneren te structureren
- Doelstellingen formuleren
o Vaststellen specifieke, meetbare doelen binnen elk domein, aangepast aan unieke
behoeften van patiënt
- Functionele beperkingen evalueren
o Mobiliteitsproblemen bv. effectief in kaart brengen
- Interventies plannen en monitoren
o Functioneren van patiënt over tijd volgen, behandelingen aanpassen en voortgang
goed evalueren
2.1.3 Het ICF en meetinstrument
In de praktijk bestaan er meetinstrumenten op elk niveau van het ICF. Het is dus belangrijk om via het
klinische neurologisch onderzoek alle domeinen in kaart te brengen.
- Motricity index: hiermee kan de mate van hemiplegie van zowel de armen als de benen
gemeten worden. Gekeken wordt naar de mogelijkheid om willekeurig te bewegen dan wel
naar de maximale isometrische kracht van arm en been. Deze test bevindt zich op het niveau
van de beperking in lichaamsfunctie van het ICF
- Barthel index: dit richt zich op onafhankelijkheid binnen ADL en past binnen activiteitsdomein
van ICF-model
- Functional Independence Measure (FIM): Dit biedt inzicht in de functionele onafhankelijkheid
van de patiënt en de ondersteuningsbehoefte
- SF-36 Health Survey: Een generiek meetinstrument dat de algehele gezondheidstoestand
meet en kan helpen bij het beoordelen van participatieniveaus
Participatieniveau het moeilijkste in kaart te brengen
2.1.4 Het ICF en interdisciplinair samenwerken
Gemeenschappelijke taal voor verschillende disciplines binnen de gezondheidszorg, zoals
kinesitherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten en artsen.
Door het ICF-model als leidraad te gebruiken, kunnen teamleden gezamenlijk een holistisch
behandelplan ontwikkelen en de effecten van hun interventies beter op elkaar afstemmen.
2.1.5 Het ICF: een voorbeeld
De patiënt is een 45-jarige man die recent een beroerte heeft doorgemaakt, met als gevolg
spasticiteit spraakstoornissen, gangproblemen en verminderde motoriek in het bovenste lidmaat. Hij
heeft ook gevoelsstoornissen, evenwichtsproblemen en een verhoogd valrisico. Voor zijn beroerte
4
1 Een unieke benadering
1.1 Wat is de neurologische patiënt
- Neurologische patiënt: individu die lijdt aan aandoening dat het zenuwstelsel aantast, met
name de hersenen, het ruggenmerg of de perifere zenuwen
- Het centrale zenuwstelsel staat in voor elke beweging, gevoel en mentale functie. Geheugen,
spraak, persoonlijkheid,… alles wordt bepaald en gestuurd door het centrale zenuwstelsel
o Omvat hersenen + ruggenmerg
o Verantwoordelijk voor verwerking van info en aansturing van lichaam
- Het perifere zenuwstelsel vormt de verbinding tussen het centrale zenuwstelsel en de
effectoren zoals huid, spieren, organen
o Alle zenuwen buiten het CZS → craniale zenuwen, spinale zenuwen, perifere
zenuwen
- Afferente – efferente informatiestroom
INPUT - VERWERKING – OUTPUT
1.2 Uitdagingen voor de patiënt
- Motorische stoornissen
o Slappe verlamming, tremor, coördinatie, incontinentie
- Sensorische stoornissen
o Gevoelsstoornissen (hyper-, hypo esthesie), sensorische ataxie, pijn
- Cognitieve stoornissen
o Vermoeidheid, depressie, aandachtsproblemen, herkennen van gezichten,…
- Spraakstoornissen
o Afasie, woordvindingsproblemen, begripstoornissen
- Emotionele stoornissen
o Rouw, verdriet, ongecontroleerde emoties,…
1.3 Neurologische revalidatie
→ zie pp slide 11-13 + cursus
= gericht op herstellen van beweging, cognitie en functionaliteit na beschadiging van hersenen, het
ruggenmerg of perifere zenuwen
- Richt zich vooral op de processen van neuroplasticiteit
o Restitutie versus adaptatie/compensatie
▪ Restitutie: nieuwe verbindingen vormen na letsel
1
, ▪ Adaptatie: leren omgaan met beperkingen die er zijn
- Binnen de meeste neurologische aandoeningen is er meestal geen volledig herstel (restitutie)
mogelijk → focus op functie/ functionaliteit
- Neurorevalidatie betekent een systemische holistische visie
1.3.1 Musculoskeletale versus neurologische revalidatie
Neurologische revalidatie (systeemgericht herstel):
- Reorganisatie van ZS + herstellen functies die verloren zijn gegaan door beschadiging van
centrale of perifere ZS
- Minder gericht op lokaal weefselherstel, meer opnieuw leren van vaardigheden en hertrainen
beschadigde neurologische paden
o Functioneel herstel: het doel is niet alleen pijnverlichting of spierkracht, maar het
herwinnen van essentiële dagelijkse vaardigheden zoals lopen, praten, of het
begrijpen van voorwerpen
o Neuroplasticiteit: revalidatietherapieën zijn ontworpen om de hersenen en het
ruggenmerg te stimuleren tot het vormen van nieuwe verbindingen en alternatieve
paden voor de controle van bewegingen en cognitieve functies
o Compensaties en adaptatie: patiënten moeten vaak nieuwe strategieën aanleren om
dezelfde taken uit te voeren, aangezien volledige genezing van neurologisch weefsel
zelden plaatsvindt
Musculoskeletale revalidatie (structuurgericht herstel)
- Gericht op aandoeningen die spieren, gewrichten, ligamenten en botten beïnvloeden
- Ontstaan door acute trauma’s (bv. verstuiking, breuk), degeneratieve veranderingen (artrose)
of chronische overbelasting (tendinitis)
- Vermindering van ontsteking en zwelling
- Herstel van de beschadigde structuur (zoals spieren, pezen of gewrichten)
- Heropbouw van kracht en mobiliteit door oefentherapie
- Voorkomen van toekomstige letsels
Doel: patiënt terugbrengen naar oorspronkelijk niveau van functioneren door herstelprocessen van
lichaam te ondersteunen
1.4 Holistische visie binnen de neurologische revalidatie
- Transdisciplinair team
o Vereist team zorgverleners met verschillende specialisaties
o Unieke behoeften van patiënt aanpakken
- Individueel afgestemde therapieën
o Gepersonaliseerd worden obv specifieke behoeften, doelen en uitdagingen
o Cognitieve training, emotionele ondersteuning en sociale re-integratie
- Betrokkenheid (in) formele zorgverstrekker
2
,1.4.1 Holistische beoordeling van de patiënt
Assessment neurokinesitherapie 1
- Anamnese
- Evaluatie van motorische functies
- Beoordeling van sensorische vaardigheden
- Cognitieve tests (bijvoorbeeld geheugen en aandacht)
- Psychosociale evaluatie (bijvoorbeeld stemming en gedrag)
2 Het international classification of functioning, disability , and healt (ICF)-
model
2.1 Kerncomponenten ICF
- Lichaamsfuncties en structuren: dit betreft alle fysiologische en anatomische aspecten van
het lichaam zoals spierspanning, gewrichtsmobiliteit en neurofysiologische functies
- Activiteiten: de mogelijkheden van de patiënt om specifieke taken uit te voeren, zoals lopen,
eten of communiceren
- Participatie: de rol van de patiënt in de maatschappij. Neurologische aandoeningen kunnen
de deelname aan werk, sociale activiteiten en gezinsleven enorm beïnvloeden op lange
termijn
2.1.1 Het bio psychosociale perspectief
Invloed van persoonlijke en omgevingsfactoren:
- Persoonlijke factoren: zijn factoren binnen het individu die de revalidatie positief of negatief
kunnen beïnvloeden zoals motivatie en acceptatie
o Leeftijd, geslacht, motivatie, coping stijlen, opvoeding en levenservaringen
- Omgevingsfactoren: zijn factoren buiten individu die de revalidatie positief of negatief
kunnen beïnvloeden zoals de steun van familie, aanpassingen aan de woning
o Externe elementen zoals fysieke, sociale en culturele aspecten
o Beschikbaarheid hulpmiddelen, sociale ondersteuning en attitudes binnen de
gemeenschap
3
, 2.1.2 Het ICF in de praktijk
Het ICF is een leidraad om de verschillende delen van het klinisch redeneren te structureren
- Doelstellingen formuleren
o Vaststellen specifieke, meetbare doelen binnen elk domein, aangepast aan unieke
behoeften van patiënt
- Functionele beperkingen evalueren
o Mobiliteitsproblemen bv. effectief in kaart brengen
- Interventies plannen en monitoren
o Functioneren van patiënt over tijd volgen, behandelingen aanpassen en voortgang
goed evalueren
2.1.3 Het ICF en meetinstrument
In de praktijk bestaan er meetinstrumenten op elk niveau van het ICF. Het is dus belangrijk om via het
klinische neurologisch onderzoek alle domeinen in kaart te brengen.
- Motricity index: hiermee kan de mate van hemiplegie van zowel de armen als de benen
gemeten worden. Gekeken wordt naar de mogelijkheid om willekeurig te bewegen dan wel
naar de maximale isometrische kracht van arm en been. Deze test bevindt zich op het niveau
van de beperking in lichaamsfunctie van het ICF
- Barthel index: dit richt zich op onafhankelijkheid binnen ADL en past binnen activiteitsdomein
van ICF-model
- Functional Independence Measure (FIM): Dit biedt inzicht in de functionele onafhankelijkheid
van de patiënt en de ondersteuningsbehoefte
- SF-36 Health Survey: Een generiek meetinstrument dat de algehele gezondheidstoestand
meet en kan helpen bij het beoordelen van participatieniveaus
Participatieniveau het moeilijkste in kaart te brengen
2.1.4 Het ICF en interdisciplinair samenwerken
Gemeenschappelijke taal voor verschillende disciplines binnen de gezondheidszorg, zoals
kinesitherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten en artsen.
Door het ICF-model als leidraad te gebruiken, kunnen teamleden gezamenlijk een holistisch
behandelplan ontwikkelen en de effecten van hun interventies beter op elkaar afstemmen.
2.1.5 Het ICF: een voorbeeld
De patiënt is een 45-jarige man die recent een beroerte heeft doorgemaakt, met als gevolg
spasticiteit spraakstoornissen, gangproblemen en verminderde motoriek in het bovenste lidmaat. Hij
heeft ook gevoelsstoornissen, evenwichtsproblemen en een verhoogd valrisico. Voor zijn beroerte
4