Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 62 pages
Summary

DEEL 1: VOLLEDIGE samenvatting BACTERIOLOGIE: cursusteksten (lecture 1-5) + slides (met illustraties), 17/20 prof André Emmanuel

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 62 pages

Volledige samenvatting + slides met illustraties Document is te groot, dit is lecture 1-5, zie ook deel 2: lecture 6-10

Content preview

Lecture 1: General introduction

1. Microcopische wereld

Pathogene micro-organismen variëren in grootte: uiterst kleine virussen tot grotere bacteriën
<-> menselijke cellen zijn veel groter en complexer

Virussen
- Kleinste: 20-300 nm
- EM nodig (niet zichtbaar op LM)
- Ontbreken essentiële kenmerken van cellen: geen eigen metabolisme, afhankelijk van
GHcellen voor replicatie en E-productie

Bacteriën
- Groter dan virussen: 0,5-5 micrometer

Schimmels (gisten en schimmels)
- Gisten: eencellig, 3-40 micrometer
- Schimmels: meercellige structuren = hyfen: enkele micrometers-mm

Parasieten
- Eencellige protozoa of meercellige parasitaire wormen
- Grootte varieert v soort en type (kleiner of groter dan menselijke cel)

Eukaryoten (menselijke en plantaardige cellen, schimmels en parasieten)
- Hebben ware kern + omhulsel
- Mitose voor lichaamscellen, meiose voor gameten

Prokaryoten (bacteriën)
- Eencellig, eenvoudiger en kleiner
- Geen kern
- Genetisch materiaal zit in cirkelvormig stuk DNA in cytoplasma
- Deling: binaire splitsing à 2 identieke dochtercellen

2. Microbiële eigenschappen

ME = menselijke microbiota of microbioom: bacteriën, virussen, schimmels en archaea
- Samenstelling varieert tussen individuen en afh van lichaamslocatie

Huid
- Bacteriën: Staphylococcus, Streptococcus en Propionibacterium
o Propionibacterium acnes (P. acnes): van nature op opp vd huid en in haarzakjes
§ Voeding = talg: als dit toeneemt door hormonale veranderingen à
snelle vermenigvuldiging à overgroei à ontstekingsreactie = acne-
laesies
- Schimmels: Malassezia of Candida
- Functie: gezondheid vd huid, immuunreacties en bescherming ziekteverwekkers

,Mond
- Bacteriën: Streptococcus, Actinomyces, Prevotellasoorten
- Schimmels: Candida
- Functie: mondgezondheid, afbraak voedsel
- Bijtwond-gerelateerde infecties: omvatten bacteriën die doorgaans voorkomen in
mondflora van mens en dier
o B uit mondholte in diepe weefsels à infectie
o Vb: Streptococcus-soorten, Eikenella corrodens,…
o Anaerobe b (bv Bacteroides, prevotella en fusobacterium): diepe & puntige
wonde

Darm
- Vnl bacteriën: Bacteroides, Firmicutes en Actinobacteria
- Functie: spijsvertering, opname voedingsstoffen, IS en metabole processen
- Samenstelling in verband met metabole aandoeningen bv Diabetes type 2
o Onbalans in SS = dysbiose:
§ (1) ontstekingsreactie en verhoogde darmperm à bacteriële
endotoxines = lipopolysacchariden komen in de bloedbaan terecht à
sys ontsteking à insulineresistentie
§ (2) minder SCFA (korteketenvetzuren) à metabole disfunctie

Vagina
- Lactobacillus-soorten: dominant in gezonde vaginale microbiota
o Produceren melkzuur à zure pH à inhibeert groei ziekteverwekkende
organismen à voorkomt infectie
- Bacteriële vaginose = verstoring evenwicht microbioom à 2 veranderingen
o (1) afname Lactobacillen: hogere pH à overgroei schadelijke bacteriën
o (2) toename pathogene bacteriën (bv Gardnerella vaginalis, Prevotella…)
o Symtomen: afscheiding, geur, irritatie

3. Pathogeniciteit van bacteriën

Onderverdeling in groepen obv vermogen om ziekte te veroorzaken en in welke
omstandigheden

1. Obligate pathogenen
- Veroorzaken ziekte onder normale omstandigheden bij gezonde individuen = intact
immuunsysteem
- Bv Vibrio cholerae: geeft Cholera (diarreeziekte)

2. Opportunistische pathogenen
- Immunocompetente gastheren: opp bact veroorzaken meestal geen ziekte bij
individuen met gezond immuunsysteem <-> worden pathogeen bij verzwakte
afweermechanismen

, o Bv Enterococcus faecalis: komt veel voor in maagdarmkanaal, is onschadelijk
bij gezonde individuen <-> urineweginfecties en endocardiditis bij verzwakt
IS/hartafwijkingen
- Immunocompromised gastheren: veroorzaken infecties bij verzwakt IS tgv HIV/AIDS,
chemo of orgaantransplantatie
o Bv: Mycobacterium avium
- Gezondheidzorg: bacteriën met resistentie tegen meerdere antibiotica =
multiresistente organismen (MDRO’s) à veroorzaken infectie in ziekenhuizen of
langdurige zorgfaciliteiten
o Bv Pseudomonas aerugninosa, methicilline-resistente Staphylococcus aureus
(MRSA) of extended-spectrum beta-lactamase-producerende
Enterobacteriaceae (ESBL-)

3. Niet-pathogene bacteriën
- Veroorzaken geen ziekte, maar leven samen met gastheer
o Bv Escherichia coli id darm (zelf nuttige functies bv spijsvertering)

4. Oorsprong bacteriële pathogenen

Endogene pathogenen: oorsprong in eigen microbiota, veroorzaken infecties wanneer ze
andere delen vh lichaam binnen dringen

Exogene pathogenen: komen uit externe bronnen, veroorzaken infecties wanneer ze in het
lichaam binnenkomen à via verschillende infectieroutes
1. Vectorgedragen overdracht: overdracht via beet van geleedpotige vectoren (muggen,
teken en vlooien)
o Kunnen pathogene bacteriën dragen en ze in bloedbaan vd GH brengen tijdens
voeden
o Bv ziekte van Lyme: Borrelia burgdoferi, overgedragen door beet van
geïnfecteerde teek
2. Blootstelling ad omgeving: pathogenen kunnen aanw zijn in milieubronnen à
besmetting via contact met verontreinigde materialen of oppervlakken
o Watergedragen overdracht: bv Vibrio cholerae (Cholera), Escherichia Coli (GI-
infecties)
o Voedseloverdracht: bv Salmonella, Campylobacter, aanwezig in onvoldoende
gekookte of verontreindigde voedingsmiddelen
o Bodem: verontreinigde grond (vnl tijdens landbouw/tuinieren)
3. Airborne transmission: overdracht via luchtdruppels, wanneer geïnfecteerde persoon
hoest, niest, of praat à worden ingeademd door anderen id buurt
o Bv Streptococcus pneumoniae (longontsteking), Mycobacterium tuberculosis
(tuberculose)
4. Direct contact: overdracht via direct contact met verontreinigde oppervlakken of
geïnfecteerde individuen (fysiek contact of lichaamsvloeistoffen)
o Bv MRSA: huid-op-huid contact of opp
5. Zoonotische overdracht: overdracht via dier op mens: besmette dieren,
lichaamsvloeistoffen of verontreinigde dierlijke producten
o Bv Brucella-soorten (brucellose)

, 5. Biofilm en quorumsensing

Biofilm
- Complexe gemeenschap van micro-organismen wanneer bacteriën zich hechten aan
oppervlakken en een extracellulaire matrix produceren
o Matrix = slijmerige en beschermende structuur (polysacchariden, eiwitten,
lipiden en DNA)
o Geproduceerd door bacteriën zelf
o Omhult bacteriën
- Ondersteunende omgeving waarin bacteriën gedijen en met elkaar interageren: deze
communicatie heet quorumsensing

Quorumsensing
- Chemische signalen worden afgegeven in omgeving à signalen hopen op naarmate
bacteriepopulatie groeit à bereiken drempel à bacteriën reageren gezamenlijk
door hun gedrag te veranderen
- Functie: helpt bij coördineren van activiteiten zoals matrixproductie en expressie
virulentiefactoren (gevolgen voor gedrag en weerstand tegen
omgevingsstressfactoren)

6. Bacteriële structuur

Cytoplasma
- Gelachtige substantie, vult interieur vd cel, bevat ribosomen, enzymes en genetisch
materiaal

DNA
- Georganiseerd in nucleoïde (bacteriën hebben geen kern)
- Sommige bacteriën hebben plasmiden: kleine, circulaire DNA-moleculen, dragen vaak
genen die bacteriën voordelen bieden zoals AB-resistentie
o Plasmiden en transposons = mobiele genetische elementen die snelle
verspreiding van genen tussen bacteriën mogelijk maken à kunnen zich
aanpassen aan verschillende omgevingen

Ribosomen
- Verantwoordelijk voor eiwitsynthese: translatie/vertalen van genetische informatie in
mRNA à functionele eiwitten
- Kleiner dan menselijke: kleine en grote subeenheid, 16S rRNA bevat geconserveerde
regio’s en variabele regio’s (ook nog 23S)
- Eukaryote ribosomen hebben anderen rRNA’s (18S en 28S): veel antibiotica
waaronder tetracyclines en macroliden, verstoren selectief de bacteriële ribosomen

Binnenste membraan (IM)
- Bestaat uit fosfolipide dubbellaag = elektrochemische barriere
- Ook receptoren en transportsystemen
- CM is belangrijk voor cellulaire processen (E-productie en opname voedingsstoffen)

Document information

Study
Uploaded on
May 10, 2025
Number of pages
62
Written in
2023/2024
Type
Summary
$10.82

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
KatoGNK
2.5
(2)
Sold
8
Followers
0
Items
7
Last sold
6 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions