Tandmorfologie (tandanatomie)
1. Praktische informatie over het vak
Examen bestaat uit 2 partims: 1 anatomie van hoofd en hals
2 gebitsontwikkeling (occlusieleer) en tandmorfologie
2. Introductie
Tandheelkunde is niet enkel kennis, maar ook kunde. De kunst bestaat er in om een tand zoveel als
mogelijk in zijn oorspronkelijke staat te behouden (preventie). Indien dit niet mogelijk is dan tand zo
nauwkeurig mogelijk in zijn oorspronkelijke staat te herstellen (nabootsen van oorspronkelijke tand)
(op vlak van uitzicht en op vlak van fysische eigenschappen).
onderkaak bovenkaak
De tandarts dient in zijn eventuele restauraties de realiteit zo goed mogelijk te imiteren
(biomimetische tandheelkunde).
2.1 Tandnummers (absoluut en onveranderlijk) (verwijst naar 1 tand)
Elke tand heeft een vast nummer. Internationaal is de nummering van de World Dental Federation
(FDI) het meest gebruikt.
De mond is verdeeld in 4 kwadranten bestaande uit 8 tanden (volgens cirkelvormige beweging).
Eerste cijfer van tandnummer: nummer van kwadrant.
Tweede cijfer van tandnummer: gevormd door anatomische positie van tand in kwadrant (volgorde
van de tand).
, Wisselgebit met een combinatie van volwassen tanden en melktanden.
Melkgebit met een andere nummering (van kwadrant 5 tot kwadrant 8).
Het melkgebit bestaat uit 20 tanden waarbij elk kwadrant bestaat uit 5 tanden.
2.2 Soorten tanden
Snijtanden (incisieven): 1 centrale
2 laterale
Hoektanden (4 in totaal)
Premolaren (voorkiezen): 1 eerste premolaar
2 tweede premolaar
Molaren (kiezen): 1 eerste molaar
2 tweede molaar
3 derde molaar (wijsheidstand)
We beschouwen snijtanden en hoektanden als anterieure elementen of fronttanden. Premolaren en
molaren als posterieure elementen.
De anatomische naam voor bovenkaak is maxilla, de onderkaak is de mandibula. Als afgeleide
bijvoeglijke naamwoorden zullen we dan ook spreken over maxillair en mandibulair.
2.3 Anatomische structuur van de tand
De tand bestaat uit een tandkroon (zichtbare deel) en een tandwortel (in het bot en bedekt met
tandvlees of gingiva).
Tand in doorsnede bestaat uit: 1 tandglazuur (harde buitenlaag van kroon)
Het is een mineraal gevormd uit calciumhydroxyapatiet.
Tandglazuur bestaande uit kristallen die licht verstrooien. Het
beschermt ons tegen fysische en chemische aanvallen van
buitenaf.
Tandglazuur lost op wanneer een kritische pH waarde wordt bereikt (demineralisatie). Mogelijkheid
tot remineralisatie door bufferende werking van speeksel.
Ee mineraal kan oplossen.
Cariës: tandweefselverlies geïnitieerd door zuren afkomstig van bacteriën.
Erosie: tandweefselverlies geïnitieerd door zuren niet afkomstig van bacteriën.
1. Praktische informatie over het vak
Examen bestaat uit 2 partims: 1 anatomie van hoofd en hals
2 gebitsontwikkeling (occlusieleer) en tandmorfologie
2. Introductie
Tandheelkunde is niet enkel kennis, maar ook kunde. De kunst bestaat er in om een tand zoveel als
mogelijk in zijn oorspronkelijke staat te behouden (preventie). Indien dit niet mogelijk is dan tand zo
nauwkeurig mogelijk in zijn oorspronkelijke staat te herstellen (nabootsen van oorspronkelijke tand)
(op vlak van uitzicht en op vlak van fysische eigenschappen).
onderkaak bovenkaak
De tandarts dient in zijn eventuele restauraties de realiteit zo goed mogelijk te imiteren
(biomimetische tandheelkunde).
2.1 Tandnummers (absoluut en onveranderlijk) (verwijst naar 1 tand)
Elke tand heeft een vast nummer. Internationaal is de nummering van de World Dental Federation
(FDI) het meest gebruikt.
De mond is verdeeld in 4 kwadranten bestaande uit 8 tanden (volgens cirkelvormige beweging).
Eerste cijfer van tandnummer: nummer van kwadrant.
Tweede cijfer van tandnummer: gevormd door anatomische positie van tand in kwadrant (volgorde
van de tand).
, Wisselgebit met een combinatie van volwassen tanden en melktanden.
Melkgebit met een andere nummering (van kwadrant 5 tot kwadrant 8).
Het melkgebit bestaat uit 20 tanden waarbij elk kwadrant bestaat uit 5 tanden.
2.2 Soorten tanden
Snijtanden (incisieven): 1 centrale
2 laterale
Hoektanden (4 in totaal)
Premolaren (voorkiezen): 1 eerste premolaar
2 tweede premolaar
Molaren (kiezen): 1 eerste molaar
2 tweede molaar
3 derde molaar (wijsheidstand)
We beschouwen snijtanden en hoektanden als anterieure elementen of fronttanden. Premolaren en
molaren als posterieure elementen.
De anatomische naam voor bovenkaak is maxilla, de onderkaak is de mandibula. Als afgeleide
bijvoeglijke naamwoorden zullen we dan ook spreken over maxillair en mandibulair.
2.3 Anatomische structuur van de tand
De tand bestaat uit een tandkroon (zichtbare deel) en een tandwortel (in het bot en bedekt met
tandvlees of gingiva).
Tand in doorsnede bestaat uit: 1 tandglazuur (harde buitenlaag van kroon)
Het is een mineraal gevormd uit calciumhydroxyapatiet.
Tandglazuur bestaande uit kristallen die licht verstrooien. Het
beschermt ons tegen fysische en chemische aanvallen van
buitenaf.
Tandglazuur lost op wanneer een kritische pH waarde wordt bereikt (demineralisatie). Mogelijkheid
tot remineralisatie door bufferende werking van speeksel.
Ee mineraal kan oplossen.
Cariës: tandweefselverlies geïnitieerd door zuren afkomstig van bacteriën.
Erosie: tandweefselverlies geïnitieerd door zuren niet afkomstig van bacteriën.