Longvolumes – longcapaciteiten – Spirometrie
Longvolumes
Getij- of teugvolume, tidal
Volume verplaatst bij elke normale ademhaling (500 mL)
volume (TV, VT)
Extra volume bij maximaal diepe inademing bovenop
Inspiratoir reservevolume (IRV)
teuvolume (ong. 3 L)
Expiratoir reservevolume (ERV) Extra volume bij maximaal diepe uitademing vanaf FRC
Volume dat achterblijft na maximaal diepe uitademing (ong.
Residueel volume (RV)
1 L)
Longcapaciteiten
à Bepaald door twee of meer van de longvolumes samen te tellen
Functionele residuele capaciteit FRC = ERV + RV
(FRC) à Rustvolume, volume aanwezig na rustig uitademen
VC = TV + IRV + ERV
Vitale capaciteit (VC) à Grootst mogelijk gasvolume dat bij 1
ademhalingsbeweging kan verplaatst worden
TLC = TV + IRV + ERV + RV
Totale longcapaciteit (TLC)
à Inhoud van longen na een maximaal diepe inademing
IC = TV + IRV = VC – ERV
Inspiratoire capaciteit (IC) à Volume dat na een rustige uitademing maximaal
ingeademd kan worden
Dynamische parameters
Forced Expiratory Volume 1S Grootst mogelijk volume dat na een maximaal diepe
(FEV1) of 1-secondewaarde inademing in 1 seconde tijd kan worden uitgeademd
Totaal volume dat na een maximaal diepe inademing bij
Forced Vital Capacity (FVC)
meting van FEV1 wordt uitgeademd
Grootst mogelijk percentage van de vitale capaciteit die in 1
Tiffeneau index
seconde kan worden uitgeademd of (FEV1/FVC)x100
Piekstroom Flow ten opzichte van volume (TLC à RV)
Grootst mogelijke debiet dat tijdens een willekeurige
Maximal Voluntary Ventilation
hyperventilatie gedurende een korte tijd kan onderhouden
(MVV)
worden (10-20 sec) (100-200 L/min)
Tiffeneau index: bij normale personen hoger dan 75%. Helpt differentiëren tussen obstructieve en
restrictieve longziekten.
• Obstructieve longziekten (astma, COPD, …): index lager dan 70%
o Astma: FEV1, FVC, Tiffeneau stijgen na inhalatie bronchodilatoren
• Restrictieve longziekten (longfibrose, …): absolute waarden FEV1, FVC vermindert,
Tiffeneau normaal of verhoogd
Longvolumes
Getij- of teugvolume, tidal
Volume verplaatst bij elke normale ademhaling (500 mL)
volume (TV, VT)
Extra volume bij maximaal diepe inademing bovenop
Inspiratoir reservevolume (IRV)
teuvolume (ong. 3 L)
Expiratoir reservevolume (ERV) Extra volume bij maximaal diepe uitademing vanaf FRC
Volume dat achterblijft na maximaal diepe uitademing (ong.
Residueel volume (RV)
1 L)
Longcapaciteiten
à Bepaald door twee of meer van de longvolumes samen te tellen
Functionele residuele capaciteit FRC = ERV + RV
(FRC) à Rustvolume, volume aanwezig na rustig uitademen
VC = TV + IRV + ERV
Vitale capaciteit (VC) à Grootst mogelijk gasvolume dat bij 1
ademhalingsbeweging kan verplaatst worden
TLC = TV + IRV + ERV + RV
Totale longcapaciteit (TLC)
à Inhoud van longen na een maximaal diepe inademing
IC = TV + IRV = VC – ERV
Inspiratoire capaciteit (IC) à Volume dat na een rustige uitademing maximaal
ingeademd kan worden
Dynamische parameters
Forced Expiratory Volume 1S Grootst mogelijk volume dat na een maximaal diepe
(FEV1) of 1-secondewaarde inademing in 1 seconde tijd kan worden uitgeademd
Totaal volume dat na een maximaal diepe inademing bij
Forced Vital Capacity (FVC)
meting van FEV1 wordt uitgeademd
Grootst mogelijk percentage van de vitale capaciteit die in 1
Tiffeneau index
seconde kan worden uitgeademd of (FEV1/FVC)x100
Piekstroom Flow ten opzichte van volume (TLC à RV)
Grootst mogelijke debiet dat tijdens een willekeurige
Maximal Voluntary Ventilation
hyperventilatie gedurende een korte tijd kan onderhouden
(MVV)
worden (10-20 sec) (100-200 L/min)
Tiffeneau index: bij normale personen hoger dan 75%. Helpt differentiëren tussen obstructieve en
restrictieve longziekten.
• Obstructieve longziekten (astma, COPD, …): index lager dan 70%
o Astma: FEV1, FVC, Tiffeneau stijgen na inhalatie bronchodilatoren
• Restrictieve longziekten (longfibrose, …): absolute waarden FEV1, FVC vermindert,
Tiffeneau normaal of verhoogd