Bestaat uit 3 cusps
- Rechter Coronaire Cusp = RCC
- Linker Coronaire Cusp = LCC
- Non Coronaire Cusp = NCC
Stroomsnelheid over een normale aortaklep
- 1.0 -1.7m/sec
- 1.3m/sec gemiddeld
Aantal klepbladen
- Normaal 3 = tricuspide aortaklep (TAV)
- 1:100 2 klepbladen = Bicuspide aortaklep (BAV)
- 1000.000 4 klepbladen = Quadricuspide aortaklep (QAV)
Bicuspide aortaklep
- Kan raphe hebben waardoor het in gesloten stand op een tricuspide klep kan lijken
- Aorta stenose of insufficiëntie kan ontstaan op latere leeftijd
- Verhoogde kans op aorta ascendens dilatatie
- Geassocieerd met coarctatio aortae
,Aortastenose (AS)
- Druk overbelasting LV
- Concentrische linker ventrikel hypertrofie (LVH)
o LV lumen blijft het zelfde of wordt kleiner terwijl LV wand dikte toeneemt
- LV over belasting leidt tot dilatatie
- Consequenties LVH
o Diastolische disfunctie Abnormale relaxatie, afname LV compliantie
Stijging van de LV eind diastolische druk
LA dilatatie
Pulmonale hypertensie
RV dilatatie
o Secundaire TI
o RA dilatatie
- Systolische functie kan normaal lijken, maar Hart Minuut Volume (HMV) neemt af
o Komt voor als LV lumen klein is bij LVH
o Longitudinale LV functie neemt af (2D strain meting)
o Longitudinale LV functie neemt eerder af dan de LV ejectie fractie
Symptomen AS
- Neemt geleidelijk in ernst toe
- In de 5e of 6e decade bij een BAV
- In de 7e of 8e decade bij degeneratie van een tricuspide aortaklep
- Kortademigheid bij inspanning
- Angina pectoris bij inspanning
- Duizeligheid bij inspanning
- Klinisch: Luide systolische souffle
Angina pectoris
- Kan ook bij normale kransslagaders optreden
o Ontstaat door hoge eind diastolische LV druk
o Zuurstof gebrek in binnenste laag van de hypertrofische LV
Duizeligheid
- Gefixeerd lage cardiac output (CO)
- Arteriëel hypotensief t.g.v. vasodilatatie
o Baroreflex en/of ritme stoornissen
Afwezigheid van klachten
- Inspanningstest
o Patiënt kan zich ongemerkt aanpassen aan een verminderde inspanningstolerantie
, Aortaklep op M-mode
Normaal
Normaal + Flutter
Mid systolische sluitneiging met flutter als gevolg van een subvalvulaire jet
- HOCM
- Subvalvulaire membraneuze stenose
Mid systolische sluitneiging met flutter als gevolg van een subvalvulaire jet
- HOCM
- Subvalvulaire membraneuze stenose
- Patroon ziet er anders uit dan in C vanwege anders gerichte subvalvulaire
jet
Systolische flutter met toenemende sluitneiging
- HOCM
Aanvankelijk goed openend, langzaam inzakkend
- Vroeg systolisch redelijke LV functie, die daarna afneemt
Beperkte separatie, traag openen, traag sluiten, verkorte ejectie duur
- Zeer slechte LV functie
F en G: Slechte LV functie
- Anterior stam beweging is afgenomen
- Afgenomen output De sluitpunten van de klep liggen dan ook veel lager
dan normaal
Subvalvulaire AS
- Gefixeerde membraan stenose
- Dynamisch musculaire stenose (HOCM)
Supravalvulaire AS
- Congenitaal
- Vrijwel uitsluitend bij Williams syndroom
- Insnoering in PLAX zichtbaar
- Hemodynamische ernst AS met CW doppler suprasternaal of 2R