HS 1 : DENKEN EN PROBLEEM OPLOSSEN
WAT IS DENKEN ?
Eigenschappen
Brede term
Vaak onbewust
Cognitief proces
Abstract : denken over iets hypothetisch, niet tastbaar, onbestaand
Symbolisch : gebruik maken van taal om te denken
Relationeel : uitdrukken van een relatie, verbanden leggen, als … dan …
Dekfouten : soms juist maar ook soms fout
TAXONOMIE VAN DENKEN
Heeft denken een doel?
Nee = DAGDROMEN
o doelloos denken
o Stream of consciousness, monolgue intérieur
o Unfocused en ill-defined thinking
o Ongestructureerd, onvoorspelbaar, buiten bewuste controle
Ja = deterministisch?
Verloopt het denken deterministisch?
Ja = REKENEN
o Omgekeerde van dagdromen
o Focussed, well-defined thinking
o precies startpunt, precies doel, deterministisch (alles er tussen ligt
vast)
Voorbeeld : 20 x 13 = 260
o verschillende mogelijkheden om dit op te lossen
o Maar eens een plan gekozen is heb je geen keuze meer en liggen
alle stappen vast
o Deterministisch: elke volgende stap is bepaald door de voorgaande
stap
Nee = precies startpunt?
o Andere types denken liggen tussen dagdromen en rekenen
(extremen)
1
, o Itt dagdromen hebben alle andere types van denken een doel
o Itt rekenen zijn andere alle types van denken niet gedetermineerd
Heeft denken een precies startpunt?
Nee: CREATIVITEIT
o Geen duidelijk startpunt
o Leidt tot orginele, bruikbare en geschikte resultaten
Ja: verhoging semantische informatie?
Is er een verhoging van semantische informatie? Ja: INDUCTIE Nee:
deductie
Voorbeeld:
Het so werd neergestoken in een bioscoop en stierf ter plaatse.
De verdachte zat op de trein op het moment dat de moord werd gepleegd.
> Conclusie : de verdachte is onschuldig
Van meerdere proposities naar 1 conclusie
Proposities kunnen juist of fout zijn
Conclusie die je trekt is afhankelijk van hoe je de premissen begrijpt en v je
achtergrondkennis
o Je weet dat 1 persoon niet op 2 plaatsen tegelijk kan zijn
o Je weet dat er geen bioscoop is op de trein
o Op grond van deze achtergrondkennis ga je een afleiding maken en
conclusie trekken
SI = hoeveelheid uitgesloten situaties
o Hoe meer situaties een bepaalde propositie uitsluit, hoe meer SI die
propositie bevat.
o Hoe meer er uitgesloten is, hoe zekerder je bent van wat mogelijk is
Het vriest maar er hangt geen mist vs het vriest
Eerste uitdrukking sluit uit dat er mist hangt
2de uitdrukking sluit niet uit dat er mist hangt.
1ste uitdrukking sluit meer uit en bevat daarom meer SI.
Plausibele maar niet noodzakelijk valide conclusies
o maw de conclusie kan foutief zijn
o Ook al zijn premissen waar, dan nog kan conclusie foutief zijn.
Verschillende vormen van inductie : INSTANCE BASED GENERALIZATION
2
, o = Op basis van een reeks specifieke gevallen komen tot een
algemene conclusie
o Zwaan 1 is wit, Zwaan 2 is wit, Zwaan 3 is wit, …. Zwaan 100 is wit;
o Dus alle Zwanen zijn wit.
o Maar omwille van inductie, kan conclusie fout zijn
DEDUCTIE = geen verhoging semantische informatie
Op een andere manier uitdrukken wat er al in de premissen zit
Als de premissen waar zijn, dan zal een valide conclusie ook altijd een
juiste conclusie zijn
Impliciete relaties expliciet maken
Nadeel: conclusie zal niet méér info uitsluiten dan permissen al uitsloten
Type voorbeeld deductie = SYLLOGISME
o Alle A’s zijn B’s. Alle B’s zijn C’s.
o Dus, alle A’s zijn C’s.
ja : rekenen
ja :
deterministisch
? nee :
creativiteit
nee : precies
doel?
startpunt?
nee : ja : inductie
dagdromen ja : verhoging
SI?
nee : deductie
Well- defined problems vs ill defined problems : continuüm
Well defined: duidelijk doel & duidelijke startinformatie
o Duidelijk begintpunt, duidelijk eindpunt
o Duidelijk info over welke stappen die nodig zijn om van begin- naar
eindpunt te gaan
o ISP of belastingsbrief invullen, boeken alfabetisch ordenen, toren
van Hanoi, schaken
o Je kent het doel en hebt de nodige informatie om opdracht uit te
voeren
o Meest onderzocht omwille van pragmatische redenen (gemakkelijk
te onderzoeken)
Ill defined: geen duidelijk doel & geen duidelijke startinformatie
3
, o Meest representatief voor dagelijks leven
o Vragen naar promotie, verontschuldigingsbrief schrijven, bekentenis
schrijven, …
o Welke info gebruiken om te starten? Wnnr doel bereikt? Wnnr is
brief goed genoeg?
o Onbekende factoren
o meerdere mogelijke oplossingen
o meerdere mogelijke methoden
o meerdere beoordelingscriteria
o …
PROBLEM SPACE HYPOTHESE
Probleemruimte = een representatie van alle mogelijke stappen/configuraties bij
een probleem
Voorbeeld: tower of Hanoi
Taak: schijven van linker naar rechtse paal verplaatsen
o 1 schijf per keer verplaatsen
o Nooit grotere schijf op kleinere schijf
Elke mogelijke stap komt overeen met een node
Elke verbinding maakt duidelijk dat je van de ene naar de andere node kan
overgaan
De gehele set van nodes en verbindingen is de probleemruimte
Duidelijk startpunt : beginpositie van schijven op 1ste paal = well
definied problem
Duidelijk doel : juiste volgorde van schijven op 2de paal
Op elk moment moet je een keuze maken.
De keuze die je hebt gemaakt bepaald ook de volgende stap
Een pad is de sequentie van stappen van de begin toestand tot de
eindtoestand
Er zijn dus heel veel verschillende paden in een probleemruimte
Goed probleem oplossend gedrag
Is het vinden van een zo’n efficiënt mogelijk pad
4
WAT IS DENKEN ?
Eigenschappen
Brede term
Vaak onbewust
Cognitief proces
Abstract : denken over iets hypothetisch, niet tastbaar, onbestaand
Symbolisch : gebruik maken van taal om te denken
Relationeel : uitdrukken van een relatie, verbanden leggen, als … dan …
Dekfouten : soms juist maar ook soms fout
TAXONOMIE VAN DENKEN
Heeft denken een doel?
Nee = DAGDROMEN
o doelloos denken
o Stream of consciousness, monolgue intérieur
o Unfocused en ill-defined thinking
o Ongestructureerd, onvoorspelbaar, buiten bewuste controle
Ja = deterministisch?
Verloopt het denken deterministisch?
Ja = REKENEN
o Omgekeerde van dagdromen
o Focussed, well-defined thinking
o precies startpunt, precies doel, deterministisch (alles er tussen ligt
vast)
Voorbeeld : 20 x 13 = 260
o verschillende mogelijkheden om dit op te lossen
o Maar eens een plan gekozen is heb je geen keuze meer en liggen
alle stappen vast
o Deterministisch: elke volgende stap is bepaald door de voorgaande
stap
Nee = precies startpunt?
o Andere types denken liggen tussen dagdromen en rekenen
(extremen)
1
, o Itt dagdromen hebben alle andere types van denken een doel
o Itt rekenen zijn andere alle types van denken niet gedetermineerd
Heeft denken een precies startpunt?
Nee: CREATIVITEIT
o Geen duidelijk startpunt
o Leidt tot orginele, bruikbare en geschikte resultaten
Ja: verhoging semantische informatie?
Is er een verhoging van semantische informatie? Ja: INDUCTIE Nee:
deductie
Voorbeeld:
Het so werd neergestoken in een bioscoop en stierf ter plaatse.
De verdachte zat op de trein op het moment dat de moord werd gepleegd.
> Conclusie : de verdachte is onschuldig
Van meerdere proposities naar 1 conclusie
Proposities kunnen juist of fout zijn
Conclusie die je trekt is afhankelijk van hoe je de premissen begrijpt en v je
achtergrondkennis
o Je weet dat 1 persoon niet op 2 plaatsen tegelijk kan zijn
o Je weet dat er geen bioscoop is op de trein
o Op grond van deze achtergrondkennis ga je een afleiding maken en
conclusie trekken
SI = hoeveelheid uitgesloten situaties
o Hoe meer situaties een bepaalde propositie uitsluit, hoe meer SI die
propositie bevat.
o Hoe meer er uitgesloten is, hoe zekerder je bent van wat mogelijk is
Het vriest maar er hangt geen mist vs het vriest
Eerste uitdrukking sluit uit dat er mist hangt
2de uitdrukking sluit niet uit dat er mist hangt.
1ste uitdrukking sluit meer uit en bevat daarom meer SI.
Plausibele maar niet noodzakelijk valide conclusies
o maw de conclusie kan foutief zijn
o Ook al zijn premissen waar, dan nog kan conclusie foutief zijn.
Verschillende vormen van inductie : INSTANCE BASED GENERALIZATION
2
, o = Op basis van een reeks specifieke gevallen komen tot een
algemene conclusie
o Zwaan 1 is wit, Zwaan 2 is wit, Zwaan 3 is wit, …. Zwaan 100 is wit;
o Dus alle Zwanen zijn wit.
o Maar omwille van inductie, kan conclusie fout zijn
DEDUCTIE = geen verhoging semantische informatie
Op een andere manier uitdrukken wat er al in de premissen zit
Als de premissen waar zijn, dan zal een valide conclusie ook altijd een
juiste conclusie zijn
Impliciete relaties expliciet maken
Nadeel: conclusie zal niet méér info uitsluiten dan permissen al uitsloten
Type voorbeeld deductie = SYLLOGISME
o Alle A’s zijn B’s. Alle B’s zijn C’s.
o Dus, alle A’s zijn C’s.
ja : rekenen
ja :
deterministisch
? nee :
creativiteit
nee : precies
doel?
startpunt?
nee : ja : inductie
dagdromen ja : verhoging
SI?
nee : deductie
Well- defined problems vs ill defined problems : continuüm
Well defined: duidelijk doel & duidelijke startinformatie
o Duidelijk begintpunt, duidelijk eindpunt
o Duidelijk info over welke stappen die nodig zijn om van begin- naar
eindpunt te gaan
o ISP of belastingsbrief invullen, boeken alfabetisch ordenen, toren
van Hanoi, schaken
o Je kent het doel en hebt de nodige informatie om opdracht uit te
voeren
o Meest onderzocht omwille van pragmatische redenen (gemakkelijk
te onderzoeken)
Ill defined: geen duidelijk doel & geen duidelijke startinformatie
3
, o Meest representatief voor dagelijks leven
o Vragen naar promotie, verontschuldigingsbrief schrijven, bekentenis
schrijven, …
o Welke info gebruiken om te starten? Wnnr doel bereikt? Wnnr is
brief goed genoeg?
o Onbekende factoren
o meerdere mogelijke oplossingen
o meerdere mogelijke methoden
o meerdere beoordelingscriteria
o …
PROBLEM SPACE HYPOTHESE
Probleemruimte = een representatie van alle mogelijke stappen/configuraties bij
een probleem
Voorbeeld: tower of Hanoi
Taak: schijven van linker naar rechtse paal verplaatsen
o 1 schijf per keer verplaatsen
o Nooit grotere schijf op kleinere schijf
Elke mogelijke stap komt overeen met een node
Elke verbinding maakt duidelijk dat je van de ene naar de andere node kan
overgaan
De gehele set van nodes en verbindingen is de probleemruimte
Duidelijk startpunt : beginpositie van schijven op 1ste paal = well
definied problem
Duidelijk doel : juiste volgorde van schijven op 2de paal
Op elk moment moet je een keuze maken.
De keuze die je hebt gemaakt bepaald ook de volgende stap
Een pad is de sequentie van stappen van de begin toestand tot de
eindtoestand
Er zijn dus heel veel verschillende paden in een probleemruimte
Goed probleem oplossend gedrag
Is het vinden van een zo’n efficiënt mogelijk pad
4