100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Volledige Samenvatting van het boek Goederenrecht - Goederen en Insolventierecht

Rating
-
Sold
1
Pages
60
Uploaded on
13-04-2025
Written in
2023/2024

Deze overzichtelijke en uitgebreide samenvatting behandelt alle essentiële onderwerpen binnen het goederenrecht, zoals die vaak aan bod komen in de bachelorfase van de rechtenstudie. De inhoud sluit perfect aan bij veelgebruikte literatuur, zoals de Studiereeks Burgerlijk Recht (Wolters Kluwer). De stof wordt helder en gestructureerd weergegeven, met duidelijke uitleg van kernbegrippen, relevante wetsartikelen en juridische concepten. Perfect voor tentamenvoorbereiding of als naslag tijdens werkgroepen en colleges.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Probleem 1
Algemeen
Bestanddelen
Bestanddelen zijn onzelfstandige onderdelen van een zaak.
Ideële en materiële bestanddelen.
 Ideële: afhankelijk van de verkeersopvattingen (art. 3:4 lid 1) =hoe over een bepaalde
kwestie in de maatschappij wordt gedacht. Van belang is ook of aspirant-hoofdzaak zonder
het aspirant-bestanddeel als onvoltooid moet worden aangemerkt of als deze twee
elementen in hun constructie specifiek op elkaar zijn afgestemd.
Het restant van de zaak waarmee de band is opgebouwd, wordt niet geheel zuiver maar wel
praktisch als de hoofdzaak aangeduid.
Gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd.
 Materiële: indien afscheiding niet anders kan geschieden dan met substantiële schade aan de
hoofdzaak of het bestanddeel (art. 3:4 lid 2)

Beplanting
Indien zij met de grond verenigd zijn, behoren zij ook als bestanddeel van die grond aangemerkt te
worden. De wetgever acht deze beplanting onroerend (art. 3:3 lid 1) en meent hij dat zij aan de
eigenaar van de grond toebehoren (art. 5:20 sub f).

Bestanddelen volgen in alle opzichten de goederenrechtelijke status van de hoofdzaak. Dit is een
eigenschap van een bestanddeel (afwezigheid van een zelfstandige rechtsstatus).
De eigenaar van een zaak is dus ook eigenaar van haar bestanddelen (art. 5:3 BW) = natrekking (:
eigendomsverkrijging door bestanddeelvorming).
Zakelijke rechten kunnen dus een zaak slechts als geheel betreffen: eenheidsbeginsel.
Verbintenisrechtelijk kan iemand wel zelfstandig over bestanddelen beschikken.

Doorbreking van de hoedanigheid van bestanddeel kan door afscheiding en door vestiging van een
opstalrecht (art. 5:101), dan wel een mandeligheid (art. 5:60).
Afscheiding geschiedt door de ideële of materiële band te verbreken.
Vestigen van opstalrecht: het zakelijk recht om in, op of boven een onroerende zaak van een ander
gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben of te verkrijgen. Op deze wijze kan
degene die een gebouw of werk op andermans grond bouwt of beplantingen in andermans grond
plaatst, verhinderen dat deze opstallen door bestanddeelvorming (natrekking) eigendom worden van
de grondeigenaar. Het opstalrecht is dus een wettelijke uitzondering op natrekking  doorbreking
van bestanddeelvorming. Dit geldt ook voor allerlei netwerken art. 5:20 lid 2 BW.
Mandelige zaken (bijv. heggen van twee erven) behandelt het recht ook als een zelfstandige zaak en
dus niet als een bestanddeel van de erven (art. 5:60). Het recht van mandeligheid kan echter niet
worden gescheiden van de eigendom der erven (art. 5:63) en is dus niet zelfstandig vatbaar voor
overdracht.
Met erfdienstbaarheid, zoals die van een bezinepomp met ondergronds reservoir op andermans
grond, wordt de bestanddeelvorming niet doorbroken.

,Roerende versus onroerende zaken
Art. 3:3 lid 1: onroerend =de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, met de grond verenigde
beplantingen, gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd benevens hun
bestanddelen. Ook ondanks doorbreking van de bestanddeelvorming ten opzichte van de grond
kunnen zaken onroerend zijn (bijv. een huis waar een opstalrecht op gevestigd is art. 5:101)
Willen gebouwen of werken onroerend zijn, dan moeten zij ingevolge art. 3:3 wel duurzaam met de
grond verbonden zijn: het gebouw of werk moet naar aard en inrichting bestemd zijn om duurzaam,
ter plaatse te blijven (bestemmingscriterium)
Portacabin-arrest: de HR besliste dat een portacabin die via leidingen was aangesloten op het gas-,
water-, elektriciteit-, riolerings-, en telefoonnet, onroerend was. Na a) het gebouw of werk moet
naar aard en inrichting bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven, b) voor de beantwoording
van de vraag of die bestemming bestaat, moet mede gelet worden op de bedoeling van de bouwer
voor zover deze naar buiten kenbaar is, c) meer in het algemeen gaat het slechts om die bestemming
voor zover deze naar buiten toe kenbaar is de verkeersopvattingen kunnen wel bij de beantwoording
een rol spelen, maar vormen geen zelfstandig criterium voor de kwalificatie.
Art. 3:3 lid 2: alle overige zaken en hun bestanddelen zijn roerend.

Afhankelijke rechten
= een recht dat aan een ander recht zodanig verbonden is dat het niet zonder dat andere recht kan
bestaan (art. 3:7). Belangrijke afhankelijke rechten zijn pand en hypotheek, borgtocht, mandeligheid,
erfdienstbaarheid en soms opstal (art. 5:101 lid 2). Bestaat alleen voor zover hoofdrecht bestaat, en
volgen dus in het algemeen het recht waaraan zij verbonden zijn (art. 3:82).

Daar waar eigendom bezwaard is met een beperkt recht blijft het toch een volledig recht. Dat geldt
zelfs als de eigendom bezwaard is met een verstrekkend genotsrecht als vruchtgebruik, erfpacht of
opstal. Wel wordt in dat geval ook wel gesproken van ‘blote eigendom’. Tenslotte wordt het genot
dan geheel aan de eigenaar ontnomen en die wordt ‘bloot eigenaar’ genoemd.

Inhoud
Partijen zijn zonder meer vrij om te bepalen welke rechten en verplichtingen tot de inhoud van een
beperkt recht behoren en als zodanig goederenrechtelijke werking hebben. Criteria:
a) Het maakt deel uit van een door de wet erkend beperkt recht
Gesloten systeem: 3:81 lid 1.
De door de wet erkende beperkte rechten kunnen worden onderscheiden in gebruiks- of
genotsrechten enerzijds en zekerheidsrechten anderzijds. Eerste categorie: vruchtgebruik,
gebruik en bewoning, erfdienstbaarheden, erfpacht en opstal. Tweede categorie: recht van
pand en hypotheek.
b) Welk beperkt recht past binnen de grenzen van het moederrecht, terwijl
Bijv. vruchtgebruik ten behoeve van een natuurlijk persoon. Dit is beperkt tot het leven van
de vruchtgebruiker (art. 3:203 lid 2). Bezwaring van het vruchtgebruik met een beperkt recht
geschiedt derhalve onder dezelfde beperking (art. 3:223).
c) Het beding hetzij door de wet wordt toegestaan,
De vrijheid van partijen bij de inrichting van een beperkt recht is beperkt tot punten waarop
de wet geen regeling geeft of waar deze een afwijkende regeling uitdrukkelijk toelaat. Het
feit dat de inhoud van een beperkt recht bij gebreke van een zinsnede als de genoemde
dwingend recht is bepaald, brengt echt niet mee dat partijen niet de vrijheid zouden hebben
om bij obligatoire overeenkomst hun rechtsverhouding anders in te richten (anders zegt
wetgever wel ‘een daarmee strijdig beding is nietig’).
d) Hetzij voldoende verband houdt met het beperkte recht om op dezelfde wijze te worden
behandeld

,1. Welke beperkte genotsrechten zijn er?
- Welke beperkte genotsrechten zijn er?
- Waarvoor kan ieder beperkt genotsrecht worden gebruikt? Wat is, met andere woorden, de functie
van het resultaat dat bereikt kan worden met ieder beperkt genotsrecht?
- Waarop kunnen deze rechten worden gevestigd? M.a.w.: Op welke types van goederen
(registergoederen, zaken, vorderingen) kunnen zij worden gevestigd?
- Wat is de duur van ieder beperkt genotsrecht?
- Hoe zit het met een eventuele vergoedingsplicht in hoofde van de beperkt gerechtigde?

Vermogensrechten
1) Relatieve rechten: rechten die de rechthebbende aanspraak verlenen jegens een of meer
bepaalde personen
2) Absolute rechten: rechten die de rechthebbende aanspraken verlenen tegenover iedereen
 Rechten op voortbrengselen van de menselijke geest
 Goederenrechtelijke rechten
a. Volledige rechten (eigendom)
b. Beperkte rechten (genotsrechten, zekerheidsrechten)
Art. 3:8 BW  een beperkt recht is een recht afgeleid uit een meer omvattend recht (moederrecht),
dat met het beperkt recht is bezwaard.
Moederrecht kan een volledig recht zijn (bv. eigendom) of een beperkt recht waarop een ander
minder versterkend beperkt recht wordt gevestigd.

Soorten beperkte rechten:
 Genotsrechten (vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, erfpacht en opstal)
 Zekerheidsrechten (pand en hypotheek)

Beperkte genotsrechten
1. Recht van vruchtgebruik
Essentie: art. 3:201 BW  vruchtgebruik geeft het recht om:
a. Andermans goederen te gebruiken, en
b. Daarvan de vruchten te genieten

Lijkt op erfpacht, verschil:
- Erfpacht kan uitsluitend op onroerende zaken, vruchtgebruik kan op alle goederen rusten
(art. 3:1)
Om specifiek te zijn kan het object alle individueel bepaalde roerende of onroerende zaken en
rechten, alsmede een algemeenheid van goederen (nalatenschap, onderneming) zijn.
- Vruchtgebruik is beperkt tot het leven van oorspronkelijke vruchtgebruiker (art. 3:203 lid 2)

Aanvullingen op deze duur:
 Vruchtgebruik kan worden gevestigd ten behoeve van twee/meer personen, hetzij
gezamenlijk, hetzij opvolging, mits zij allen op het ogenblik van vestiging bestaan (art. 3:203
lid 1). In beide gevallen gaat recht van vruchtgebruik pas met overlijden van langstlevende
vruchtgebruiker teniet.
 het is mogelijk dat vruchtgebruik wordt gevestigd ten behoeve van een rechtspersoon (bv.
stichting). Hierbij wordt als tijdstip van overlijden aangemerkt de tijdstip van ontbinding met
een max. duur van 30 jaar (art. 3:203 lid 3). Duur van vruchtgebruik wordt niet beïnvloed
door overdracht/bezwaring ten gunste van een derde (art. 3:223).

Art. 3:225  na het eindigen van het vruchtgebruik rust op de vruchtgebruiker de verplichting de
goederen ter beschikking van de hoofdgerechtigde te stellen = restitutieplicht.

, Bevoegdheden vruchtgebruiker
I. Vruchttrekking
De vruchten genieten (art. 3:201). Hij wordt daarvan eigenaar krachtens vruchttrekking.
 Hem komen alle vruchten toe, die tijdens het vruchtgebruik afgescheiden of opeisbaar
worden (art. 3:216 jo. 5:17)  hieronder vallen natuurlijke en burgerlijke vruchten (art. 3:9).
II. Ge bruik en verbruik
Volgens art. 3:207 lid 1 de bevoegdheid om het goed te gebruiken of te verbruiken overeenkomstig
de bij de vestiging van recht gestelde regels (als deze ontbreken dient ge- of verbruik te geschieden
met inachtneming van de aard van de goederen en de plaatselijke gewoonten)
Of een zaak verbruikt (herhaald verbruik is uitgesloten) mag worden zal ook afhangen van
partijbedoelingen
III. Beheer: algemeen & beheer inning vorderingen
Vruchtgebruiker is bevoegd tot alle handelingen die tot een goed beheer van het vruchtgebruik
dienstig kunnen zijn (art. 3:207 lid 2).
 Alle aan het vruchtgebruik onderworpen vorderingen in en buiten rechte nakoming te eisen
en betalingen in ontvangst te nemen (art. 3:210 lid 1)
 Overeenkomsten te ontbinden en op te zeggen
(bij vestiging kunnen deze bevoegdheden worden uitgesloten)

Er is één ding wat vruchtgebruiker moet respecteren: art. 3:208  bestemming van de zaak

Ontstaan
Het recht van vruchtgebruik is beperkt recht en als zodanig onderworpen aan regels die gelden voor
ontstaan van beperkte rechten in het algemeen
Art. 3:202  ontstaan door vestiging of verjaring
a. Vestiging: schakelbepaling van art. 3:98 van toepassing, dus nodig zijn: goederenrechtelijke
overeenkomst, geldige titel, vestigingsformaliteit (art. 3:89) en beschikkingsbevoegdheid
b. Verjaring: onafgebroken bezit van recht door bezitter te goeder trouw (art. 3:11) van drie of
tien jaren (afhankelijk van vruchtgebruik goed art. 3:99). Of via extinctieve verjaring indien
niet te goeder trouw (art. 3:105).

2. Erfdienstbaarheden
Terminologie: art. 5:70 lid 1  een last waarmee een onroerende zaak (dus kan ook gaan om een
opstal dat los van het grondstuk is waarop deze zich bevindt), het dienende erf, ten behoeve van een
andere onroerende zaak, het heersende erf, is bezwaard
‘ten behoeve van’: heersende erf moet enige voordeel van erfdienstbaarheid ervaren, dit voordeel
persoonlijk als zodanig ervaren is voldoende. RFV

Erfdienstbaarheid is een beperkt recht i.d.z.v. art. 3:8 en als zodanig onderworpen aan de beginselen
en regels die gelden voor beperkte rechten in algemeen
Erfdienstbaarheid is tevens afhankelijk recht i.d.z.v. art. 3:7 en is zodanig verbonden aan eigendom
van heersende erf dat het zonder dat eigendomsrecht niet kan bestaan. Dus wordt heersend erf
vervreemd/bezwaard, dan wordt erfdienstbaarheid dat ook van rechtswege (art. 3:82)

Het is niet noodzakelijk dat heersende en dienend erf aan elkaar grenzen.

Afhankelijk van aard/strekking van wettelijke bepaling in kwestie kunnen de rechten/verplichtingen
die uit de erfdienstbaarheid voorvloeien voor de eigenaar van heersend/dienend erf, onder
omstandigheden ook gelden ten behoeve van/ten laste van een gebruiker/niet-eigenaar van dat erf.
Zowel gebruikers met persoonlijk recht (huurders/pachters), als voor beperkt gerechtigden
(erfpachters/vruchtgebruikers).

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
April 13, 2025
Number of pages
60
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ztudent Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
19
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
1 day ago

3.3

3 reviews

5
1
4
0
3
1
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions