Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting zwangerschap

Rating
-
Sold
-
Pages
16
Uploaded on
07-04-2025
Written in
2024/2025

Uitgebreide samenvatting over zwangerschap. Gaat over onderwerpen van hoe de innesteling gebeurd tot over complicaties in het kraambed.

Institution
Course

Content preview

Ontwikkeling embryo:

4-6 weken Aanleg centrale zenuwstelsel
5-6 weken Neurale buis sluit. Het hart gaat
functioneren
7 weken Oernieren
8 weken Testes worden aangelegd
10 weken Nieren zijn aangelegd
12 weken Slikmechanisme
13 weken ovarium

Bevruchting:
Een eicel en een spermacel versmelten met elk 23 chromosomen waardoor een zygote
ontstaat met 46 chromosomen. Dit gebeurt vaak binnen een dag na de eisprong in de
eileider. Meerdere spermacellen zijn nodig om de beschermende laag, wat om de eicel
zit, kapot te maken want uiteindelijk kan 1 spermacel de eicel bevruchten. Zodra de
zaadcel eicel binnentreedt start polyspermie waardoor geen andere spermacellen naar
binnen kunnen. Ook start het voltooien van meiose II waarbij de eicel volledig rijpt. De
kernen van de cellen smelten samen (amfimixis). Dit is het officiële moment van
samensmelten.

Nidatie = innesteling:
De zygote start met klievingsdelingen waarbij de cellen steeds kleiner worden. Binnen
paar dagen ontstaat er holle bol van cellen wat blastocyste heet. Deze bereikt
baarmoeder en hecht zich aan binnenbekleding van baarmoederwand waar innesteling
begint. Het blastocyste is hol bolletje waarin vloeistof zit dat bestaat uit embryoblast en
trofoblast (wordt placenta). Het embryoblast is een groepje cellen aan 1 kant van
blastocyste, deze kant zal aan baarmoeder vast gaan zitten. De buitenste laag cellen
heet trofoblast, deze wordt steeds dikker en wordt 2 lagen:
-cellulaire trofoblast: cellen blijven intact en worden beschermende laag
-syncytiotrofoblast: buitenste laag waarin celmembraan verdwijnt waardoor het
een geheel is met baarmoederwand. Het breekt cellen van baarmoederslijmvlies
af waardoor blastocyste in baarmoederwand gaat. Hierdoor kan het voeding en
zuurstof uit moeder halen. In begin is het een klein gat maar dit wordt geheeld
door epitheel cellen. Het zit nu volledig in het slijmvlies zelf en niet meer in holte.
Het embryoblast zal zich in 2 lagen gaan splitsen: ectoderm en endoderm

Vorming van amnionholte:
Als blastocyste in baarmoederwand zit gaat het zich organiseren.
Het embryoblast ligt in het begin tegen de trofoblast aan. Dit gaat langzaam los van
elkaar waardoor er een ruimte tussen deze twee celgroepen ontstaat. Deze gaat zich
vullen met vocht wat de amnionholte wordt genoemd. Deze zal in de loop van de
zwangerschap steeds groter worden en zich vullen met vruchtwater wat het embryo
beschermt tegen uitdroging en schokken. Deze holte zal zich uiteindelijk gaan omringen
met een vlies (amnion) dat helpt bij bescherming en voeding van de baby.

,Galstrulatie: vorming van mesoderm
Het ectoderm en mesoderm zijn voor de vorming van het amnionholte al ontstaat uit het
embryoblast. In de galstrulatie die op dag 12 plaatsvind ontstaat er nog een derde laag:
mesoderm. Deze wordt gevormd uit bovenste laag van het embryoblast (epiblast). Je
hebt dan de volgende lagen die de kiembladen worden genoemd:
-ectoderm: oppervlakkige laag cellen aan buitenkant van embryo. Dit wordt de
huid, zenuwstelsel en structuren zoals haar en nagels
-mesoderm: de laag tussen de andere twee. Dit zullen spieren, botten, hart,
bloedvaten worden.
-endoderm: diepe laag cellen die dichter bij binnenkant van embryo ligt. Dit
worden de binnenste organen (spijsvertering, longen en lever etc.)

Vorming van vruchtvliezen:
Na de vorming van kiemlagen ontstaan er 4 vruchtvliezen die ontstaan om embryo te
helpen groeien en ontwikkelen.
-dooierzak/yolk sac: 1e vruchtvlies dat ontstaat. Het is een blaas binnen
blastocyste. Gedurende gastrulatie verplaatsen cellen van mesoderm zich rond
deze blaas om hem verder te laten vormen. Deze zak zal later grote rol spelen in
vorming van bloedvaten.
-amnion: bestaat uit cellen van ectoderm en mesoderm. Dit vlies groeit met
embryo mee, hierdoor wordt amnionholte ook groter. Het bevat vruchtwater wat
baby beschermt
-allantoïs: blaas die ontstaat uit cellen van endoderm en mesoderm. Dit zal later
de urineblaas worden en is betrokken bij vorming van navelstreng en bloedvaten.
-chorion: ontstaat wanneer cellen van mesoderm een laag onder het trofoblast
vormen. Dit vlies zorgt ervoor dat voedingstoffen van baarmoederwand naar
embryo worden gebracht. Later zal het chorion de placenta worden en het
embryo voorzien van voedingstoffen en zorgen dat de afvalstoffen worden
afgevoerd.

, Placentatie: proces waarin placenta wordt gevormd
Dit proces begint met ontwikkeling van bloedvaten in het chorion.
1. Mesoderm groeit lang de villi van het trofoblast (buitenste laag blastocyste).
Deze villi vormen chorionvlokken die tegen het weefsel van de moeder
aanliggen.
2. Binnen in de villi ontstaan embryonale bloedvaten. De bloedsomloop zal zich
ontwikkelen wanneer het hart van embryo rond week 3 start met kloppen.
3. Villi gaan groeien en vertakken zich. Hierdoor komt er een complex netwerk
van bloedvaten in de baarmoederwand
4. Het bloed van de moeder stroomt in de vaten rondom de villi. Hierdoor
kunnen gassen en voedingstoffen diffunderen tussen het bloed van de
moeder en het embryo.
Tegelijkertijd is embryo verbonden met chorion via een hechtsteel die de navelstreng
wordt. Deze bevat bloedvaten die bloed van en naar placenta vervoert. Tegen einde van
1e trimester ligt embryo verder weg van placenta en beweegt het vrij rond in
amnionholte.

Placentahormonen:
HCG: betrouwbare aanwijzing voor zwangerschap en zorgt dat gele lichaam intact blijft.
Tot die tijd blijven de eierstokken nog progesteron aanmaken wat het
baarmoederslijmvlies intact blijft. Het gele lichaam blijft dit 3-4 maanden doen, dan
neemt placenta zijn functie over
Progesteron en oestrogeen: rond einde van 1e trimester neemt placenta productie van
progesteron en oestrogeen over van gele lichaam. Deze hormonen houden
baarmoederslijmvlies intact. De stijging van oestrogeen aan einde van 3e trimester helpt
bij opwekken van weeën en de bevalling.
HPL en placentair prolactine: helpen de melkklieren in de borsten voor te bereiden op
melkproductie.
Relaxine: wordt door gele lichaam en placenta gemaakt. Het zorgt ervoor dat botten in
bekken losser worden zodat deze bij bevalling beter uitgerekt kunnen worden. Ook wordt
baarmoedermond weider voor de bevalling. Als laatste vertraagd het de weeën zodat
bevalling op juiste moment start.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 7, 2025
Number of pages
16
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$6.46
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
irisnijenstein

Get to know the seller

Seller avatar
irisnijenstein Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions