HOOFDSTUK 1: DE GROTE LOCALISATORISCHE SYNDROMEN
1.1 PYRAMIDAAL SYSTEEM
- Functie = bewuste, vrijwillige bewegingen
- Tractus:
o Tractus corticospinalis = tractus pyramidalis
o Kruisende banen (rechterbeen bewegen = linker cortex)
- Cortex:
o Precentrale gyrus, area 4 van Brodman
o Pyramidale cellen = Betzcellen
o Zie de “humunculus” = somatotopie
TRACTUS CORTICOSPINALIS
Weg die de tractus aflegt:
Kuising van 90%
Area 4 v.d. vezels t.h.v. de
Capsula interna Medulla oblongata
van Brodman decussatio
pyramidum
1
,NA DE KRUISING
- Synaps op spinaal niveau met motorische voorhoorncellen (= lower/perifeer motor neuron)
- Synaps met motorische kernen van de craniale zenuwen zowel homo- als contralateraal
à met uitzondering van de nervus facialis (n. VII) inferior
Opmerking:
De scheidingslijn tussen het centraal en het perifeer zenuwstelsel is de dura mater, en hierbij telt de
locatie van het ganglion.
à Dit wil zeggen dat het perifere motorische neuron deel is van het centraal zenuwstelsel!!!
Tractus corticospinalis
- Centraal motorisch neuron (CMN) = pyramidebaan
- Perifeer motorisch neuron (PMN) = motorische voorhoorncel met uitloper naar de spier
o Innervatie van de spieren (alfa-neuronen)
o Tussenkomst in de reflexboog (gamma-neuronen)
2
, Reflexboog
INVLOED VAN CMN OP PMN
Exciterende werking Inhiberende werking
- Spiercontractie VS. - Voorkomen van hyperreflexie
- Bewuste vrijwillige bewegingen - Voorkomen van hypertonie
à Normaal bestaat hier een mooi evenwicht tussen zodat geen van beide invloeden de bovenhand neemt
LETSELS VAN CMN
Acuut:
- Contralaterale uitval van exciterende functie
- Paralyse (facialis inferior parese contralateraal)
- Areflexie
- Hypotonie
Uren-weken nadien:
- Uitval van inhiberende werking
- Hyperreflexie
- Hypertonie (spasticiteit)
Opmerking:
Hypertonie is een verschijnsel dat voorkomt bij zowel pyramidale als extra-pyramidale aantasting:
- Pyramidaal = spasticiteit (snelheidsafhankelijke weerstand, knipmesfenomeen)
- Extra-pyramidaal = rigiditeit (loden buis fenomeen, tandrad-rigiditeit)
3
, LETSELS VAN PMN
- Parese
- Hypotonie
- Areflexie
- Atrofie (perifere zenuw = trofisch centrum van de spier, dus bij uitval valt de trofische tonus weg)
- Fasciculaties (= acuut teken van verlies van connectie tussen de perifere zenuw en spier)
1.2 EXTRA-PYRAMIDAAL SYSTEEM
- Functie = vlotte, automatische bewegingen (bv. armzwaai bij gang)
- Actieve zones:
o Corticale zones in frontale kwab
o Basale ganglia
o Mesencefale kernen:
§ Nucleus subthalamicus
§ Substantia nigra
§ Nucleus ruber
o Medulla oblongata:
§ Oliva inferior
§ Substantia reticularis
Opmerking:
à Een asymmetrische armzwaai is een teken van een (toekomstige) onderliggende neurologische
aandoening en is 1 van de eerste tekenen van Parkinson
STOORNISSEN VAN HET EXTRA-PYRAMIDAAL SYSTEEM
Spiertonus:
- Verhoogd
- Tandradfenomeen = rigiditeit = pathologisch gelijktijdig gebruik van agonisten en antagonisten
Onwillekeurige bewegingen:
- Nemen toe bij emotie (bv. stress)
- Verdwijnen tijdens de slaap
- Dyskinesieën (= overmatige, ongecontrolleerde bewegingen)
- (Rust)tremor (bv. pillenrollen) ßà actietremor bij cerebellaire aandoening
à Volgens toenemende amplitude:
Naam Beschrijving
Tremor Bv. bij Parkinson
Chorea = Bewegingsonrust met wisselende frequentie en kleine amplitude (bv. Huntington)
Athetose = Bewegingsonrust met wisselende frequentie en grote amplitude
(Hemi)ballisme = Extreme vorm van athetose (“hemi-“= unilateraal)
Myoclonie = Vergelijkbaar met inslaapmyoclonie, maar dan pathologisch
Dystonie = Abnormale houding
4