6.9 GEWRICHTEN WORDEN INGEDEELD AAN DE HAND VAN HUN
BEWEGINGSMOGELIJKHEDEN OF VAN HUN ANATOMISCHE
ORGANISATIE
Gewrichten zijn botverbindingen of articulaties die bestaan op alle plaatsen waar twee
beenderen samenkomen.
✓ Structuur bepaalt het type beweging
✓ Elk gewricht vormt een compromis tussen de behoefte aan stevigheid en
stabiliteit en de behoefte aan beweging
Botverbindingen worden ingedeeld aan de hand van hun bouw en functie. De indeling
aan de hand van de bouw is gebaseerd op de anatomie van het gewricht:
✓ Junctura fibrosa: verbinding die bestaat uit bindweefsel
✓ Junctura cartilaginea: kraakbeenverbinding
✓ Junctura synovialis: een gewricht
BOUW FUNCTIE
Junctura fibrosa: vezelige verbinding Synartrosen: onbeweeglijk
Junctura cartilaginea Amfiartrosen: beperkt beweeglijk
Junctura synovialis: synoviale gewrichten Diartrosen: vrij bewegen
9.1 ONBEWEEGLIJKE BOTVERBINDINGEN: SYNARTROSEN
✓ Benige randen bevinden zich dicht tegen elkaar, ze kunnen zelfs in elkaar grijpen
✓ Ofwel vezelig van bouw
▪ Naadverbinding (sutura) schedel
▪ Spijkergewricht (tand)
✓ Ofwel kraakbenig wat een synchondrose heet
▪ De verbinding tussen de eerste paar ribben en het sternum
▪ Epifysekraakbeen waarmee diafyse en epifyse in een groeiend lang bot zijn
verbonden
9.2 ENIGSZINS BEWEEGLIJKE GEWRICHTEN: AMFIARTROSEN
✓ Zeer beperkte bewegingsmogelijkheid
✓ De beenderen liggen meestal verder uiteen dan bij een synartrose
✓ Ofwel vezelig van bouw = een syndesmose
▪ Gewricht door een band verbonden
, ▪ Voorbeeld: de distale verbinding tussen de tibia en fibula
✓ Ofwel een kraakbenig = een symfyse
▪ De beenderen zijn door een brede schijf of een kussen van kraakbeen
gescheiden
▪ Voorbeeld: tussenwervelschijven, voorste verbinding van de ossa pubis
(schaambeen)
Syndemose Symfyse
9.3 VRIJ BEWEEGLIJKE GEWRICHTEN: DIARTROSEN
✓ Synoviale gewrichten
✓ Zijn vrij beweeglijke gewrichten
✓ Bevinden zich meestal aan uiteinden van lange beenderen (beenderen van
armen en benen)
✓ Botoppervlakken komen niet met elkaar in
contact omdat ze bedekt zijn met
gewrichtskraakbeen
▪ Lijkt op hyalien kraakbeen maar heeft
geen perichondrium + meer water in de
matrix
✓ Het gewricht is omgeven door een vezelig
gewrichtskapsel
✓ Het oppervlak van de gewrichtsholte is aan
de binnenkant bekleed met een synoviaal
membraan (vlies)
✓ Het gewricht wordt gesmeerd door
gewrichtsvloeistof of synoviaal vocht binnen
de gewrichtsholte
▪ Daardoor wordt de wrijving tussen de bewegende oppervlakken in het
gewricht verminderd
,Het zijn complexe gewrichten
✓ Soms zijn er extra kussentjes voorzien in
de tegenover elkaar gelegen
gewrichtsoppervlakken
▪ Voorbeeld: menisci in de knie:
bevatten schokbrekende kussentjes
van vezelig kraakbeen
✓ Deze gewrichten bevatten ook
vetkussentjes: beschermen het
gewrichtskraakbeen en werken als
verpakkingsmateriaal
✓ Buiten het gewrichtskapsel zijn soms
ook ligamenten (= gewrichtsbanden)
aanwezig:
▪ Verbinden het ene bot met het andere
✓ Plaats waar pees of band tegen ander weefsel wrijft --> ontstaan slijmbeurzen (=
bursae)
▪ Kleine pakketjes bindweefsel met synoviale vloeistof
▪ Verminderen wrijving en werken als schokdemper
Samenvatting van functionele indeling van botverbindingen
, 6.10 VERSCHILLENDE BEWEGINSMOGELIJKHEDEN VAN SYNOVIALE
GEWRICHTEN
10.1 Glijbeweging
✓ Twee tegenovergestelden oppervlakken glijden langs elkaar
✓ Geringe beweging, mate van beweging is dus beperkt
✓ Beweging kan in vrijwel elke richting
✓ Rotatie of hoekbeweging wordt meestal verhinderd door de ligamenten en het
gewrichtskapsel
✓ Voorbeelden:
▪ Tussen de oppervlakken van verbonden
handwortelbeentjes of tarsale beenderen
▪ Tussen claviculae en sternum