module1 algemene psychologie les 2 Flashcards | Chegg.com
Kortrijk Vives
,GESCHIEDENIS VAN DE PSYCHOLOGIE
1.3.1 DE VERRE VOORGESCHIEDENIS
Opkomst filosofie => hele vooruitgang in het zoeken naar kennis en inzicht
Bekendste filosofen in de 5e eeuw voor Christus in het Oude Griekenland
Socrates
Plato
Aristoteles
“duistere middeleeuwen”:
Geen ruimte voor een filosofisch debat, omdat de Kerk het discours beheerste en zei
dat het antwoord op alle vragen te vinden was in de Bijbel
1.3.2 DE MEER DIRECTE VOORGESCHIEDENIS
16e eeuw:
Ontdekkingsreizen: men leerde meer nieuwe dingen kennen
Uitvinding boekdrukkunst: verspreiding van kennis
Er waren meer mensen binnen de moderne wetenschappen:
Nicolaus Copernicus (sterrenkunde)
Johannes Keppler (sterrenkunde)
Galileo Galilei (sterrenkunde)
Isaac Newton (fysica)
Robert Boyle (chemie)
Andreas Vesalius (biologie & anatomie) -> hij sneed lijken open om te onderzoeken
Zorgvuldige zintuigelijke observatie leidt tot betrouwbare kennis
Rationalisme -> René Descartes: de waarde van het logisch denken (= ratio) werd beklemtoond
Empirisme -> John Locke: benadrukt het grote belang van zintuigelijke waarneming (= de empirie)
Descartes: (ratio) logisch denken
Hij maakte een onderscheid tussen ‘res cogitans’ (= het denkende vermogen) en de ‘res
extensa’ (= alles wat ruimte inneemt, de materie) ( ziel en vermogen)
“Alleen materie kan wetenschappelijk onderzocht worden”
“Geest onderzoeken kan niet via zintuigelijke waarneming maar kan beter rechtstreeks via
het denken zelf (via de filosofie) bestudeerd worden
Dus de kunstmatige opdeling tussen lichaam en ziel hinderde lange tijd de ontwikkeling van
de menswetenschappen en meer bepaald van een wetenschappelijke psychologie
John Locke: (empirie) zintuigelijke waarnemingen
In tegenstelling tot Descartes beweerde hij dat de mensen ter wereld kwamen als een
‘tabula rasa’ dus dat het menselijke bewust zijn bij de geboorte een soort lege ruimte is, die
later opgevuld wordt met de vele indrukken ze opdoen via de zintuigen
Het bewustzijn is wel toegankelijk voor observatie, maar bleef beperkt tot de eigen innerlijke
gewaarwordingen
Pas later kwam het inzicht dat inzichten ook door anderen gecontroleerd moeten kunnen
worden en experimenteel getoetst moeten worden
1
,Psychofysica: sommige onderzoekers, vooral fysiologen en natuurkundigen, gebruikten hun
wetenschappelijke instrumentarium om die nieuwe, psychologische ideeën meteen aan te pakken
1.3.3 DE PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP VAN HET BEWUSTZIJN
Wundt: (Duitsland)
Eerste laboratorium voor experimentele psychologie in 1879
Introductie van de experimentele methode
Gedrag uitlokken – waarnemen
Experimentele bewustzijnspsychologie
Titchener: (VS)
Gedrag uitlokken – waarnemen – via introspectie
Hoofddoel vd experimentele psychologie was volgens hem de STRUCTUUR van de
geest te analyseren
Structuralisme
Bv hoe mensen pijn ervaren
Introspectie: naar binnen kijken in jezelf
Experimentele bewustzijnspsychologie: het probeert de aard van het menselijke bewustzijn,
subjectieve ervaringen en mentale processen te bestuderen door middel van gecontroleerde
experimenten en observaties
In Amerika dachten ze pragmatisch (we willen dat iets werkt, maakt niet uit hoe) -> ontstaan van de
functionalistische bewustzijnspsychologie
Functionalistische bewustzijnspsychologie: men richtte liever de blik op de werking en het nut
ervan. je moet niet nadenken, het moet werken en ze gebruiken dezelfde manier van Wundt en
Titchener zoals proeven dierenproeven
Men veranderde de naam ‘bewustzijn’ naar ‘mental activities’
1.3.4 DE BEHAVIORISTISCHE REVOLUTIE
Watson: (behaviorisme)
Alleen uitwendig waarneembare gedrag
Gedrag kan herleid worden tot stimulus – respons – verbindingen ( alles wat er tussen de S-R
opvatting komt is niet te weten / meten)
Behaviorisme: het gedrag verklaren op basis van objectief waarneembare feiten
Voorbeeld van baby Albert 11m (bang worden van witte rat, iedere keer als Albert de rat
zag maakte hij een hels lawaai waardoor Albert iedere keer schrok en zo bang werd)
1.3.5 NIEUWE KLEMTONEN IN AMERIKA
DE GESALTPSYCHOLOGIE
Gestalt: het verwijst naar een geheel die eigen kenmerken vertoont die alleen terug te vinden zijn in
de Gestalt als geheel dus als je het geheel bekijkt dan is het heel anders dan als je de onderdelen
apart bekijkt. Geheel > som v.d. delen
Bv je ziet blije ogen en droevige ogen, terwijl de ogen hetzelfde zijn
2
, DIEPTEPSYCHOLOGIE
Freud :
Psychoanalyse komt vanuit de psychiatrie (zieke mensen)
Alles komt voort vanuit ons onderbewuste. Gedrag wordt verklaard door onbewuste
motieven
Adler:
Individuele psychologie
Jung:
Analystische psychologie
Lacan
Het onbewuste is gestructureerd als taal, het is een systeem van symbolen en betekenissen,
belangrijk bij de vorming van het Zelf
1.3.6 AMERIKA EN DE HERONTDEKKING VAN HET INNERLIJKE
Neobehaviorisme: behoudt veel kernprincipes van het behaviorisme maar met enkele wijzigingen
Woodworth:
S – O – R – opvatting
S: stimulus
O: organisme (verwijst naar de black box = het ‘verborgen’ innerlijke van het individu, maar
waar we geen rechtstreekse inkijk in hebben)
R: respons
Humanistische psychologie: heeft een positieve blik op de menselijke aard. Het houdt zich bezig met
ontwikkelingsleer, psychotherapie en trainingen van gezonden en geesteszieke cliënten (reactie op
neobehaviorisme) –> gaan niet wetenschappelijk verantwoord te werk
Maslow: motivatietheorie (niet wetenschappelijk)
Rogers: cliëntgerichte psychotherapie
3