ZWANGERSCHAP 1: BELANGRIJKE THEORIE
Inhoudsopgave
Zwangerschap 1: Vitale parameters … 2
Zwangerschap 1: Fysische parameters … 10
Zwangerschap 1: Prenataal onderzoek … 14
Zwangerschap 1: Handgrepen Leopold … 20
Zwangerschap 1: Prenataal consult (vervolg) … 23
Zwangerschap 1: Psychologische veranderingen … 29
Zwangerschap 1: Seksualiteit … 34
1
,Zwangerschap 1: Vitale parameters
● 5 vitale parameters:
1) Hartslag (polsslag)
2) Bloeddruk
3) Ademhaling
4) Lichaamstemperatuur
5) Bewustzijn
● Vitale functies = van levensbelang + geregeld door het centraal zenuwstelsel
- ademhaling
- bloedcirculatie
- bewustzijn
● Vitale organen = 1 systeem
- longen
- hart
- hersenen
● Vitale functies bewaken via parameters
1) Observeren
- globaal beeld
- zintuigen: kijken, luisteren, voelen
2) Meten
- exacte waarden
- beïnvloed door emoties
- beïnvloed door activiteit
- beïnvloed door ziekte, aandoeningen…
3) Vergelijken
- nood aan referentiewaarden (in rust)
- verbetering / verslechtering
- frequentie: afhankelijk van de bedreiging van de vitale functies
1. Hartslag
● Principe
- elke hartslag: 70-100 ml bloed in de arteriën (=slagaders)
- Pulsaties = golfbeweging
- slagader is elastisch: zet uit / neemt oorspronkelijke vorm weer
aan
- Pulsus = polsslag
- Centrale pulsaties - perifere pulsaties
● Opnameplaats
- Voorwaarden:
- waar arteria oppervlakkig ligt
- boven een bot
2
, - Plaatsen
- arteria temporalis: slapen
- arteria carotis : hals(slechts aan 1 kant voelen!)
- arteria brachialis: elleboogplooien (pinkzijde)
- arteria radialis : polsen (duimzijde)
- arteria femoralis : liezen
- arteria poplitea : knieholten
- arteria tibialis : binnenzijde enkels
* Hartslagader kan je het beste voelen → heeft 2 slagaders
* Als de placenta (die vastzit aan de binnenkant van de
baarmoeder) tijdens de naweeën eruit wordt geperst → zal de
baarmoeder ineentrekken om de “wonde” van 20 cm te verkleinen,
openstaande bloedvaten verminderen.
* Iemand die veel bloed verliest, dan gaan het lichaam proberen zo
veel mogelijk bloed in de vitale organen pompen.
● Observaties
- frequentie
- afgekort als HS of PUL (pulse rate)
- = aantal slagen per minuut (sl./min.)
- afhankelijk van conditie, leeftijd en geslacht
- normaalwaarden (= referentiewaarden) volwassene : 60-90
sl./min
- bradycardie : verlaagde hartfrequentie
- < 60 sl./min.
- F: diepe slaap
- P: hart- of hersenafwijking
- tachycardie : verhoogde hartfrequentie
- > 100 sl./min.
- F: emoties, caffeïne, inspanning
- P: bloeding, koorts
* Bloeding: waarom een hogere hartfrequentie? Je hart moet
meer moeite doen om bloed te pompen naar de vitale organen.
* Koorts: verhoogde lichaamstemperatuur reguleren. Heel het
lichaam is warm en we verliezen veel vocht en zweet. Vocht
zorgt ervoor dat ons lichaam gaat afkoelen en daardoor gaat
de lichaamstemperatuur naar beneden. Ons lichaam zit vol met
bloedvaten, dus als het bloed weer meer aanwezig is in de
vitale organen gaan de bloedvaten via straling terug warmte
aan ons lichaam afgeven.
- ritme
- Regulair ritme: hartslagen volgen elkaar op met regelmatige
samentrekkingen
3
, - Irregulair ritme = arithmie: hartslagen volgen elkaar op met
onregelmatige samentrekkingen bv. extrasystole
- vulling-sterkte
- = hoeveelheid bloed die per samentrekking in de slagader
wordt geperst
- Grote vulling - sterkte
- Normale vulling - sterkte
- Geringe vulling - sterkte
2. Bloeddruk = tensie
- 2 waarden: systole en diastole
1) systolische druk = systole = bovendruk: ontstaat op het moment dat
het hart zich samentrekt
2) diastolische druk = diastole = onderdruk: ontstaat op het moment dat
het hart zich ontspant
→ verschil tussen beiden = polsdruk: mag niet hoger zijn dan 40 mmHg
- afkorting: BD of RR (=Riva-Rocci)
- mmHg = millimeter kwikdruk
- cmHg= centimeter kwikdruk
- Normaalwaarde : 115/75 mmHg
- Abnormale bloeddruk
1) Hypertensie: verhoogde bloeddruk
- diastolische bloeddruk is van belang
- normaal tussen 70 en 90 mmHg
- verhoogde druk in de vaten bij ontspanning van het hart
- schadelijk voor bloedvaten (bv. hersenbloeding)
- speciale vorm: spreekuurhypertensie
2) Hypotensie: verlaagde bloeddruk
- duizelig, bleek, klam, kans op flauwvallen (syncope)
- waarden minder duidelijk dan bij hypertensie -> totaalbeeld
- speciale vorm : orthostatische hypotensie = verlaging van de
BD als men van liggende houding gaat zitten of staan (bv.
eerste opkomen na OK/sectio: begeleiden!!!)
● Materiaal
1) Manuele bloeddrukmeter
- manchet: binnenkant rubber, buitenkant niet rekbaar zeildoek,
klittenband, verschillende maten
- manometer: om druk af te lezen
- handpomp met ventiel: manchet opblazen / ontluchten (draai-
of drukventiel)
- stethoscoop
2) Automatische bloeddruk meting
- professioneel (thuis: bovenarm of pols)
- Voordelen! automatische herhaling, HS, outprint, …
4
Inhoudsopgave
Zwangerschap 1: Vitale parameters … 2
Zwangerschap 1: Fysische parameters … 10
Zwangerschap 1: Prenataal onderzoek … 14
Zwangerschap 1: Handgrepen Leopold … 20
Zwangerschap 1: Prenataal consult (vervolg) … 23
Zwangerschap 1: Psychologische veranderingen … 29
Zwangerschap 1: Seksualiteit … 34
1
,Zwangerschap 1: Vitale parameters
● 5 vitale parameters:
1) Hartslag (polsslag)
2) Bloeddruk
3) Ademhaling
4) Lichaamstemperatuur
5) Bewustzijn
● Vitale functies = van levensbelang + geregeld door het centraal zenuwstelsel
- ademhaling
- bloedcirculatie
- bewustzijn
● Vitale organen = 1 systeem
- longen
- hart
- hersenen
● Vitale functies bewaken via parameters
1) Observeren
- globaal beeld
- zintuigen: kijken, luisteren, voelen
2) Meten
- exacte waarden
- beïnvloed door emoties
- beïnvloed door activiteit
- beïnvloed door ziekte, aandoeningen…
3) Vergelijken
- nood aan referentiewaarden (in rust)
- verbetering / verslechtering
- frequentie: afhankelijk van de bedreiging van de vitale functies
1. Hartslag
● Principe
- elke hartslag: 70-100 ml bloed in de arteriën (=slagaders)
- Pulsaties = golfbeweging
- slagader is elastisch: zet uit / neemt oorspronkelijke vorm weer
aan
- Pulsus = polsslag
- Centrale pulsaties - perifere pulsaties
● Opnameplaats
- Voorwaarden:
- waar arteria oppervlakkig ligt
- boven een bot
2
, - Plaatsen
- arteria temporalis: slapen
- arteria carotis : hals(slechts aan 1 kant voelen!)
- arteria brachialis: elleboogplooien (pinkzijde)
- arteria radialis : polsen (duimzijde)
- arteria femoralis : liezen
- arteria poplitea : knieholten
- arteria tibialis : binnenzijde enkels
* Hartslagader kan je het beste voelen → heeft 2 slagaders
* Als de placenta (die vastzit aan de binnenkant van de
baarmoeder) tijdens de naweeën eruit wordt geperst → zal de
baarmoeder ineentrekken om de “wonde” van 20 cm te verkleinen,
openstaande bloedvaten verminderen.
* Iemand die veel bloed verliest, dan gaan het lichaam proberen zo
veel mogelijk bloed in de vitale organen pompen.
● Observaties
- frequentie
- afgekort als HS of PUL (pulse rate)
- = aantal slagen per minuut (sl./min.)
- afhankelijk van conditie, leeftijd en geslacht
- normaalwaarden (= referentiewaarden) volwassene : 60-90
sl./min
- bradycardie : verlaagde hartfrequentie
- < 60 sl./min.
- F: diepe slaap
- P: hart- of hersenafwijking
- tachycardie : verhoogde hartfrequentie
- > 100 sl./min.
- F: emoties, caffeïne, inspanning
- P: bloeding, koorts
* Bloeding: waarom een hogere hartfrequentie? Je hart moet
meer moeite doen om bloed te pompen naar de vitale organen.
* Koorts: verhoogde lichaamstemperatuur reguleren. Heel het
lichaam is warm en we verliezen veel vocht en zweet. Vocht
zorgt ervoor dat ons lichaam gaat afkoelen en daardoor gaat
de lichaamstemperatuur naar beneden. Ons lichaam zit vol met
bloedvaten, dus als het bloed weer meer aanwezig is in de
vitale organen gaan de bloedvaten via straling terug warmte
aan ons lichaam afgeven.
- ritme
- Regulair ritme: hartslagen volgen elkaar op met regelmatige
samentrekkingen
3
, - Irregulair ritme = arithmie: hartslagen volgen elkaar op met
onregelmatige samentrekkingen bv. extrasystole
- vulling-sterkte
- = hoeveelheid bloed die per samentrekking in de slagader
wordt geperst
- Grote vulling - sterkte
- Normale vulling - sterkte
- Geringe vulling - sterkte
2. Bloeddruk = tensie
- 2 waarden: systole en diastole
1) systolische druk = systole = bovendruk: ontstaat op het moment dat
het hart zich samentrekt
2) diastolische druk = diastole = onderdruk: ontstaat op het moment dat
het hart zich ontspant
→ verschil tussen beiden = polsdruk: mag niet hoger zijn dan 40 mmHg
- afkorting: BD of RR (=Riva-Rocci)
- mmHg = millimeter kwikdruk
- cmHg= centimeter kwikdruk
- Normaalwaarde : 115/75 mmHg
- Abnormale bloeddruk
1) Hypertensie: verhoogde bloeddruk
- diastolische bloeddruk is van belang
- normaal tussen 70 en 90 mmHg
- verhoogde druk in de vaten bij ontspanning van het hart
- schadelijk voor bloedvaten (bv. hersenbloeding)
- speciale vorm: spreekuurhypertensie
2) Hypotensie: verlaagde bloeddruk
- duizelig, bleek, klam, kans op flauwvallen (syncope)
- waarden minder duidelijk dan bij hypertensie -> totaalbeeld
- speciale vorm : orthostatische hypotensie = verlaging van de
BD als men van liggende houding gaat zitten of staan (bv.
eerste opkomen na OK/sectio: begeleiden!!!)
● Materiaal
1) Manuele bloeddrukmeter
- manchet: binnenkant rubber, buitenkant niet rekbaar zeildoek,
klittenband, verschillende maten
- manometer: om druk af te lezen
- handpomp met ventiel: manchet opblazen / ontluchten (draai-
of drukventiel)
- stethoscoop
2) Automatische bloeddruk meting
- professioneel (thuis: bovenarm of pols)
- Voordelen! automatische herhaling, HS, outprint, …
4