Casus 1
Herman is jarenlang vertegenwoordiger geweest van de Vlaamse fietsenproducent
Didley met fabriek in zijn thuisstad Herentals. Door het lezen in de media over de vele
ongevallen, zowel in koers als tijdens recreatieve tochten, stapt Herman echter zelf
steeds met minder plezier op zijn koersfiets. Hij bedenkt dan ook een ingenieus
systeem, waarbij er een airbag wordt ingebouwd in zijn fietshelm. Met dit toegenomen
veiligheidsgevoel geniet hij wederom met volle teugen van zijn weekendritjes. Hij
besluit dan ook de sprong te wagen en deze helm commercieel te produceren via zijn
eigen bedrijfje.
Ook in Nederland is er grote vraag naar nieuwe veiligheidsnufjes op de fiets. Herman
vindt al snel via zijn uitgebreid netwerk een aantal verdelers voor zijn helmen op de
Nederlandse markt. Na een aantal maanden succesvolle verkoop in Nederland, wordt
Herman echter geconfronteerd met twee onaangename verrassingen.
Ten eerste ontvangt Herman een factuur van 19.50 euro. De nieuwe Nederlandse
regering heeft namelijk beslist dat ook buitenlandse aanbieders van fietsproducten
moeten bijdragen aan het onderhoud van de excellente Nederlandse fietspaden. De
Nederlandse fiscus vereist dan ook – op basis van de gegevens die Nederlandse
winkels moeten aanleveren wanneer zij een geïmporteerd product voor het eerst aan
de Nederlandse markt aanbieden – een bedrag van 1% van de waarde in. Wanneer
Herman hierover navraag doet snapt hij wel dat dit een mooie manier is om de
fietsinfrastructuur op peil te houden, alsook dat het voor grote bedrijven amper
voelbaar is. Toch, voor een kleine starter als hemzelf, kan elke kost het verschil maken
tussen snelle groei of trage stagnatie. Herman, die de Nederlandse markt nu niet mag
verliezen, heeft deze eerste factuur onmiddellijk betaald, maar vraagt zich wel af of hij
hier in de toekomst iets kan aan veranderen.
De tweede brief die hij ontvangt – ditmaal van de Nederlandse Rijksoverheid
Verkeersveiligheid – baart echter meer zorgen. Doordat Herman zijn nieuwe helm
binnenin een airbag heeft, past deze zich automatisch aan de grootte van het hoofd
van de gebruiker aan. Nederlandse regels schrijven echter voor dat elke helm dient te
worden uitgerust met een draaisysteem waardoor de helm achteraan kan worden
aangepast. Deze regel bestaat omdat veiligheidsstudies aantonen dat het cruciaal is
voor overlevingskansen dat een fietshelm voldoende nauw aansluit. Vroeger kwamen
helmen namelijk in een paar standaardmaten, waardoor deze vaak te los op het hoofd
stonden, en bij een ongeval nauwelijks bescherming boden. Zo een systeem
integreren lukt echter niet voor Herman, omdat dit niet compatibel is met de
ingebouwde airbag. Bovendien kan Herman studies voorleggen die aantonen dat zijn
systeem een betere pasvorm verzekert dan het door Nederland vooropgestelde
systeem.
1
, Hoe zou u deze problemen analyseren op basis van het interne marktrecht?
Tip: werk restrictie per restrictie
Restrictie1. Wat betreft de factuur.
Stap 1. Toepassingsgebied
Stap 1a: algemene toepassingsvoorwaarden
Is het een goed? JA (commissie tegen Italië: “op geld waardeerbaar” +
“voorwerp van handelstransacties”)
Is het een lidstaat? JA, het gaat om Nederland
Is er een grensoverschrijdend element? JA een Belg verkoopt goederen in
Nederland.
Het vrij verkeer van goederen is de vrijheid die we moeten toepassen.
Stap 1b: keuze van het toepasselijk artikel
0. Is er harmonisatie? NEE
Het gaat om een tarifaire beperking omdat er iets betaald moet worden. Is het art. 30
of 110? Men betaalt om toegang te krijgen tot de markt (zelfde functie als douane).
Uiteraard het wordt vereist “wanneer zij een geïmporteerd product voor het eerst aan
de Nederlandse markt aanbieden” => betalen om een grens over te steken is een
heffing van gelijke werking en art. 30 dan van toepassing.
Elke heffing is verboden onder art. 30 VWEU. Er zijn wel nog twee elementen die op
te merken zijn:
1° “Herman snapt wel dat dit een mooie manier is om de fietsinfrastructuur op peil te
houden”, de vraagt rijst dan kan de restrictie gerechtvaardigd worden door algemeen
belang? NEE niet met artikel 30, het kan niet gerechtvaardigd worden
2° “Herman (…) snapt ook dat het voor grote bedrijven amper voelbaar is”. We moeten
herinneren dat zelf een geringe heffing het verboden is (Diamantarbeiders). Er is een
absoluut verbod.
Laatste stap: Remedie? Hij heeft recht op terugbetaling (San Giorgio)
Restrictie 2. Wat betreft de Nederlandse regel omtrent de helm en het
draaisysteem
Stap 1. Toepassingsgebied
Stap 1a: algemene toepassingsvoorwaarden
Zie restrictie Restrictie1.
2