Geschiedenis van de Nederlandstalige letterkunde: van het begin tot de Franse Revolutie
LESSEN WORDEN OPGENOMEN !!!!!!!!!!
Les 1: 15/2/23 (nakijken voor globale uitleg vak)
Eerst beetje uitleg, je kent het wel / literaire canon
-> op examen ga ik dus teksten zoals op dia 8 moeten kunnen vertalen en transcriberen
Tekstje op dia 9:
16de-eeuws (1539) drukwerkje waarbij de drukker uitlegt dat de letters die hij gebruikt niet zo
moeilijk zijn -> hij vindt de Romeinse letters veel mooier
DE SECUNDAIRE TEKSTEN ZIJN VOORAL ZELFSTUDIE (KOMT OOK OP EXAMEN)
-> zelf inschatten wat belangrijk is
‘Echt’ begin les: vanaf dia 18
Middelnederlandse literatuur: korte inleiding
We hebben het over een gebied: ‘onze’ regio (= huidig VL en NL)
Op kaart -> waren allemaal verschillende ‘landjes’
-> vele vorstendommen: graafschappen, hertogdommen, bisdommen
-> vorst was baas
-> gaat dus om taal die er werd gesproken: ‘onze taal’: dialecten waaruit later het Ned is ontstaan
-> Middelnederlands
Middelnederlands: verzamelnaam van dialecten (die in elkaar overlopen)
: taal v/ongeveer 1150 – 1500
: kwam na Oudnederlands (niet veel van over -> maar toen had je nog laatste
beklemtoonde lettergrepen)
-> literair weinig van bewaard
: voor Nieuwnederlands
= Ned v/d 16de eeuw
: +/- afgebakend t.o.v. het Duits
-> maar lastig om grens te trekken want Duits bestaat eigenlijk niet
-> je hebt Nederduits (lijkt sterk op Middelned.) en Hoogduits
-> bovenaan nog een aparte taal: het Fries
Op kaartje: 5 grote dialectgebieden (kunnen op hun beurt ook ingedeeld worden)
1. Vlaams
2. Brabants
3. Hollands
4. Limburgs
5. Oostelijk Middelnederlands
Lopen natuurlijk beetje in elkaar over
-> in sommige tussengebieden worden dialecten gesproken die een beetje v/d 2 hebben
1150 – 1500: heel dynamische tijd
- Van orale (alles mondeling -> daarom niet veel bewaard) naar schriftelijke cultuur
- In meertalige context
- Diversiteit in dit gebied enorm groot
Van orale naar schriftelijke cultuur:
-> sterke ontwikkeling binnen ‘de’ Middeleeuwen (grofweg: 500 – 1500)
Vooral vanaf 1200 gebeurt er veel op gebied van verschriftelijking
Schriftelijke cultuur: nooit weggeweest, maar lang beperkt gebleven tot religieuze centra
,In die religieuze centra: geschreven in Lat + kennis aanwezig + overschrijven v/boeken
-> dankzij centra: hele klassieke erfenis bewaard gebleven
De adel & burgerij => in die periode steeds meer belangstelling voor schrift (meer o.i.v. het schrift te
staan)
-> zien voordelen v/dingen opschrijven
-> bel. motieven: eco. (dingen opschrijven voor de handel, daarna
voor literatuur)
MAAR erg dure vorm van kennis/tekstoverdracht -> schriftelijke cultuur / lit. is duur
- Met de hand (over)geschreven -> nam erg veel tijd in beslag
- Grondstof waarop geschreven wordt: perkament = meest gebruikte schriftdrager
-> gemaakt v/huid (handig materiaal: stevig, scheurt niet makkelijk)
- Papier (komt uit Azië): opkomst vanaf 14 de eeuw (bv. vanuit hout)
-> in het begin geen lit. handschriften op papier -> na een tijdje wel: bel. want maakt boeken
goedkoper
- Boekdrukkunst: vanaf 1450 (steeds meer lit. gedrukt)
Middelnederlandse literatuur wordt nog erg veel voorgelezen (hoe meer mensen ervan kunnen
genieten, hoe beter)
-> vindt men ook handiger/makkelijker, want je neemt tekst beter tot je hardop
-> teksten dus meer op gehoor geschreven
Groot deel Middelned. lit. op rijm -> dominante vorm: gepaard rijm (aa bb cc)
Moet ook echte orale lit. hebben bestaan => volksverhalen die we eig niet kennen omdat ze tot de
prehistorie behoren (weinig bronnen)
In meertalige context:
Middelned. -> in concurrentie met andere talen
-> gebruik term diglossie (taalkunde)
Diglossie = situatie in een bep. maatschappij waar twee (of meer) talen (of dialecten) verschillen in
functie en status
Vragen bij diglossie:
Welke talen worden in welke situatie gebruikt?
Welke houding v/d mensen t.o.v. elke taal?
Diglossie -> ook in Middelew. nooit stabiel blijft veranderen omdat het macht weerspiegelt
(machtsevenwicht)
Bel. onderscheid bij diglossie -> H-talen (high) & L-talen (low)
Ned. is in de Middelew. steeds meer een H-taal aan het worden (lit.taal) -> incl. standaardisering
-> emancipeert zich t.o.v. het Latijn (taal Kerk) (= H-taal)
-> emancipeert zich t.o.v. het Frans (lingua franca v/d adel)
-> Frans wordt door adel v/EU gebruikt (meest prestigieuze taal + voor onderlinge comm.)
Grote diversiteit:
Geografisch grote diversiteit: versch. gebieden met allemaal eigen gebruiken, wetten, structuren, …
: pol. situatie in graafschappen, hertogdommen, bisdommen
Bel. bij lit.: afstand tot de taalgrens (is ongeveer taalgrens zoals die nu ligt)
-> VL en Brab. liggen bv. dichter bij taalgrens dan Holland
-> Frans speelt hier bel. rol
Ned. lit. vaak in de marge v/d Franse lit.
Sociologisch: maatschappij verdeeld in groepen
Geestelijkheid -> adel -> burgerij (allemaal andere houding t.o.v. Ned.)
, Genderperspectief:
Vrij sterk genderonevenwicht -> versch. rollen in maatschappij voor mannen en vrouwen
Hoe wordt gender gerepresenteerd in teksten/lit.?
Uitbeelding mannelijkheid/vrouwelijkheid?
In welke mate hebben vrouwen toegang tot lit. leven?
- Als auteur (bv. Hadewijch)
- Als opdrachtgever
- Als luisterend publiek
Sommige Ned. lit. is vooral voor vrouwen bedoeld (of kinderen)
Terwijl in 17de eeuw heeft Ned. sterke positie verworven
(productie v/lit. handschriften = codicologie)
Een ‘vreemde’ taal:
Klank- en spellingvariatie:
Dialectkenmerken: (zodat je bv. dan weet ooh dat is Hollands)
- Hollands: een oem mit sine nifte (e -> i) (ch -> f)
- Vlaams: up den _oec staet eene kercke (maar ook hypercorrectie) (weglaten v/d ‘h’)
Hypercorrectie: soms werden er ‘h’’s gezet waar ze niet hoorden
- Oostelijk: een old mensce is een wiis mensce (ou -> ol)
- Limburgs: int joer onses heeren MCCXIII (aa -> oe)
- Brabants: Aldos gruetede hi hare: salut! (u -> o) (oe -> ue)
Ook verschillen per dialect in woordenschat:
Voorbeeld uit Jacob van Maerlant, Der naturen bloeme
In het Ned: een eghel & in het Vlaams een heerts
Andere spellingconventies:
- Lange klinkers kunnen (vooral voor 1300) met een enkel klinkerteken worden gespeld
Vb.: boom -> bom; huis -> hus
In 14de eeuw nieuwe conventie: hoe ga je aangeven dat het een lange klank is?
- Door er een letter achter te zetten: -i/-j of -e als verlengingsteken (bv.: Maes)
Maar is lastig, want bv.: -oe boem (bo:m), maar ook boec (boek)
- Tweeklanken ei & ui pas in het Nieuwned.
Fonetische spelling (veel meer op gehoor geschreven):
Reductie: wegvallen van klanken of lettergrepen
Bv.: ‘een’ in een bep. naamval => enere, maar wordt dan ingekort tot ere (dan zou je moeten weten
dat er achterliggend enere staat)
Assimilatie: aanpassen aan omringende klanken
Bv.: comt -> compt tussen zetten v/e ‘p’ omdat je die hoort
Maar soms lastig met combinatie !
Epenthese: invoegen van overgangsklanken
Bv.: arm -> arem (2 lettergrepen)
R-metathesis: -r wipt over een korte klinker heen
Bv.: christ -> kerst (-r is eroverheen gesprongen)
Clisis: versmelting van woorden in geschreven taal, niet te vinden met woordenboeken
Proclisis: letter wordt voor aan het woord geplakt (te dien tiden tien tiden)
Enclisis: letter wordt achter aan het woord geplakt (in dat covent int covent)
Soms verdwijnt woord zelfs in ander woord
Bv.: wi draghen en -> wi draghen (wij dragen hem)
LESSEN WORDEN OPGENOMEN !!!!!!!!!!
Les 1: 15/2/23 (nakijken voor globale uitleg vak)
Eerst beetje uitleg, je kent het wel / literaire canon
-> op examen ga ik dus teksten zoals op dia 8 moeten kunnen vertalen en transcriberen
Tekstje op dia 9:
16de-eeuws (1539) drukwerkje waarbij de drukker uitlegt dat de letters die hij gebruikt niet zo
moeilijk zijn -> hij vindt de Romeinse letters veel mooier
DE SECUNDAIRE TEKSTEN ZIJN VOORAL ZELFSTUDIE (KOMT OOK OP EXAMEN)
-> zelf inschatten wat belangrijk is
‘Echt’ begin les: vanaf dia 18
Middelnederlandse literatuur: korte inleiding
We hebben het over een gebied: ‘onze’ regio (= huidig VL en NL)
Op kaart -> waren allemaal verschillende ‘landjes’
-> vele vorstendommen: graafschappen, hertogdommen, bisdommen
-> vorst was baas
-> gaat dus om taal die er werd gesproken: ‘onze taal’: dialecten waaruit later het Ned is ontstaan
-> Middelnederlands
Middelnederlands: verzamelnaam van dialecten (die in elkaar overlopen)
: taal v/ongeveer 1150 – 1500
: kwam na Oudnederlands (niet veel van over -> maar toen had je nog laatste
beklemtoonde lettergrepen)
-> literair weinig van bewaard
: voor Nieuwnederlands
= Ned v/d 16de eeuw
: +/- afgebakend t.o.v. het Duits
-> maar lastig om grens te trekken want Duits bestaat eigenlijk niet
-> je hebt Nederduits (lijkt sterk op Middelned.) en Hoogduits
-> bovenaan nog een aparte taal: het Fries
Op kaartje: 5 grote dialectgebieden (kunnen op hun beurt ook ingedeeld worden)
1. Vlaams
2. Brabants
3. Hollands
4. Limburgs
5. Oostelijk Middelnederlands
Lopen natuurlijk beetje in elkaar over
-> in sommige tussengebieden worden dialecten gesproken die een beetje v/d 2 hebben
1150 – 1500: heel dynamische tijd
- Van orale (alles mondeling -> daarom niet veel bewaard) naar schriftelijke cultuur
- In meertalige context
- Diversiteit in dit gebied enorm groot
Van orale naar schriftelijke cultuur:
-> sterke ontwikkeling binnen ‘de’ Middeleeuwen (grofweg: 500 – 1500)
Vooral vanaf 1200 gebeurt er veel op gebied van verschriftelijking
Schriftelijke cultuur: nooit weggeweest, maar lang beperkt gebleven tot religieuze centra
,In die religieuze centra: geschreven in Lat + kennis aanwezig + overschrijven v/boeken
-> dankzij centra: hele klassieke erfenis bewaard gebleven
De adel & burgerij => in die periode steeds meer belangstelling voor schrift (meer o.i.v. het schrift te
staan)
-> zien voordelen v/dingen opschrijven
-> bel. motieven: eco. (dingen opschrijven voor de handel, daarna
voor literatuur)
MAAR erg dure vorm van kennis/tekstoverdracht -> schriftelijke cultuur / lit. is duur
- Met de hand (over)geschreven -> nam erg veel tijd in beslag
- Grondstof waarop geschreven wordt: perkament = meest gebruikte schriftdrager
-> gemaakt v/huid (handig materiaal: stevig, scheurt niet makkelijk)
- Papier (komt uit Azië): opkomst vanaf 14 de eeuw (bv. vanuit hout)
-> in het begin geen lit. handschriften op papier -> na een tijdje wel: bel. want maakt boeken
goedkoper
- Boekdrukkunst: vanaf 1450 (steeds meer lit. gedrukt)
Middelnederlandse literatuur wordt nog erg veel voorgelezen (hoe meer mensen ervan kunnen
genieten, hoe beter)
-> vindt men ook handiger/makkelijker, want je neemt tekst beter tot je hardop
-> teksten dus meer op gehoor geschreven
Groot deel Middelned. lit. op rijm -> dominante vorm: gepaard rijm (aa bb cc)
Moet ook echte orale lit. hebben bestaan => volksverhalen die we eig niet kennen omdat ze tot de
prehistorie behoren (weinig bronnen)
In meertalige context:
Middelned. -> in concurrentie met andere talen
-> gebruik term diglossie (taalkunde)
Diglossie = situatie in een bep. maatschappij waar twee (of meer) talen (of dialecten) verschillen in
functie en status
Vragen bij diglossie:
Welke talen worden in welke situatie gebruikt?
Welke houding v/d mensen t.o.v. elke taal?
Diglossie -> ook in Middelew. nooit stabiel blijft veranderen omdat het macht weerspiegelt
(machtsevenwicht)
Bel. onderscheid bij diglossie -> H-talen (high) & L-talen (low)
Ned. is in de Middelew. steeds meer een H-taal aan het worden (lit.taal) -> incl. standaardisering
-> emancipeert zich t.o.v. het Latijn (taal Kerk) (= H-taal)
-> emancipeert zich t.o.v. het Frans (lingua franca v/d adel)
-> Frans wordt door adel v/EU gebruikt (meest prestigieuze taal + voor onderlinge comm.)
Grote diversiteit:
Geografisch grote diversiteit: versch. gebieden met allemaal eigen gebruiken, wetten, structuren, …
: pol. situatie in graafschappen, hertogdommen, bisdommen
Bel. bij lit.: afstand tot de taalgrens (is ongeveer taalgrens zoals die nu ligt)
-> VL en Brab. liggen bv. dichter bij taalgrens dan Holland
-> Frans speelt hier bel. rol
Ned. lit. vaak in de marge v/d Franse lit.
Sociologisch: maatschappij verdeeld in groepen
Geestelijkheid -> adel -> burgerij (allemaal andere houding t.o.v. Ned.)
, Genderperspectief:
Vrij sterk genderonevenwicht -> versch. rollen in maatschappij voor mannen en vrouwen
Hoe wordt gender gerepresenteerd in teksten/lit.?
Uitbeelding mannelijkheid/vrouwelijkheid?
In welke mate hebben vrouwen toegang tot lit. leven?
- Als auteur (bv. Hadewijch)
- Als opdrachtgever
- Als luisterend publiek
Sommige Ned. lit. is vooral voor vrouwen bedoeld (of kinderen)
Terwijl in 17de eeuw heeft Ned. sterke positie verworven
(productie v/lit. handschriften = codicologie)
Een ‘vreemde’ taal:
Klank- en spellingvariatie:
Dialectkenmerken: (zodat je bv. dan weet ooh dat is Hollands)
- Hollands: een oem mit sine nifte (e -> i) (ch -> f)
- Vlaams: up den _oec staet eene kercke (maar ook hypercorrectie) (weglaten v/d ‘h’)
Hypercorrectie: soms werden er ‘h’’s gezet waar ze niet hoorden
- Oostelijk: een old mensce is een wiis mensce (ou -> ol)
- Limburgs: int joer onses heeren MCCXIII (aa -> oe)
- Brabants: Aldos gruetede hi hare: salut! (u -> o) (oe -> ue)
Ook verschillen per dialect in woordenschat:
Voorbeeld uit Jacob van Maerlant, Der naturen bloeme
In het Ned: een eghel & in het Vlaams een heerts
Andere spellingconventies:
- Lange klinkers kunnen (vooral voor 1300) met een enkel klinkerteken worden gespeld
Vb.: boom -> bom; huis -> hus
In 14de eeuw nieuwe conventie: hoe ga je aangeven dat het een lange klank is?
- Door er een letter achter te zetten: -i/-j of -e als verlengingsteken (bv.: Maes)
Maar is lastig, want bv.: -oe boem (bo:m), maar ook boec (boek)
- Tweeklanken ei & ui pas in het Nieuwned.
Fonetische spelling (veel meer op gehoor geschreven):
Reductie: wegvallen van klanken of lettergrepen
Bv.: ‘een’ in een bep. naamval => enere, maar wordt dan ingekort tot ere (dan zou je moeten weten
dat er achterliggend enere staat)
Assimilatie: aanpassen aan omringende klanken
Bv.: comt -> compt tussen zetten v/e ‘p’ omdat je die hoort
Maar soms lastig met combinatie !
Epenthese: invoegen van overgangsklanken
Bv.: arm -> arem (2 lettergrepen)
R-metathesis: -r wipt over een korte klinker heen
Bv.: christ -> kerst (-r is eroverheen gesprongen)
Clisis: versmelting van woorden in geschreven taal, niet te vinden met woordenboeken
Proclisis: letter wordt voor aan het woord geplakt (te dien tiden tien tiden)
Enclisis: letter wordt achter aan het woord geplakt (in dat covent int covent)
Soms verdwijnt woord zelfs in ander woord
Bv.: wi draghen en -> wi draghen (wij dragen hem)