De zaak Trail Smelter (VS tegen Canada) betrof een grensoverschrijdend
milieugeschil uit de jaren 1930 en 1940. De smelterij in Trail, Canada,
stootte zwaveldioxide uit die schade veroorzaakte aan gewassen, bossen
en eigendommen in de naburige staat Washington, VS. De zaak werd
voorgelegd aan een internationaal tribunaal, dat oordeelde dat een staat
geen activiteiten mag toestaan die aanzienlijke schade veroorzaken in een
andere staat. Het tribunaal verplichtte Canada om compensatie te betalen
aan de VS en legde maatregelen op om de uitstoot te verminderen.
Mijlpaal: internationale milieurecht en het principe van
grensoverschrijdende aansprakelijkheid.
Handyside v UK (1976) (EVRM)
De zaak Handyside v. UK (1976) betrof een geschil over de vrijheid van
meningsuiting onder artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten
van de Mens (EVRM). De zaak ging over de inbeslagname en vernietiging
van het boek ‘The Little Red Schoolbook’ in het Verenigd Koninkrijk. Het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat staten een
zekere "margin of appreciation" hebben bij het beperken van vrijheid van
meningsuiting, afhankelijk van de lokale context en moraal. Hoewel de
inbeslagname van het boek als een beperking werd gezien, concludeerde
het Hof dat deze gerechtvaardigd was om de bescherming van de moraal
te waarborgen. De zaak benadrukte het spanningsveld tussen individuele
vrijheden en nationale regelgeving.
Kadi and Al Bakaraat International Foundation v Council
and Commission (2008) (ICJ)
De zaak Kadi en Al Barakaat International Foundation v. Raad en
Commissie (2008) draaide om de rechtmatigheid van EU-maatregelen die
de bezittingen bevroren van personen en entiteiten die door de VN werden
verdacht van banden met terrorisme. Het Europees Hof van Justitie (HvJ)
oordeelde dat de EU geen maatregelen mag aannemen die in strijd zijn
met fundamentele rechten, zoals het recht op een eerlijk proces en
effectieve rechtsbescherming. Het Hof vernietigde de EU-verordening
omdat de betrokkenen geen effectieve mogelijkheid hadden gekregen om
de bevriezing van hun bezittingen aan te vechten. Deze zaak versterkte
de autonomie van de EU-rechtsorde en bevestigde dat fundamentele
rechten binnen de EU boven internationale verplichtingen gaan. Het arrest
is een mijlpaal in de bescherming van grondrechten binnen de EU.
Kadi v. Council and Commission (2005)
De zaak Kadi v. Council and Commission (2005) werd aangespannen bij
het Gerecht van Eerste Aanleg van de EU (nu het Gerecht) en betrof de
bevriezing van de tegoeden van Kadi, die op een VN-sanctielijst stond
wegens vermeende banden met terrorisme. Kadi betoogde dat de EU-
verordening die zijn tegoeden bevroren, zijn fundamentele rechten, zoals
eigendomsrecht en recht op verdediging, schond. Het Gerecht oordeelde
dat de EU gebonden was aan VN-verplichtingen en beperkte de
mogelijkheid om EU-maatregelen gebaseerd op VN-resoluties te toetsen
1
, aan fundamentele rechten. Het vonnis werd echter in 2008 door het
Europees Hof van Justitie vernietigd, dat fundamentele rechten hoger
stelde dan VN-verplichtingen binnen de EU-rechtsorde.
Advisory Opinion OC-23/17 (Inter-Amerikaans Hof voor
de Rechten van de Mens) (2017)
De Advisory Opinion OC-23/17 van het Inter-Amerikaans Hof voor de
Rechten van de Mens (2017) werd aangevraagd door Colombia en ging
over de relatie tussen milieu en mensenrechten. Het Hof stelde dat een
gezond milieu essentieel is voor het genieten van mensenrechten, zoals
het recht op leven en persoonlijke integriteit. Het benadrukte dat staten
een plicht hebben om grensoverschrijdende milieuschade te voorkomen
en voorzorgsmaatregelen te nemen om milieuschade te minimaliseren. Dit
omvat het recht van burgers op toegang tot milieugerelateerde informatie,
participatie in besluitvorming en effectieve rechtsmiddelen. De opinie
markeerde een belangrijke erkenning van de link tussen milieu en
mensenrechten in het internationale recht.
Velásquez Rodríguez v. Honduras (1988) 17 (Inter-
Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens)
De zaak Velásquez Rodríguez v. Honduras (1988) was de eerste
belangrijke uitspraak van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de
Mens. Het betrof de gedwongen verdwijning van Ángel Manfredo
Velásquez Rodríguez, een politieke activist, door overheidsfunctionarissen
in Honduras. Het Hof oordeelde dat de staat aansprakelijk was voor de
schending van mensenrechten, zelfs zonder direct bewijs van
overheidsbetrokkenheid, als zij niet adequaat onderzoek deden of
bescherming boden. Het Hof stelde vast dat staten de verplichting hebben
om mensenrechten actief te waarborgen en aansprakelijk kunnen zijn voor
structureel falen. Deze zaak was een mijlpaal in de bestrijding van
gedwongen verdwijningen en versterkte de verantwoordelijkheid van
staten onder internationaal recht.
Advisory Opinion on the Accordance with International
Law of the Unilateral Declaration of Independence in
respect of Kosovo (2010) (ICJ)
De Advisory Opinion on the Accordance with International Law of the
Unilateral Declaration of Independence in respect of Kosovo (2010) werd
uitgebracht door het Internationaal Gerechtshof (ICJ) op verzoek van de
Algemene Vergadering van de VN. Het Hof oordeelde dat de eenzijdige
onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo in 2008 niet in strijd was met het
internationale recht, omdat er geen algemene regel bestaat die dergelijke
verklaringen verbiedt. Het ICJ benadrukte echter dat het oordeel zich
beperkte tot de legaliteit van de verklaring zelf en geen uitspraak deed
over de rechtmatigheid van de onafhankelijkheid van Kosovo als staat. Het
advies liet de politieke vraag over erkenning van Kosovo over aan
individuele staten. De uitspraak onderstreepte het complexe
2