HF2: FUNDAMENTALS OF CELLS &
CHROMOSOMES
1. CEL STRUCTUUR, DIVERSITEIT & CEL EVOLUTIE
CELPROLIFERATIE – AFWISSELENDE RONDES V CELDELING & CELGROEI
ʟ Cel = eenheid vd biologie
▪
Cellen afgeleid v precursorcel
• Periode v celgroei
• Periode v celdeling
• Verdere evolutie
▪ Assymetrische celdeling:
Bv. eicel: prim oocyt deelt in poollichaampje & sec oocyt --
→ Hebben ≠ grootte
• Treedt op bij versch mechanismen:
I. Spoelfiguur niet mooi ih midden
II. Polariteit id proteinen aanwezig
▪ Na deling wel 2 gelijke grootte
cellen
Balans tussen celproliferatie en celdood om een stabiel ▪ Maar bovenste gaat prot
celaantal te verzekeren in volwassen organismen wissen = soort v differentiatie
▪ Polariteit = EW niet evenredig
verdeeld over cytoplasma
III. Spoelfiguur andere richting
▪ Cel gedeeld in andere richting
▪ Dochtercellen komen in ≠
omgeving
▪ Krijgen versch cel-celinteractie
→ assymetrie
PROK & EUK→VERTEGENWOORDIGEN FUNDAMENTELE VERDELING CELLULAIRE LEVENSVORMEN
▪ Archaea: vnl. diprokaryoten – leven in extreme condities - in versch omgevingen
VERSCHIL TSS PROK & EUK:
1. PROKARYOOT
• Geen nucleus
• Geen interne MB → trancriptie & translatie niet gescheiden
• Nucleoiden = chromosoom bacterie (circulair, lineair, mix)
• Soms plasmiden
2. EUKARYOOT
• Wel nucleus → transcriptie id nucleus
o Transcripten uit nucleus vr transcriptie
op ribosomen
• Wel interne MB
• MB-gebonden organellen
,
,STRUCTUREN DIE GENOOM DIERLIJKE CELLEN BEVATTEN
ʟ Genoom = collectie v versch DNA molec in EUK cel
o DNA in nucleus = chromosomen
• Bevat ribosomale RNA genen
o DNA in mitochondria = mtDNA
• = reticulair systeem
o Allemaal buisjes
o Bevat nucleoïde = mitochondriaal DNA
▪ W gebonden door core proteïnen
▪ Andere prot binden dan à core prot
→ structuur hecht zich vast op interne MB
Nuclear lamina
• stabiliteit van de nucleus
• organiseert chromatine
Chromatine-geassocieerde proteïnen Nuclear pore
complex
Nuclear envelope proteïnen
Transcriptie factoren
Core proteine (TFAM)
ATAD3
- Cajal body:
o Niet omgeven door MB
o = plaats waar small nucleolar ribonucleineproteinpartikels vormt
▪ Verdere maturatie nr nuclear speckle = belangr vr splicing transcripten
CELDIVERSITEIT IH LICHAAM
ʟ 200 versch celtypes obv histologie → grote onderschatting
, SINGLE-CELL OMICS
ʟ Cellen onderscheiden uit populatie cellen
o ≠ celtypes aanduiden met kleurtjes
o Functie v cellen in ≠ weefsel bekijken
➔ RNA sequencen + genexpressieprofiel ervan opstellen = bulkanalyse methoden
- Single cell sequencing:
1. Achterhalen of gen1 enkel door blauwe, roze, alle cellen tot expr w gebracht
2. Genexpressieprofielen clusteren
3. Clusters waarnemen vd genexpr-profielen
4. Achterhalen hoeveel celtypes er werkelijk zijn id mensen
Bv. neuronen vinden we al 200
versch subtypes in lichaam
➔ We ku ook verouderingsprocessen bekijken:
o Single cell genoom analyses:
▪ Ieder is een eigen genetische mozaik
• We stapelen na bevruchting somatische mutaties op
RNA-POLYMERASESTRUCTUUR & EVOLUTIONAIRE RELATIES VR 3 DOMEINEN VH LE VEN
ʟ Cellen ontstaan uit bep oercel
▪ Hoe ontstond EUK-cel ?
• We vgl RNA polym met die v bacterien, archaea & EUK
o RNA polym EUK ~ RNA polym archaea
CELFUSIE DR CELOPNAME → FAGOCYTOS OF COÖPERATIEVE SYMBIOSE
ʟ Wnr 1 cel de ander omgeeft = celfusie
I. Fagocytose
• Opgenomen cel w afgebroken → celdood
• DNA fragm komen vrij & integreren in genoom gastheercel
= horizontale gene transfer
II. Endosymbiose
• Opgenomen cel geeft voordeel à blauwe cel
• Beide blijven tergelijkertijd ontstaan
CHROMOSOMES
1. CEL STRUCTUUR, DIVERSITEIT & CEL EVOLUTIE
CELPROLIFERATIE – AFWISSELENDE RONDES V CELDELING & CELGROEI
ʟ Cel = eenheid vd biologie
▪
Cellen afgeleid v precursorcel
• Periode v celgroei
• Periode v celdeling
• Verdere evolutie
▪ Assymetrische celdeling:
Bv. eicel: prim oocyt deelt in poollichaampje & sec oocyt --
→ Hebben ≠ grootte
• Treedt op bij versch mechanismen:
I. Spoelfiguur niet mooi ih midden
II. Polariteit id proteinen aanwezig
▪ Na deling wel 2 gelijke grootte
cellen
Balans tussen celproliferatie en celdood om een stabiel ▪ Maar bovenste gaat prot
celaantal te verzekeren in volwassen organismen wissen = soort v differentiatie
▪ Polariteit = EW niet evenredig
verdeeld over cytoplasma
III. Spoelfiguur andere richting
▪ Cel gedeeld in andere richting
▪ Dochtercellen komen in ≠
omgeving
▪ Krijgen versch cel-celinteractie
→ assymetrie
PROK & EUK→VERTEGENWOORDIGEN FUNDAMENTELE VERDELING CELLULAIRE LEVENSVORMEN
▪ Archaea: vnl. diprokaryoten – leven in extreme condities - in versch omgevingen
VERSCHIL TSS PROK & EUK:
1. PROKARYOOT
• Geen nucleus
• Geen interne MB → trancriptie & translatie niet gescheiden
• Nucleoiden = chromosoom bacterie (circulair, lineair, mix)
• Soms plasmiden
2. EUKARYOOT
• Wel nucleus → transcriptie id nucleus
o Transcripten uit nucleus vr transcriptie
op ribosomen
• Wel interne MB
• MB-gebonden organellen
,
,STRUCTUREN DIE GENOOM DIERLIJKE CELLEN BEVATTEN
ʟ Genoom = collectie v versch DNA molec in EUK cel
o DNA in nucleus = chromosomen
• Bevat ribosomale RNA genen
o DNA in mitochondria = mtDNA
• = reticulair systeem
o Allemaal buisjes
o Bevat nucleoïde = mitochondriaal DNA
▪ W gebonden door core proteïnen
▪ Andere prot binden dan à core prot
→ structuur hecht zich vast op interne MB
Nuclear lamina
• stabiliteit van de nucleus
• organiseert chromatine
Chromatine-geassocieerde proteïnen Nuclear pore
complex
Nuclear envelope proteïnen
Transcriptie factoren
Core proteine (TFAM)
ATAD3
- Cajal body:
o Niet omgeven door MB
o = plaats waar small nucleolar ribonucleineproteinpartikels vormt
▪ Verdere maturatie nr nuclear speckle = belangr vr splicing transcripten
CELDIVERSITEIT IH LICHAAM
ʟ 200 versch celtypes obv histologie → grote onderschatting
, SINGLE-CELL OMICS
ʟ Cellen onderscheiden uit populatie cellen
o ≠ celtypes aanduiden met kleurtjes
o Functie v cellen in ≠ weefsel bekijken
➔ RNA sequencen + genexpressieprofiel ervan opstellen = bulkanalyse methoden
- Single cell sequencing:
1. Achterhalen of gen1 enkel door blauwe, roze, alle cellen tot expr w gebracht
2. Genexpressieprofielen clusteren
3. Clusters waarnemen vd genexpr-profielen
4. Achterhalen hoeveel celtypes er werkelijk zijn id mensen
Bv. neuronen vinden we al 200
versch subtypes in lichaam
➔ We ku ook verouderingsprocessen bekijken:
o Single cell genoom analyses:
▪ Ieder is een eigen genetische mozaik
• We stapelen na bevruchting somatische mutaties op
RNA-POLYMERASESTRUCTUUR & EVOLUTIONAIRE RELATIES VR 3 DOMEINEN VH LE VEN
ʟ Cellen ontstaan uit bep oercel
▪ Hoe ontstond EUK-cel ?
• We vgl RNA polym met die v bacterien, archaea & EUK
o RNA polym EUK ~ RNA polym archaea
CELFUSIE DR CELOPNAME → FAGOCYTOS OF COÖPERATIEVE SYMBIOSE
ʟ Wnr 1 cel de ander omgeeft = celfusie
I. Fagocytose
• Opgenomen cel w afgebroken → celdood
• DNA fragm komen vrij & integreren in genoom gastheercel
= horizontale gene transfer
II. Endosymbiose
• Opgenomen cel geeft voordeel à blauwe cel
• Beide blijven tergelijkertijd ontstaan