Oplossingen
Inleiding
- Oplosbaarheid ve stof: max hoeveelheid v stof die (bij bepaalde temp) kan opgelost worden
in bepaalde hoeveelheid oplosmiddel
- Oplosbare verbinding: lost op in bepaald solvent
Het oplossingsproces
- Oplossen stof A (opgeloste stof) en stof B (oplosmiddel)
o Intermoleculaire krachten tussen moleculen v A onderling & moleculen v B onderling
verbroken
o Ontstaan nieuwe krachten tussen moleculen v A & B
- Oplossingsproces verloopt vlotter als attractiekrachten tussen moleculen v A gelijkaardig zijn
aan die v B (like likes like)
- Water = polair kan ionenrooster ve zout afbreken (zout lost op)
o Ionen worden elektrostatisch omgeven door polaire watermoleculen
o Door ion-dipoolbindingen omringen watermoleculen de ionen (schermen ionen af)
- Moleculen die geen interactie aangaan met water: hydrofoob
- Moleculen die wel interactie aangaan met water door (partieel) polair karakter: hydrofiel
- Sommige moleculen aan ene kant hydrofiele kop & aan andere kant hydrofobe staart (vb
detergent)
o Detergent doet olie oplossen in water: vet (apolair) reageert graag met apolaire
staart & water reageert graag met polaire kop
Hydratatie- en oplossingsentahlpie
- Pos ionen: gehydrateerd via d-kant watermolecule (vrije e-paren rond O)
- Neg ionen: gehydrateerd door attractie tussen neg ion & partieel pos H-atomen
- Hydratie meer uitgesproken als
o Lading ion groter is (grotere lading interageert sterker met polair deeltje)
o Afmeting ion kleiner is (zal efficiëntere interactie geven met lading)
- Vorming sterke ion-dipool interacties (tussen ion & H 2O-moleculen) warmte-vrijstelling
, - Hydratatie-enthalpie: energie vrijgesteld als gehydrateerde ionen gevormd worden uit
gasvormige ionen (∆Hhydr), maat voor hydratatiesterkte
- Oplossingsenthalpie: enthalpieverandering bij oplossen v opgeloste stof in oplosmiddel
(∆Hopl)
o Bepaald in verdunde opl zodat elk ion in max hydratatietoestand voorkomt
o Resultaat v 2 effecten
Energie nodig om bindingen te verbreken
Energie die vrijkomt bij vorming nieuwe bindingen
- ∆Hopl = ∆HRE + ∆Hhydr met ∆HRE = energie nodig om van vaste stof ionen te vormen
Invloed temperatuur en druk op de oplosbaarheid
- Temperatuur
o Endotherme rea: T stijgt oplosbaarheid stijgt (wet van Le Châtelier)
o Exotherme rea: T stijgt oplosbaarheid daalt
- Druk
o Weinig invloed op oplosbaarheid vloeistoffen & vaste stoffen
o Gassen: druk stijgt oplosbaarheid stijgt (wet van Henry: s=k*p)
o Vb openen colafles: fles opent, druk verlaagt, oplosbaarheid gas verlaagt, gas
ontsnapt
o Vb diepzeeduiker: diep onder water druk hoog, terug naar boven komen, druk
verlagen, oplosbaarheid gassen verlaagt, stikstof komt vrij te snel: te veel toxische
gassen tegelijk naar buiten
Concentratie-uitdrukkingen
m(opgeloste stof )
- Massaprocent v opgeloste stof in oplossing: m (% )= ∗100 % (%)
m (tot oplossing)
n( A)
- Molfractie xa v component A in oplossing: xa =
n(tot )
n(opgeloste stof )
- Molaire concentratie M / molariteit: c = (mol/L)
V (tot oplossing)
n(opgeloste stof )
- Molaliteit m ve oplossing: m = (mol/kg)
m( oplosmiddel)
Elektrolyten
- Elektrolyten: verbindingen die, als ze oplossen in solvent, aanleiding geven tot opl die elek
stroom geleidt
o Sterke elektrolyten: +/- volledig gedissocieerd in gehydrateerde ionen
Wateroplosbare zouten
Sterke zuren
Sterke basen
o Zwakke elektrolyten: gedeeltelijk gedissocieerd in gehydrateerde ionen
Slecht wateroplosbare zouten
Zwakke zuren
Zwakke basen
, o Niet-elektrolyten: niet gedissocieerd
Suiker
Vriespuntsverlaging en colligatieve eigenschappen
- ∆Tv = Kv * m (Kv vriespuntsverlagingsconstante)
- Oplossen zout in water: grotere vriespuntsdalingen dan door formule invoeren Van’t Hoff
factor i ∆Tv = i * Kv * m
- Verband tussen vriespuntsverlaging & aantal gevormde ionen: komt overeen met i
- Bij hogere conc vh zout: i neemt af minder efficiënte vriespuntsverlaging
- Verklaring: ionen interageren sterker met elkaar als ionen grotere ladingen hebben & als er
een hogere conc is
- Colligatieve eigenschappen: eigenschappen v oplossingen die bepaald worden door conc
opgeloste deeltjes
Activiteit en concentratie
- Aanwezigheid sterke ionaire interacties in waterige oplossing effectieve concentratie vd
ionen (activiteit a) < werkelijke concentratie c
- a=γ*c (γ activiteitscoëfficiënt, 0 < γ < 1)
- Sterk verdunde oplossingen: γ=1 a=c
- Hogere conc hogere afwijking
- Verdunde waterige oplossing: Debye-Hückel: γi van ieder ion i kunnen berekenen
met A=0,509, Zi lading ion, I ionensterkte vd
opl
Elektrolyse van Lood(II)chloride
Elek stroom door opl v loodchloride
op kathode slaat metallisch lood neer
aan anode komt chloorgas vrij
scheiding in 2 fragmenten met tegengestelde
ladingen iov elek veld
Elektrische geleidbaarheid versus concentratie bij zouten
- Geleidbaarheid stijgt bij stijgende verdunning
- Evenwichtsconstante:
- Als V stijgt meer A+ & B-, minder AB
, Reacties in oplossingen
Metathesereacties
- Algemene vorm: AB + CD AD + BC
- Gaat door omdat neerslag / gas / weinig gedissocieerd (zwak) elektrolyt gevormd wordt
- Bepalen of reactie doorgaat: eigenschappen verbindingen kennen
o Oplosbaarheidsregels voor verbindingen
Oplosbaar
Nitraten
Acetaten
Chloraten
Chloriden, behalve AgCl, Hg2Cl2, PbCl2
Bromiden, behalve AgBr, Hg2Br2, PbBr2, HgBr2
Jodiden, behalve AgI, Hg2I2, PbI2, HgI2
Sulfaten, behalve Ag2SO4, Hg2SO4, PbSO4, CaSO4, BaSO4, SrSO4
Onoplosbaar
Sulfiden, behalve NH4+, IA, IIA
Carbonaten, behalve NH4+, IA
Sulfieten, behalve NH4+, IA
Fosfaten, behalve NH4+, IA
Hydroxiden, behalve NH4+, IA, Ca(OH)2, Ba(OH)2, Sr(OH)2
o Gassen
H2S, gevormd uit sulfide + zuur
NiS(v) + 2H+ + 2Cl- → H2S + Ni2+ + 2Cl-
CO2, gevormd uit carbonaat + zuur
2Na+ + CO32- + 2H+ + 2Cl- → H2O + CO2 + 2Na+ + 2Cl-
SO2, gevormd uit sulfiet + zuur
2K+ + SO32- + 2H+ + 2Cl- → H2O + SO2 + 2K+ + 2Cl-
NH3, gevormd uit ammoniumzout + sterke base
NH4+ + Cl- + Na+ + OH- → NH3 + Na+ + Cl- + H2O
o Meeste anorganische verbindingen zijn zwakke elektrolyten, behalve
Sterke zuren: HClO4, HClO3, HNO3, H2SO4, HCl, HBr, HI
Sterke & goed oplosbare hydroxiden
Meeste zouten
Redoxreacties
- Reductans
o Doet andere verbinding/element reduceren
o Geeft e- af
o Wordt geoxideerd
- Oxidans
o Doet andere verbinding/element oxideren
o Neemt e- op
o Wordt gereduceerd
Inleiding
- Oplosbaarheid ve stof: max hoeveelheid v stof die (bij bepaalde temp) kan opgelost worden
in bepaalde hoeveelheid oplosmiddel
- Oplosbare verbinding: lost op in bepaald solvent
Het oplossingsproces
- Oplossen stof A (opgeloste stof) en stof B (oplosmiddel)
o Intermoleculaire krachten tussen moleculen v A onderling & moleculen v B onderling
verbroken
o Ontstaan nieuwe krachten tussen moleculen v A & B
- Oplossingsproces verloopt vlotter als attractiekrachten tussen moleculen v A gelijkaardig zijn
aan die v B (like likes like)
- Water = polair kan ionenrooster ve zout afbreken (zout lost op)
o Ionen worden elektrostatisch omgeven door polaire watermoleculen
o Door ion-dipoolbindingen omringen watermoleculen de ionen (schermen ionen af)
- Moleculen die geen interactie aangaan met water: hydrofoob
- Moleculen die wel interactie aangaan met water door (partieel) polair karakter: hydrofiel
- Sommige moleculen aan ene kant hydrofiele kop & aan andere kant hydrofobe staart (vb
detergent)
o Detergent doet olie oplossen in water: vet (apolair) reageert graag met apolaire
staart & water reageert graag met polaire kop
Hydratatie- en oplossingsentahlpie
- Pos ionen: gehydrateerd via d-kant watermolecule (vrije e-paren rond O)
- Neg ionen: gehydrateerd door attractie tussen neg ion & partieel pos H-atomen
- Hydratie meer uitgesproken als
o Lading ion groter is (grotere lading interageert sterker met polair deeltje)
o Afmeting ion kleiner is (zal efficiëntere interactie geven met lading)
- Vorming sterke ion-dipool interacties (tussen ion & H 2O-moleculen) warmte-vrijstelling
, - Hydratatie-enthalpie: energie vrijgesteld als gehydrateerde ionen gevormd worden uit
gasvormige ionen (∆Hhydr), maat voor hydratatiesterkte
- Oplossingsenthalpie: enthalpieverandering bij oplossen v opgeloste stof in oplosmiddel
(∆Hopl)
o Bepaald in verdunde opl zodat elk ion in max hydratatietoestand voorkomt
o Resultaat v 2 effecten
Energie nodig om bindingen te verbreken
Energie die vrijkomt bij vorming nieuwe bindingen
- ∆Hopl = ∆HRE + ∆Hhydr met ∆HRE = energie nodig om van vaste stof ionen te vormen
Invloed temperatuur en druk op de oplosbaarheid
- Temperatuur
o Endotherme rea: T stijgt oplosbaarheid stijgt (wet van Le Châtelier)
o Exotherme rea: T stijgt oplosbaarheid daalt
- Druk
o Weinig invloed op oplosbaarheid vloeistoffen & vaste stoffen
o Gassen: druk stijgt oplosbaarheid stijgt (wet van Henry: s=k*p)
o Vb openen colafles: fles opent, druk verlaagt, oplosbaarheid gas verlaagt, gas
ontsnapt
o Vb diepzeeduiker: diep onder water druk hoog, terug naar boven komen, druk
verlagen, oplosbaarheid gassen verlaagt, stikstof komt vrij te snel: te veel toxische
gassen tegelijk naar buiten
Concentratie-uitdrukkingen
m(opgeloste stof )
- Massaprocent v opgeloste stof in oplossing: m (% )= ∗100 % (%)
m (tot oplossing)
n( A)
- Molfractie xa v component A in oplossing: xa =
n(tot )
n(opgeloste stof )
- Molaire concentratie M / molariteit: c = (mol/L)
V (tot oplossing)
n(opgeloste stof )
- Molaliteit m ve oplossing: m = (mol/kg)
m( oplosmiddel)
Elektrolyten
- Elektrolyten: verbindingen die, als ze oplossen in solvent, aanleiding geven tot opl die elek
stroom geleidt
o Sterke elektrolyten: +/- volledig gedissocieerd in gehydrateerde ionen
Wateroplosbare zouten
Sterke zuren
Sterke basen
o Zwakke elektrolyten: gedeeltelijk gedissocieerd in gehydrateerde ionen
Slecht wateroplosbare zouten
Zwakke zuren
Zwakke basen
, o Niet-elektrolyten: niet gedissocieerd
Suiker
Vriespuntsverlaging en colligatieve eigenschappen
- ∆Tv = Kv * m (Kv vriespuntsverlagingsconstante)
- Oplossen zout in water: grotere vriespuntsdalingen dan door formule invoeren Van’t Hoff
factor i ∆Tv = i * Kv * m
- Verband tussen vriespuntsverlaging & aantal gevormde ionen: komt overeen met i
- Bij hogere conc vh zout: i neemt af minder efficiënte vriespuntsverlaging
- Verklaring: ionen interageren sterker met elkaar als ionen grotere ladingen hebben & als er
een hogere conc is
- Colligatieve eigenschappen: eigenschappen v oplossingen die bepaald worden door conc
opgeloste deeltjes
Activiteit en concentratie
- Aanwezigheid sterke ionaire interacties in waterige oplossing effectieve concentratie vd
ionen (activiteit a) < werkelijke concentratie c
- a=γ*c (γ activiteitscoëfficiënt, 0 < γ < 1)
- Sterk verdunde oplossingen: γ=1 a=c
- Hogere conc hogere afwijking
- Verdunde waterige oplossing: Debye-Hückel: γi van ieder ion i kunnen berekenen
met A=0,509, Zi lading ion, I ionensterkte vd
opl
Elektrolyse van Lood(II)chloride
Elek stroom door opl v loodchloride
op kathode slaat metallisch lood neer
aan anode komt chloorgas vrij
scheiding in 2 fragmenten met tegengestelde
ladingen iov elek veld
Elektrische geleidbaarheid versus concentratie bij zouten
- Geleidbaarheid stijgt bij stijgende verdunning
- Evenwichtsconstante:
- Als V stijgt meer A+ & B-, minder AB
, Reacties in oplossingen
Metathesereacties
- Algemene vorm: AB + CD AD + BC
- Gaat door omdat neerslag / gas / weinig gedissocieerd (zwak) elektrolyt gevormd wordt
- Bepalen of reactie doorgaat: eigenschappen verbindingen kennen
o Oplosbaarheidsregels voor verbindingen
Oplosbaar
Nitraten
Acetaten
Chloraten
Chloriden, behalve AgCl, Hg2Cl2, PbCl2
Bromiden, behalve AgBr, Hg2Br2, PbBr2, HgBr2
Jodiden, behalve AgI, Hg2I2, PbI2, HgI2
Sulfaten, behalve Ag2SO4, Hg2SO4, PbSO4, CaSO4, BaSO4, SrSO4
Onoplosbaar
Sulfiden, behalve NH4+, IA, IIA
Carbonaten, behalve NH4+, IA
Sulfieten, behalve NH4+, IA
Fosfaten, behalve NH4+, IA
Hydroxiden, behalve NH4+, IA, Ca(OH)2, Ba(OH)2, Sr(OH)2
o Gassen
H2S, gevormd uit sulfide + zuur
NiS(v) + 2H+ + 2Cl- → H2S + Ni2+ + 2Cl-
CO2, gevormd uit carbonaat + zuur
2Na+ + CO32- + 2H+ + 2Cl- → H2O + CO2 + 2Na+ + 2Cl-
SO2, gevormd uit sulfiet + zuur
2K+ + SO32- + 2H+ + 2Cl- → H2O + SO2 + 2K+ + 2Cl-
NH3, gevormd uit ammoniumzout + sterke base
NH4+ + Cl- + Na+ + OH- → NH3 + Na+ + Cl- + H2O
o Meeste anorganische verbindingen zijn zwakke elektrolyten, behalve
Sterke zuren: HClO4, HClO3, HNO3, H2SO4, HCl, HBr, HI
Sterke & goed oplosbare hydroxiden
Meeste zouten
Redoxreacties
- Reductans
o Doet andere verbinding/element reduceren
o Geeft e- af
o Wordt geoxideerd
- Oxidans
o Doet andere verbinding/element oxideren
o Neemt e- op
o Wordt gereduceerd