Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 12 pages
Summary

Samenvatting Begrippenlijst sociale psychologie II

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 12 pages

Begrippenlijst van het volledige vak sociale psychologie II.

Content preview

Belangrijke termen Sociale psychologie II

HOOFDSTUK: Evolutionaire psychologie

EVOLUTIEVE PSYCHOLOGIE: Een benadering van de psychologie die gebaseerd is op het
principe van natuurlijke selectie. De nadruk wordt meer gelegd op psychologische mechanismen en
flexibiliteit dan bij de sociobiologie het geval is.

SOCIOBIOLOGIE: De toepassing van Darwin's theorie van natuurlijke selectie op het verklaren van
de oorsprong en het behoud van sociaal gedrag.

NATUURLIJKE SELECTIE: Het proces waarbij individuen met bepaalde kenmerken vaker worden
vertegenwoordigd in de volgende generaties als gevolg van het feit dat ze beter zijn aangepast aan die
omgeving.

AANPASSING (adaptation): het bezit van eigenschappen die het organisme in staat stellen om te
overleven en zich beter te reproduceren dan die met andere eigenschappen. Het wordt geïmpliceerd
dat deze eigenschappen beter zijn afgestemd op het betreffende milieu dan alternatieven.

FITNESS: Het vermogen van een organisme om een groter deel van zijn genen achter te laten in de
volgende generaties dan andere individuen (maar zie ook inclusieve fitness).

ALTRUÏSTISCH GEDRAG: In evolutionaire termen wordt dit gedefinieerd als gedrag dat de fitheid
van een ander individu helpt, ondanks de kosten van fitness voor de donor. In de sociale psychologie
verwijst het naar gedrag dat gekenmerkt wordt door het nemen van perspectief en empathie, dat wordt
ondernomen met de bedoeling een ander persoon te bevoordelen wanneer de donor de keuze heeft om
dit niet te doen.

HELP GEDRAG: In zijn biologische betekenis is het gelijkwaardig aan altruïstisch gedrag in de
meest algemene zin.

PROSOCIAAL GEDRAG: In biologische zin is dit gelijkwaardig aan altruïstisch gedrag. In
sociaal-psychologische zin is het beperkter dan helpend gedrag, omdat de actie bedoeld is om de
situatie van de ontvanger te verbeteren en de acteur niet verplicht is om de persoon die hulp krijgt te
helpen.

COEFFICIENT OF RELATEDNESS (r): Het aandeel van gedeelde genen boven die van
niet-verwante personen.

INCLUSIVE FITNESS: Dit verwijst naar de representatie van de genen van een individu in de
volgende generaties wanneer de hulp aan verwanten wordt afgewogen tegen de voortplanting.

RECIPROCAL ALTRUISM: Altruïstisch gedrag van een dier of persoon wanneer de ontvanger zich
in de toekomst waarschijnlijk altruïstisch zal gedragen tegenover de donor.




1

, COMPETITIE: In de evolutiebiologie is dit het proces waarbij een dier meer of minder middelen
krijgt die nodig zijn voor overleving en voortplanting dan een ander individu. In termen van
onderlinge afhankelijkheidstheorie is het gedrag dat het relatieve voordeel ten opzichte van anderen
maximaliseert.

SAMENWERKING: In de evolutiebiologie, wanneer twee dieren een actie ondernemen die hen in
staat stelt om middelen van voordeel voor beide te verkrijgen.

SEXUELE SELECTIE: Een vorm van natuurlijke selectie die selectie van en toegang tot seksuele
partners inhoudt.

OUDERLIJKE INVESTERING: De bijdrage in termen van tijd en energie aan de voeding, de
incubatie en de bescherming van de zich ontwikkelende nakomelingen.

REPRODUCTIEVE STRATEGIEËN: Consistente patronen van seksueel en opvoedingsgedrag die
typisch leiden tot de productie van levensvatbare nakomelingen.

POLYANDRY: Een paringssysteem dat bestaat uit een vrouwtje en meerdere mannetjes. Het kan ook
verwijzen naar menselijke huwelijken.

CUCKOLDRY: Wanneer een mannetje zorgt voor de nakomelingen van zijn vrouwelijke partner die
niet van hem zijn.

MONOGAMIE: Een paringssysteem bestaande uit een mannetje en een vrouwtje. Het kan van
toepassing zijn op menselijke huwelijken.

POLYGYNY: Een paringssysteem bestaande uit een mannetje en meerdere vrouwtjes. Het kan ook
betrekking hebben op menselijke huwelijken.

SCHOMMELENDE ASYMMETRIE: De mate waarin een individu afwijkt van perfecte bilaterale
symmetrie.

ONTWIKKELING ONSTABILITEIT: de mate waarin de ontwikkeling in een andere richting dan de
bilaterale symmetrie is beïnvloed door genetische afwijkingen en milieuverstoringen zoals toxines en
parasieten.




2

Document information

Study
Uploaded on
May 7, 2020
Number of pages
12
Written in
2019/2020
Type
Summary
$4.15

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
amkeweyens
4.3
(62)
Sold
623
Followers
382
Items
4
Last sold
6 hours ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions