Contrastmiddelen,
Pathologie/ Beeldherkenning,
Sequentieschema, Gradiënten,
Zelfstudies, en Artefacten.
Hogeschool
Inholland
MBRT
JAAR 1
Periode 4
,Leertaken:
Herkennen en benoemen van de anatomie van het abdomen, de nieren en de daarbij
behorende grote bloedvaten op MRI-afbeeldingen;
Herkennen van pathologie van de nieren op MRI-afbeeldingen;
Kan de beeldweging van de afbeeldingen herkennen en de keuze onderbouwen;
Kan de scanrichting van de afbeeldingen herkennen en de keuze onderbouwen;
Kan verbanden leggen tussen T1-, T2- en PD-afbeeldingen en de relevante
parameters;
Kan beschrijven wat MRI-contrastmiddel is;
Kan beschrijven hoe MRI-contrastmiddelen worden toegepast;
Kan uitleggen hoe het contrast bij MRI d.m.v. toediening van een contrastmiddel
gewijzigd kan worden;
Kan beredeneren of MRI-contrastmiddel met T1- of met T2-gewogen afbeeldingen
gedaan kan worden;
Kan de verbanden tussen parameters en weging benoemen.
Kan bewegingsartefacten herkennen en de oorzaak ervan benoemen.
Kan benoemen wat de eventuele bijwerkingen zijn van MRI-contrastmiddel;
Kan benoemen wat eventuele contra-indicaties voor toediening van een MR-
contrastmiddel zijn;
Kan voorbeelden geven van praktische toepassingen van MRI-contrastmiddel.
Kan een patiënt screenen voor een MRI-onderzoek met MRI-contrast;
Kan een patiënt begeleiden voor een MRI-onderzoek met MRI-contrast;
Kan kennis omtrent contra-indicaties toepassen op individuele MR-casuïstiek;
Kan kennis van spoelen en positionering toepassen in MR-casuïstiek.
, Anatomie: