Inhoud
Neuropsychologie........................................................................................1
1. Aandacht..............................................................................................3
1.1. Bourdon-Wiersma test (volhouden van aandacht).........................3
1.2. D-2 Aandachts- en concentratietest (verdelen van de aandacht)..5
1.3. Stroop Kleur-woord test (SKWT) (selectief richten en alterneren
van de aandacht)..................................................................................7
1.4. Symbool Substitutie Coderen (WAIS-IV) (Verdelen van de
aandacht)............................................................................................10
2. Geheugen...........................................................................................11
2.1. Rey Auditory-verbal Learning Test (RAVLT) 15 woordentest van
Rey......................................................................................................11
(evaluatie van het audioverbaal geheugen voor enkelvoudige
informatie (15 losse woorden))...........................................................11
2.2. Coetsier Story RecallTest (CSRT)..................................................12
(evaluatie van het audioverbaal geheugen voor gestructureerde
informatie (een tekst bestaande uit logisch samenhangende
informatie)).........................................................................................12
2.3. Rey Visual Design Learning Test (RVDLT).....................................14
(evaluatie van het visuoruimtelijkgeheugen voor enkelvoudige
informatie (15 losse figuren))..............................................................14
2.4. Rey Complex Figure Test (RCFT)...................................................17
(evaluatie van het visuoruimtelijkgeheugen voor gestructureerde
informatie (een complexe figuur)).......................................................17
3. Visuoruimtelijke functies....................................................................20
3.1. Judgementof Line OrientationTest (JLOT) (evaluatie van het
ruimte-inzicht).....................................................................................20
3.2. ReyComplex FigureTest (Copy) (RCFT(C)) (evaluatie van de
ruimtelijke visuoconstructie)...............................................................21
3.3. Subtests ‘Positiebepaling’ (VPOR(PB)).........................................22
3.4. Subtest ‘Positie-discriminatie’ (VPOR(PD))...................................23
3.5. Subtest ‘Blokken’ (VPOR(B)) uit de VPOR (evaluatie van de
ruimtelijke positiebepaling, de ruimtelijke positiediscriminatie en de
1
, perceptie van ruimtelijke relaties (= het interpreteren van een 2-
dimensionele afbeelding van een 3-dimensioneel object)).................24
3.6. Balloons Test, Bells Test, Line Bisection Test en natekenen
(neglect)..............................................................................................25
4. Executieve functies............................................................................27
4.1. Controlled Oral Word Association Test (COWAT) (evaluatie van de
verbale (fonetische) vloeiendheid) en Word Fluency Test (WFT)
(evaluatie van de verbale (semantische) vloeiendheid).....................27
4.2. Wisconsin Card Sorting Test (WCST) (evaluatie van het abstract
redeneren en de cognitieve flexibiliteit (set-shifting))........................29
4.3. Tower of London Test (TOL) (evaluatie van de planning en
zelfregulatie van doelgericht en probleemoplossend gedrag)............31
3.4. Subtest ‘Matrix redeneren’ uit de WAIS-IV (WAIS-IV(MR))............34
(evaluatie van het abstract/conceptueel redeneren)..........................34
3.5. Chapuis Maze Test (CMT).............................................................36
(evaluatie van het planmatig en probleemoplossend handelen)........36
2
,1. Aandacht
1.1. Bourdon-Wiersma test (volhouden van aandacht)
3
, Kwantitatief
o GRT: gemiddelde reactietijd
o GA: gemiddelde afwijking werktempo
Kwalitatief
o W: aantal afgestreept
o F: aantal fouten
• Omcirkelen: hetgeen patiënt vergeten is
Problemen met het volhouden van de aandacht (BWT)
-> op het kwantitatieve vlak
(voldoende snel (GRT= gemiddelde regeltijd) maar
onregelmatig (GA= gemiddelde afwijking) werktempo)
-> op het kwalitatieve vlak
(niet-accurate prestatie (= te veel weglatingen))
(W (aantal weglatingen)= 23 (-) / F (aantal fouten)= 0 (+))
4