- oriënterende SLT biarticulair: P. staat met benen gespreid + leunt nr zijkant (aan kant waar P leunt is
knie gebogen)
- oriënterende SLT monoarticulair P. zit met knieën gespreid op tafel + leunt naar zijkant
- specifieke SLT biarticulair P. in ruglig: T. aan = kant; laat onderbeen P. leunen op gelijknamige
onderarm T. gelijknamige hand T op knie + andere hand fixeert bekken
+ T. trekt been nr zich toe (andere been langs uiterste zijkant tafel)
- specifieke SLT monoarticulair P. in ruglig; andere been langs uiterste andere zijde vd tafel. T. langs =
kant, gelijknamige hand op knie v langs onder (onderbeen op onder-
arm T). + been geplooid over rand tafel + T. trekt been nr zich toe
SLT: hamstrings HEUP
- oriënterende SLT 1: P. zit met gestrekte benen on gestrekte rug op tafel, probeert met
handen naar voor te gaan
- oriënterende SLT 2: P. staat recht, handen op grond proberen te zetten
- specifieke SLT (ruglig) T. staat aan = kant, pakt met gelijknamige hand knie vast langs binnen-
kant (arm dus onder been P.) en andere hand fixeert heup + LEG RAISE
SLT: M. iliopsoas HEUP
- oriënterende SLT: P. zet voet op krukje, buigt achterste knie en leunt wat door
- oriënterende SLT: matje op grond, P. zet knie op matje, andere been geplooid voor het matje. P.
leunt nr vr wrdr achterste been (been op matje) in rek komt
- specifieke SLT (ruglig): P. staat met poep tegen tafel, pakt knie vast en trekt nr zich toe, gaat nu gaan
liggen op tafel, zodat ene been afhangt (houding v Menell) (test v Janda)
SLT: M. tensor Fascia Latae HEUP
- P. in zijlig met benen wat geplooid, T. pakt bovenste been vast met gelijknamige had aan binnenkant knie.
andere fixeert heup. T. trekt been nr zich toe + beweegt deze wat op & neer) onderbeen rust op onderarm T.)
SLT: M. piriformis HEUP
- oriënterende SLT: P. zet zich recht mt gestrekte benen op tafel. Plooit ene been over andere.
Draait nr andere kant vh geplooid been tot elleboog over knie rijkt en draait torso
- specifieke SLT: P in ruglig. T. staat aan andere kant vh te testen been. T. pakt knie vast en
onderbeen P. rust op onderarm. Andere hand pakt heup vast. T. duwt knie nr P
toe en trekt tegelijk been wat naar T. zelf toe
SLT: M. Quadriceps HEUP
- oriënterende SLT: P. staat recht en pakt voet vast. Trekt nr zich gtoe langs achter
- specifieke SLT: P. staat recht en pakt knie vast en trekt nr zich toe, gaat dan op tafel liggen
(Menell). T. aan uiteinde tafel, gaat tegen voet P. staat; en legt hand op heup
langs kant gestrekte been. T. pakt enkel van gestrekte been en duwt deze nr
onder, zodat knie plooit
, Patelladans KNIE
- vocht van distaal en prox nr patella duwen -> met wijsvinger of duimt voelen -> vocht aanw als vinger omhoogschiet
Minihydropstest KNIE
- wrijven mediaal v distaal naar proximaal (aantal keren) dan lateraal wrijven van proximaal nr distaal
-> vocht aanwezig als er zwelling tevoorschijn komt aan mediale zijd
BFO actief KNIE
- flexie en extensie - knie naar je toe brengen (flexie) en knie ‘in tafel duwen’ (extensie)
- ENDO en EXO - voeten naar buiten draaien (exo) en voeten naar binnen draaien (endo)
BFO passief KNIE
- patella bewegen naar lateraal en mediaal
- patella bewegen naar proximaal en distaal
- flexie (ruglig) T. met niet gelijknamige hand boven knie met duim en wijsvinger id gewrichts-
spleten en met gelijknamige hand aan enkel T. voert nu flexie uit (zacht einde)
- extensie (ruglig) knie gefixeerd en distale onderbeen w opgetild (zodat knie in tafel w geduwd)
eindegevoel is hard
- endorotatie (ruglig) niet-gelijknamige had fixeert knie, andere hand rond hiel. T. plooit knie tot 90°
en draait been naar binnen -> voet in dorsiflexie eindgevoel elastisch
- exorotatie (ruglig) niet-gelijknamige had fixeert knie , andere hand rond hiel. T. plooit knie tot 90°
en draait been naar buiten -> voet in dorsiflexie eindgevoel elastisch
- valgus knie (ruglig) T. plaatst niet-gelijknamige hand aan laterale kant bovenbeen, en ander hand
aan mediale zijde onderbeen. T. duwt onderbeen licht nr buiten T. staat langs
laterale zijde vh te testen been
- varus knie (ruglig) T. staat langs mediale zijde vh te testen been (tussen tafel en been). T. plaatst
niet-gelijknamige hand aan laterale zijde onder de knie. Andere hand aan
mediale zijde boven knie en duwt knie wat naar binnen
BFO weerstand KNIE
- flexie T. staat langs laterale zijde vh te testen been. T. houdt beide handen onder hiel
bij een geplooide knie in 90°. P. probeert verdere flexie uit te voeren
- extensie T. staat aan laterale zijde vh te testen been. T. plaatst niet-gelijknamige arm
onder het te testen been zodat hand op andere knie ligt. Gelijknamige had
fixeert de enkel. P voert hier extensie uit (duwt knie in tafel)