ZSO Gezond blijven
Rekenvoorbeelden Relatief Risico; Absolute Risico Reductie; Relatieve Risicoreductie
, NHG-standaard cardiovasculair risicomanagement
Bestudeer de volledige tekst van de standaard (dus niet alleen de samenvatting) van de paragrafen
begrippen en richtlijnen diagnostiek en van de paragraaf richtlijnen beleid tot aan geneesmiddelen-
groepen.
Begrippen
– Cardiovasculair risicomanagement behelst de diagnostiek, behandeling en follow-up van
risicofactoren voor HVZ, inclusief leefstijladvisering en begeleiding bij patiënten met een verhoogd
risico op ziekte of sterfte door HVZ.
– Met HVZ worden in deze standaard door athero- trombose veroorzaakte klinische manifestaties bij
volwassenen bedoeld, zoals hartinfarct, angi- na pectoris, hartfalen, herseninfarct (cerebrovasculair
accident, CVA), transient ischaemic attack (TIA), aneurysma aortae en perifeer arterieel vaatlijden.
– Een risicoprofiel is een overzicht van voor HVZ relevante risicofactoren: leeftijd, geslacht, roken,
familieanamnese, voedingspatroon, alcoholge- bruik, lichamelijke activiteit, bloeddruk, body- mass
index, lipidenspectrum, glucosegehalte en geschatte glomerulaire filtratiesnelheid.
– Bij een 10-jaarsrisico op ziekte of sterfte door HVZ < 10% is medicamenteuze behandeling van licht
tot matig verhoogde bloeddruk (SBD 140- 160 mmHg) en/of licht tot matig verhoogd
cholesterolgehalte (TC/HDL-ratio 5 tot 8) meestal niet zinvol.
– Een gezonde leefwijze, waaronder gezonde voeding, voldoende beweging en stoppen met roken,
dient ook bij 10-jaarsrisico’s op ziekte of sterfte door HVZ < 10% te worden geadviseerd. \
Identificatie patiënten verhoogd risico
Het opstellen van een risicoprofiel dient altijd te worden aangeboden aan patiënten die
bekend zijn met:3
– SBD > 140 mmHg;
– TC > 6,5 mmol/l;
– rokers≥50jaar;
– Antihypertensiva of statinegebruik;
– Een belaste familieanamnese voor HVZ, gedefinieerd als ‘een vader, moeder, broer of zus
die voor het 65e levensjaar een hart- en vaatziekte heeft’.4 Bij allochtone bevolkingsgroepen
verdient dit extra aandacht (zie paragraaf Opstellen van het risicoprofiel);
– Chronische nierschade (leeftijd<65jaar:eGFR< 60 ml/min/1,73 m2; leeftijd ≥ 65 jaar: eGFR
< 45 ml/min/1,73 m2, en/of (micro)albuminurie).
Bij patiënten met een SBD > 180 mmHg of een TC/ HDL-ratio > 8 is een snelle analyse
gewenst en is de drempel voor medicamenteuze behandeling laag.
Patiënten met HVZ, DM of RA
- Bij doorgemaakt HVZ, DM of RA > verhoogd risico op progressie ziekte en nieuwe HVZ
o Dient altijd risicoprofiel te worden opgesteld
Richtlijnen diagnostiek
- Etniciteit en stress zijn niet bij risicoprofiel betrokken > moeilijk
objectiveren
o Risico voor Allochtone groepen (Hindoestanen) hoger dan
autochtone Nederlandse bevolking
Bloeddrukbepaling
o Op basis meerdere metingen, gedurende wat langere periode
o Bij een licht verhoogde bloeddruk (SBD 140-160 mmHg)
kunnen de metingen over een periode van enkele maanden
Rekenvoorbeelden Relatief Risico; Absolute Risico Reductie; Relatieve Risicoreductie
, NHG-standaard cardiovasculair risicomanagement
Bestudeer de volledige tekst van de standaard (dus niet alleen de samenvatting) van de paragrafen
begrippen en richtlijnen diagnostiek en van de paragraaf richtlijnen beleid tot aan geneesmiddelen-
groepen.
Begrippen
– Cardiovasculair risicomanagement behelst de diagnostiek, behandeling en follow-up van
risicofactoren voor HVZ, inclusief leefstijladvisering en begeleiding bij patiënten met een verhoogd
risico op ziekte of sterfte door HVZ.
– Met HVZ worden in deze standaard door athero- trombose veroorzaakte klinische manifestaties bij
volwassenen bedoeld, zoals hartinfarct, angi- na pectoris, hartfalen, herseninfarct (cerebrovasculair
accident, CVA), transient ischaemic attack (TIA), aneurysma aortae en perifeer arterieel vaatlijden.
– Een risicoprofiel is een overzicht van voor HVZ relevante risicofactoren: leeftijd, geslacht, roken,
familieanamnese, voedingspatroon, alcoholge- bruik, lichamelijke activiteit, bloeddruk, body- mass
index, lipidenspectrum, glucosegehalte en geschatte glomerulaire filtratiesnelheid.
– Bij een 10-jaarsrisico op ziekte of sterfte door HVZ < 10% is medicamenteuze behandeling van licht
tot matig verhoogde bloeddruk (SBD 140- 160 mmHg) en/of licht tot matig verhoogd
cholesterolgehalte (TC/HDL-ratio 5 tot 8) meestal niet zinvol.
– Een gezonde leefwijze, waaronder gezonde voeding, voldoende beweging en stoppen met roken,
dient ook bij 10-jaarsrisico’s op ziekte of sterfte door HVZ < 10% te worden geadviseerd. \
Identificatie patiënten verhoogd risico
Het opstellen van een risicoprofiel dient altijd te worden aangeboden aan patiënten die
bekend zijn met:3
– SBD > 140 mmHg;
– TC > 6,5 mmol/l;
– rokers≥50jaar;
– Antihypertensiva of statinegebruik;
– Een belaste familieanamnese voor HVZ, gedefinieerd als ‘een vader, moeder, broer of zus
die voor het 65e levensjaar een hart- en vaatziekte heeft’.4 Bij allochtone bevolkingsgroepen
verdient dit extra aandacht (zie paragraaf Opstellen van het risicoprofiel);
– Chronische nierschade (leeftijd<65jaar:eGFR< 60 ml/min/1,73 m2; leeftijd ≥ 65 jaar: eGFR
< 45 ml/min/1,73 m2, en/of (micro)albuminurie).
Bij patiënten met een SBD > 180 mmHg of een TC/ HDL-ratio > 8 is een snelle analyse
gewenst en is de drempel voor medicamenteuze behandeling laag.
Patiënten met HVZ, DM of RA
- Bij doorgemaakt HVZ, DM of RA > verhoogd risico op progressie ziekte en nieuwe HVZ
o Dient altijd risicoprofiel te worden opgesteld
Richtlijnen diagnostiek
- Etniciteit en stress zijn niet bij risicoprofiel betrokken > moeilijk
objectiveren
o Risico voor Allochtone groepen (Hindoestanen) hoger dan
autochtone Nederlandse bevolking
Bloeddrukbepaling
o Op basis meerdere metingen, gedurende wat langere periode
o Bij een licht verhoogde bloeddruk (SBD 140-160 mmHg)
kunnen de metingen over een periode van enkele maanden