Oefeningen filosofie
Oefeningen filosofie the basics
6.1 Verander onderstaande vragen in 2de orde vragen
1. Hoe laat is het?
2de orde vragen: Wat is tijd?
Vooronderstelling: de auteur wil graag ergens op tijd zijn
2. Waarom heeft ze haar vriendin geslagen?
Wat betekent het voor vriendschap als er geweld aan te pas komt?
o Het geweld doet de vriendschap in vraagstellen (= dit is een
verwachting)
Meerdere concepten in een vraag: dit betekent dat we moeten peilen naar
het verband tussen elkaar
3. Is dit waar?
Wat is waarheid?
4. Waarom heb je hem graag?
Wat betekent ‘hem graag zien’?
5. Is dat reëel?
Wat betekent realiteit?
6.4 oefeningen: rangschikking volgens de filosofische onderdelen
Logica Metafysica Epistemologie Ethica Esthetica
1. Florian: “Ik zou wel eens
willen weten waarom dat stuk o o o
doek een kunstwerk is.”
2. Lorraine: “Natuurlijk is hij
een monster. Maar hij is een o o o
goed monster.”
3. Francis: “Ik weet wat ik weet,
maar ik weet niet of het heel o o o o
zeker is.”
4. Lars: “Dit is een
speelgoedgiraffe, maar het is
wel een echte o o o o
speelgoedgiraffe.”
5. Herbert: “Als twee mensen
hetzelfde paard berijden, dan
volgt daaruit dat de één o o o o
vooraan en de ander
achteraan zit.”
6. Mientje: “Miel, dat lederen
jasje met afgescheurde
mouwen past uitstekend bij o o o
jou!”
Metafysica = alle dingen die we aannemen
Vb. God, monster onder je bed, …
Hoe weten we dat iets echt is?
o Vb. Fake news, echtheid, realiteit, …
Epistemologie = kennisleer
Ethica = het goede
Esthetica = kunstfilosofie
1
Oefeningen filosofie the basics
6.1 Verander onderstaande vragen in 2de orde vragen
1. Hoe laat is het?
2de orde vragen: Wat is tijd?
Vooronderstelling: de auteur wil graag ergens op tijd zijn
2. Waarom heeft ze haar vriendin geslagen?
Wat betekent het voor vriendschap als er geweld aan te pas komt?
o Het geweld doet de vriendschap in vraagstellen (= dit is een
verwachting)
Meerdere concepten in een vraag: dit betekent dat we moeten peilen naar
het verband tussen elkaar
3. Is dit waar?
Wat is waarheid?
4. Waarom heb je hem graag?
Wat betekent ‘hem graag zien’?
5. Is dat reëel?
Wat betekent realiteit?
6.4 oefeningen: rangschikking volgens de filosofische onderdelen
Logica Metafysica Epistemologie Ethica Esthetica
1. Florian: “Ik zou wel eens
willen weten waarom dat stuk o o o
doek een kunstwerk is.”
2. Lorraine: “Natuurlijk is hij
een monster. Maar hij is een o o o
goed monster.”
3. Francis: “Ik weet wat ik weet,
maar ik weet niet of het heel o o o o
zeker is.”
4. Lars: “Dit is een
speelgoedgiraffe, maar het is
wel een echte o o o o
speelgoedgiraffe.”
5. Herbert: “Als twee mensen
hetzelfde paard berijden, dan
volgt daaruit dat de één o o o o
vooraan en de ander
achteraan zit.”
6. Mientje: “Miel, dat lederen
jasje met afgescheurde
mouwen past uitstekend bij o o o
jou!”
Metafysica = alle dingen die we aannemen
Vb. God, monster onder je bed, …
Hoe weten we dat iets echt is?
o Vb. Fake news, echtheid, realiteit, …
Epistemologie = kennisleer
Ethica = het goede
Esthetica = kunstfilosofie
1