BWL : MANNELIJK GESLACHTSSTELSEL
Inleiding :
- Testis bestaande uit een exocrien (productie van spermatozoïden) en een endocrien
(geslachtshormonen = vnl testosteron) deel
- Epididymis = voeding, stapelplaats en afvoer van spermatozoïden
- Ductus deferens = afvoer
- Accessoire geslachtsklieren : productie van suspensiemiddel voor spermatozoïden
- Urethra pars pelvina = afvoer van sperma
- Penis met corpora cavernosa en corpus spongiosum = copulatieorgaan
Teelbal :
- Testis
- Kapsel (tunica albuginea) is zeer dik en bestaat uit collageen BW met zeer weinig elastine
waardoor zwelling zeer pijnlijk is want kan moeilijk uitzetten
- Bij hengst en beer liggen de arteries en venen in het diepste deel van de tunica
- Bij de Ca liggen de arteries en venen oppervlakkiger
- Buitenzijde bekleed door peritoneum
- Septa delen de testis op in lobuli en zijn volledig bij hond en beer; bij HK en kat onvolledig
- Mediastinum testis = centrale bwas waarop de septa uitlopen en de rete testis
(intratesticulaire afvoerwegen) liggen in het mediastinum
- Extremitas capitata testis = soort van hilus waarbij de intratesticulaire afvoerwegen overgaan
naar de extratesticulaire (epididymis)
- De lobuli testis :
Hierin liggen de tubuli seminiferi, tubuli recti, interstitieel weefsel met de Leydigcellen
Tubuli seminiferi of zaadbuisjes :
Sterk gekronkeld waarbij de uiteinden recht eindigen
Per lobulus 1-4 buisjes aangetroffen
Wand bestaat uit kiemepitheel rustend op basaalmembraan
In kiemepitheel worden 2 celgroepen aangetroffen :
o Cellen van de seminale reeks :
DNA => bevat vaderlijk erfdeel dat moet overgedragen worden
tot volgende generatie
Zijn basofiel
Spermatogenese bestaat uit spermatogoniën, spermatocyt I en
II, spermatide en spermatozoïde
Spermatogonie : matig groot en ligt nabij basaalmembraan,
vertoont mitosen => stamcel spermatogonie A gaat delen en dan
krijg je nieuwe A en 2e dochtercel die dan ook weer gaat delen en
aanleiding geeft tot B en de laatste reeks spermatogoniën geeft
aanleiding tot spermatocyt I
Spermatocyt I : reductiedeling van de meiose = kernmateriaal
sterk kleurbaar => reductiedeling geëindigd = spermatocyt II
Spermatocyt II : onderling zijn ze door de reductie al niet meer
identiek = ze zijn kleiner dan I want geen aanmaak van DNA en
, cytoplasma => ze zijn verder verwijdert van de basaalmembraan
en blijven slechts enkele minuten – uur aanwezig
Spermatide : na mitotische deling zijn er uit elke spermatocyt I 4
spermatide ontstaan (deling in I en deling in II) = kleiner dan II en
ondergaan omvorming tot spermatozoïde en liggen nabij de rand
van het lumen van een tubulus
Spermatozoïde : eindproduct van de spermatogenese en bezit
een kop waarin de kern gelegen zit (sterk kleurbaar waarbij DNA
sterk gecondenseerd is tot heterochromatine) en een staart.
Spermatozoïden afkomstig van een zelfde stamcel liggen in een
groepje waarbij hun kop in de Sertolicel duikt wel zijn ze nog niet
beweegbaar
De celdeling blijkt wel nog niet volledig want de afstammelingen van de
spermatogonie blijven lange tijd met cytoplasmabrugjes verbonden (wat niet het
geval is bij rijpe)
o Spermatoforen of cellen van Sertoli :
Steuncellen en voedingscellen voor seminale reeks
Cel neemt alle ruimte in tussen de cellen van de vorige reeks
Apicale zone : cytoplasma-uitlopers waartussen de
spermatozoïden liggen
Basale zone : kern, driehoekig en arm aan chromatine en dichtbij
basaalmembraan
Vertonen zeer weinig mitosen dus niet gevoelig aan bestraling
Onderling met elkaar verbonden via zonulae occludentes en deze
verhindert dat stoffen vanuit de bloedbaan het tubuluslumen
bereiken = bloed-testisbarrière
Perifeer van de barrière : peritubulaire ruimte met micromilieu
bepaald door gefenestreerde bloedcapillairen
Binnen de barrière : tubulaire ruimte eigen micromilieu gunstig
voor meiose en spermiogenese
Vermenigvuldiging van spermatogoniën heeft plaats perifeer van
de barrière
Verder zorgt de barrière er ook voor dat eigen inhoud van de
tubuli afgezonderd blijft voor autoimmuunziekten dat de
lymfocyten niet gaan aanvallen want dat is vreemd materiaal
Tubuli recti :
Gaan enkele tubuli seminifere contorti verbinden met het rete testis in
mediastinum
Geen kiemepitheel, bekleed met éénlagig kubisch tot afgeplat
Bij hengst en beer langer verloop
Interstitieel weefsel :
Tubuli seminiferi zijn gescheiden door een basaalmembraan
Tegen membraan liggen de peritubulaire cellen of myoïde cellen omdat ze
myofilamenten bevatten en dus contractiel vermogen hebben
Overschot van weefsel bestaat uit reticulineweefsel en verbindt de verschillende
buisjes en bevat ook talrijke bloedcapillairen en de cellen van Leydig
Leydigcellen produceren het testosteron en komen in iedere testis voor maar in
grotere hoeveelheden bij de beer, paard, en kat
Inleiding :
- Testis bestaande uit een exocrien (productie van spermatozoïden) en een endocrien
(geslachtshormonen = vnl testosteron) deel
- Epididymis = voeding, stapelplaats en afvoer van spermatozoïden
- Ductus deferens = afvoer
- Accessoire geslachtsklieren : productie van suspensiemiddel voor spermatozoïden
- Urethra pars pelvina = afvoer van sperma
- Penis met corpora cavernosa en corpus spongiosum = copulatieorgaan
Teelbal :
- Testis
- Kapsel (tunica albuginea) is zeer dik en bestaat uit collageen BW met zeer weinig elastine
waardoor zwelling zeer pijnlijk is want kan moeilijk uitzetten
- Bij hengst en beer liggen de arteries en venen in het diepste deel van de tunica
- Bij de Ca liggen de arteries en venen oppervlakkiger
- Buitenzijde bekleed door peritoneum
- Septa delen de testis op in lobuli en zijn volledig bij hond en beer; bij HK en kat onvolledig
- Mediastinum testis = centrale bwas waarop de septa uitlopen en de rete testis
(intratesticulaire afvoerwegen) liggen in het mediastinum
- Extremitas capitata testis = soort van hilus waarbij de intratesticulaire afvoerwegen overgaan
naar de extratesticulaire (epididymis)
- De lobuli testis :
Hierin liggen de tubuli seminiferi, tubuli recti, interstitieel weefsel met de Leydigcellen
Tubuli seminiferi of zaadbuisjes :
Sterk gekronkeld waarbij de uiteinden recht eindigen
Per lobulus 1-4 buisjes aangetroffen
Wand bestaat uit kiemepitheel rustend op basaalmembraan
In kiemepitheel worden 2 celgroepen aangetroffen :
o Cellen van de seminale reeks :
DNA => bevat vaderlijk erfdeel dat moet overgedragen worden
tot volgende generatie
Zijn basofiel
Spermatogenese bestaat uit spermatogoniën, spermatocyt I en
II, spermatide en spermatozoïde
Spermatogonie : matig groot en ligt nabij basaalmembraan,
vertoont mitosen => stamcel spermatogonie A gaat delen en dan
krijg je nieuwe A en 2e dochtercel die dan ook weer gaat delen en
aanleiding geeft tot B en de laatste reeks spermatogoniën geeft
aanleiding tot spermatocyt I
Spermatocyt I : reductiedeling van de meiose = kernmateriaal
sterk kleurbaar => reductiedeling geëindigd = spermatocyt II
Spermatocyt II : onderling zijn ze door de reductie al niet meer
identiek = ze zijn kleiner dan I want geen aanmaak van DNA en
, cytoplasma => ze zijn verder verwijdert van de basaalmembraan
en blijven slechts enkele minuten – uur aanwezig
Spermatide : na mitotische deling zijn er uit elke spermatocyt I 4
spermatide ontstaan (deling in I en deling in II) = kleiner dan II en
ondergaan omvorming tot spermatozoïde en liggen nabij de rand
van het lumen van een tubulus
Spermatozoïde : eindproduct van de spermatogenese en bezit
een kop waarin de kern gelegen zit (sterk kleurbaar waarbij DNA
sterk gecondenseerd is tot heterochromatine) en een staart.
Spermatozoïden afkomstig van een zelfde stamcel liggen in een
groepje waarbij hun kop in de Sertolicel duikt wel zijn ze nog niet
beweegbaar
De celdeling blijkt wel nog niet volledig want de afstammelingen van de
spermatogonie blijven lange tijd met cytoplasmabrugjes verbonden (wat niet het
geval is bij rijpe)
o Spermatoforen of cellen van Sertoli :
Steuncellen en voedingscellen voor seminale reeks
Cel neemt alle ruimte in tussen de cellen van de vorige reeks
Apicale zone : cytoplasma-uitlopers waartussen de
spermatozoïden liggen
Basale zone : kern, driehoekig en arm aan chromatine en dichtbij
basaalmembraan
Vertonen zeer weinig mitosen dus niet gevoelig aan bestraling
Onderling met elkaar verbonden via zonulae occludentes en deze
verhindert dat stoffen vanuit de bloedbaan het tubuluslumen
bereiken = bloed-testisbarrière
Perifeer van de barrière : peritubulaire ruimte met micromilieu
bepaald door gefenestreerde bloedcapillairen
Binnen de barrière : tubulaire ruimte eigen micromilieu gunstig
voor meiose en spermiogenese
Vermenigvuldiging van spermatogoniën heeft plaats perifeer van
de barrière
Verder zorgt de barrière er ook voor dat eigen inhoud van de
tubuli afgezonderd blijft voor autoimmuunziekten dat de
lymfocyten niet gaan aanvallen want dat is vreemd materiaal
Tubuli recti :
Gaan enkele tubuli seminifere contorti verbinden met het rete testis in
mediastinum
Geen kiemepitheel, bekleed met éénlagig kubisch tot afgeplat
Bij hengst en beer langer verloop
Interstitieel weefsel :
Tubuli seminiferi zijn gescheiden door een basaalmembraan
Tegen membraan liggen de peritubulaire cellen of myoïde cellen omdat ze
myofilamenten bevatten en dus contractiel vermogen hebben
Overschot van weefsel bestaat uit reticulineweefsel en verbindt de verschillende
buisjes en bevat ook talrijke bloedcapillairen en de cellen van Leydig
Leydigcellen produceren het testosteron en komen in iedere testis voor maar in
grotere hoeveelheden bij de beer, paard, en kat