Naïeve kennis:
- Gebaseerd op gewoontes
- Gebaseerd op wishful thinking
- Gebaseerd op autoriteit
- Gebaseerd op ideologie
- Gebaseerd op intuïtie
Zender-boodschap-ontvangermodel (Lasswell): Wie zegt Wat tegen Wie, Hoe en met Welk effect?
Bezwaar tegen zijn model: er wordt vanuit de zender gekeken, niet genoeg vanuit het perspectief van
de ontvanger en dat hij niet keek naar de context.
Een betere omschrijving van communicatie zou dus zijn: Wie zegt Wat tegen Wie, Hoe, met welk
Effect, met welke Terugkoppeling en in welke Context?
Als de ontvanger centraal staat, is het niet de vraag wat de boodschap met de ontvanger doet, maar
wat de ontvanger met de boodschap doet.
McQuail: vier functies van de boodschap:
- Boodschap als bron van informatie
- Boodschap als vermaak
- Boodschap als middel om de persoonlijke identiteit te versterken
- Boodschap als voertuig voor sociale integratie en interactie
Onderzoek doen:
Je begint met een probleemstelling, waarin je een vraag en doelstelling onderscheidt.
- Vraagstelling: Wat wil je onderzoeken?
- Doelstelling: Waarom wil je onderzoeken?
Vanuit de probleemstelling kies je een onderzoeksontwerp.
De sociale werkelijkheid kun je op verschillende manieren benaderen: Paradigma’s: Een stelsel van
opvattingen dat wordt gedeeld door een groep van wetenschappers over wat de juiste of beste
wetenschap is waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen, alsook over de wijze waarop
je zo’n theorie zou moeten ontwikkelen respectievelijk confronteren met de sociale werkelijkheid.
2 belangrijke benaderingen:
De empirisch-analytische benadering (vrij objectief): Het onderzoeken van resultaten,
gebaseerd op natuurwetenschap.
De empirisch-interpretatieve benadering (meer subjectief): Gedrag begrijpen/verklaren
vanuit de context.
Huidige westerse manier van wetenschap: Empirisme (gebaseerd op waarneming, hoeft niet met
eigen ogen, mag ook met tools) en rationaliteit (gebaseerd op nadenken, logisch, consistent)
De media speelt een brugfunctie tussen wetenschap en het publiek. Het is echter niet altijd even
wetenschappelijk relevant doordat de media vaak alleen de clickbait mogelijkheden laat zien.
Parameter: variabele waaraan een bepaalde waarde wordt toegekend om met behulp daarvan
andere onbekende grootheden te kunnen berekenen
,Het onderzoeksplan:
Dataverzamelingsplan is wat voor data, steekproefplan is bij wie
Welke methodologische beslissingen
maak je?
Je schrijft altijd ook nog een tijdsschema en een begroting.
Theoretisch raamwerk: Vanuit welk perspectief of wetenschappelijke theorie?
Conceptueel model: Abstracte en compacte weergave van een theorie dat je wilt onderzoeken.
Hoe begin je aan een onderzoeksplan?
1) Interesse in bepaald thema
2) Literatuuronderzoek. Doel is overzicht van wat bekend is en de waarde ervan, geeft inzicht over
onderzoek en methode. Maak gebruik van synoniemen en trefwoorden. Maak gebruik van review-
studies.
Probleemstelling: Hoofdvraag en deelvragen
Beschrijvende vraagstelling: Vragen als wie of wat voor, welke, wanneer en hoe? Kunnen
zeer divers zijn. Wanneer er tenminste twee tijdstippen worden vergeleken, spreken we over
een beschrijvende trendvraagstelling. Wanneer er tenminste twee locaties worden
vergeleken, spreken we over een beschrijvende comparatieve vraagstelling.
Verklarende vraagstelling: Het startpunt is een verschijnsel waarvoor men vervolgens één of
meer verklaringen zoekt. Te herkennen aan waardoor, waarom, wat is de reden-vragen.
Voorspellende vraagstelling: Het gaat om concrete voorspellingen van data die je in het
onderzoek verwacht aan te trekken. Deze zijn veelal het uitgangspunt voor het toetsen van
hypothesen.
Verklarende en voorspellende vraagstellingen zijn causale vraagstellingen. Verschil: verklarende
vragen beginnen bij het gevolg en voorspellende vragen bij de oorzaak.
Doelstelling: Waarom en evt. voor wie?
- fundamenteel (bijdrage leveren aan de wetenschap)of toegepast (bijdrage leveren aan de
maatschappij) onderzoek
- explorerend of toetsend onderzoek
Onderzoeksopzet
- mate van controle van onderzoeker
- tijdsperspectief
- Aantal momenten van dataverzameling
Soorten onderzoek:
- kwalitatief: verzamelen van tekst
, - kwantitatief: verzamelen van data in getallen
- mixed methods
Voorwaarden voor causaal verband AB:
- A moet in tijd vooraf gaan voor B
- Er moet een duidelijke samenhang zijn
- Er is geen derde variabele
Primair onderzoek: doe je zelf
Secundair onderzoek: Alleen bestaande data analyseren.
Je kunt je onderzoeksplan halverwege aanpassen, want Je kunt niet alles voorzien, maar Als je
achteraf je verhaal aanpast, ben je niet meer controleerbaar.
Soorten Data-analyse:
Thematische contentanalyse een analyse van wat er gezegd is ipv hoe
Metafooranalyse
Discourseanalyse
Variabel: Eigenschap waarop personen/dingen verschillen. Je formuleert je onderzoeksvraag in
termen van variabelen.
Operationalisatie: Hoe meet je de variabelen in je vraagstelling?
Variabelen: Alle vragen waarop proefpersonen een score krijgen. Alle variabelen samen data
Verschillende soorten variabelen getallen hebben een verschillende betekenis. Het meetniveau
geeft aan welke informatie in scores op variabele je serieus neemt.
Cijfers zijn labels
Cijfers geven ordening
Cijfers bevatten kwantitatieve data
Cijfers bevatten kwantitatieve data, en heeft ook een absoluut
nulpunt
Kies altijd het hoogst mogelijke inhoudelijk
zinvolle meetniveau
In onderzoek heb je te maken met ethische beperkingen, daarom eerste plannen voorleggen aan de
ethische commissie. Hou rekening met anonimiteit en privacy.
6 principes voor de wetenschapper:
1. Eerlijk en openhartig
2. Betrouwbaar
3. Controleerbaar
4. Onpartijdig
5. Onafhankelijk
6. Houdt rekening met maatschappelijke implicaties
Soorten onderzoek:
Grootschalig veldonderzoek