Kwalitatieve waarneming = een meting zonder te meten.
Kwantitatieve waarneming = een meting met behulp van een hulpmiddel (meetlint.)
Grootheid = eigenschap die je kunt meten.
Eenheid =eigenschap waarmee je de grootheid aangeeft.
Internationale eenhedenstelsel/SI = een stelsel waar alle eenheden instaan.
Basisgrootheden = de hoofdzaak. (massa, lengte.)
Grondeenheden = de aanduiding (kg, m.)
Afgeleide grootheden = grootheden die geen basisgrootheid zijn.
Afgeleide eenheid = de bijbehorende eenheid.
Grootheid = getal x eenheid.
Basisgrootheid Symbool Grondeenheid Symbool
Lengte l (L) Meter m
Massa m Kilogram kg
Tijd T Seconde s
Stroomsterkte I (i) Ampère A
Temperatuur T Kelvin K
Lichtsterkte I Candela cd
Hoeveelheid stof N Mol mol
Vlakke hoek A Radiaal rad
Ruimtehoek Ω Sterradiaal sr
Factor Naam Symbool Naam NL Factor Naam Symbool
3 -3
10 kilo K Duizend(ste) 10 milli m
106 mega M Miljoen(ste) 10-6 micro µ
9 -9
10 giga G Miljard(ste) 10 nano n
Exponent = het getal waarmee een ander getal tot een macht wordt verheven.
1000 = 10x10x10 = 103
Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Kolom 5 Kolom 6 Kolom 7
Rij 1 1000 100 10 1 0.1 0.01 0.001
Rij 2 1000 100 10 1 1 1 1
10 100 1000
Rij 3 10x10x1 10 1 1 1 1
0 10 10 x 10 10 x 10 x 10
Rij 4 10 3
10 1
1 1 1 1
10 x 1 10 x 2 10 x 3
1 0 1 -2
Rij 5 103 10 10 10- 10 10-3
Een positieve exponent = het getal keer.
Een negatieve exponent = het getal delen door.
1 = 100
Wetenschappelijke notatie = een getal met voor de komma een cijfer gevolgd door de
macht van 10.
1
0.051 = 5.1 x 0,01 = 5.1 x (1:100) = 5.1 x = 5.1 x 10-2 = 5.,1 . 10-2
10 x 2
Orde van grootte = afronden de macht van 10 bv: 1,496 x 1011 = 1x1011
1 10p x 10q = 10p+q
= 10-p
10 x p
, 10 x p (10p)q = 10pxq
= 10p-q
10 x q
1.3 werken met eenheden.
De eenheid van = het gebruik van vierkante haken rond de grootheid. In plaats van de
eenheid van massa is kilogram schrijf je (m) = kg
Formules hoofdstuk 1:
Oppervlakte rechthoek A=lxb
Oppervlakte cirkel 1
A = πr2 of A = πd2
4
Dichtheid m
p=
V
Afstand/snelheid/tijd m v
s = v x t of v = of t =
s s
2
Inhoud cilinder V = πr x h
Inhoud balk V=lxbxh
Omtrek cirkel O = 2πr
m
Eenheid van snelheid afleiden: s = v x t = m = v x s = v = = m x s-1 = ms-1
s
De massa uitrekenen: asfaltweg met een lengte van 2,0 km breedte van 6,0m en dikte van
25cm
m
p=
V
p = 1,2 x 10 kgm-3
V = l x b x h l = 2,0 x 103 m b = 6,0 m h = 0,25m
V = 2,0 x 103 x 6,0 x 0,25 = 3,0 x 103m3
m
1,2 x 103 =
3,0 x 10 3 m3
m = 3,6 x 106kg
Eenheid Symbool en omrekeningsfactor
Dag d = 86400 s
Jaar y = 3,15 x 107 s
Minuut min = 60 s
Uur h = 3600 s
Van kmh omreken naar ms : als je van ms naar kmh-1 gaat vermenigvuldig je met 3.6
-1 -1 -1
Als je van kmh-1 naar ms-1 deel je door 3,6.
1.4 meetonzekerheid en significante cijfers.
Meetonzekerheid/meetfout = een foutje tijdens het meten.
Toevallige fout = een schatting, een gemeten waarden op een display, afronding.
Systematische fout = een fout die je zelf maakt bv: niet goed afstellen.
Afleesfout = een fout die je maakt tijdens het aflezen.
Denk bij noteren aan de cijfers achter de komma 3m staat minder duidelijk dan 3,000m