SAMENVATTING INFECTIEZIEKTEN 2
. r
,INLEIDING
KLASSIFICATIE MICRO ORGANISMEN
KLASSIFICATIE VIRUSSEN
Virussen klassificeren aan de hand van:
- Aanwezigheid envelop (membraansysteem)
- Nucleïnezuur (DNA systeem
a. DNA/RNA
b. Dubbel-/enkelstreng
- Replicatiecylus: lysogeen – lytisch
Replicatie van de virussen gaat als volgt:
Er bestaan verschillende soorten virussen die allemaal een ander soort genoom hebben. Sommige virussen hebben een
enkelstrengig of dubbelstrengig genoom (ook nog een verschil tussen + en - ). Bij elke soort genoom bij de virussen is er een
andere cyclus. Bij dubbelstrengig genoom moet namelijk het genoom eerst gesplits worden in twee enkelstrengige delen en dan
pas afgelezen worden voor de replicatie van het DNA.
2
r
,KLASSIFICATIE BACTERIËN
Bacteriën kun je ook klassificeren aan de hand van verschillende factoren:
KLASSIFICATIETABEL
3
r
, TAXONOMIE
= hiërarchische klassificatie op basis van fenotype en evolutionaire verwantschap
Domein – phylum – klasse – groep – familie – genus – soort
Nomenclatuur is binomiaal en volgt het systeem van doctor en botanist Carl Linnaeus
in ganse biologie: genus + species naam.
- Vaak Latijnse of Griekse afleidingen, soms
verwijzend naar een fenotype of een persoon
- Nieuwe namen moeten regels volgen:
‘International Code of Nomenclature of Bacteria’.
WETENSCHAPPELIJKE NOMENCLATUUR EN SYSTEMATIEK
- Link tussen fylogenie en taxonomie
- Meer en meer gebaseerd op (volledige) DNA sequenties
a. Fenotypisch genotypisch phylogenetisch
- Species concept is problematisch bij bacteriën want geen seksuele
voortplanting moeilijk af te lijnen tot waar een species gaat
- Gebaseerd op DNA conservatie
INTERACTIE BACTERIE – GASTHEER
BEGRIPPEN
- Transiënt: just ‘passing through’
- Commensaal: leeft met ons samen, geen last van
- Pathogeen: ziekmakende bacterie
- Opportunist: commensaal die pathogeen wordt door een immuundepressie
COMMENSALE PATHOGENEN
- Voorbeelden: S. pneumoniae, N. meningitidis, Haemophilus influenzae b, S. pyogenes
- Hebben virulentiefactoren, zoals IgA protease, Pili, anti-fagocytose proteïnen
- Immunisatie voorkomt ziekte maar elimineert kolonisatie
VERSCHIL COMMENSAAL – PATHOGEEN
- Pathogenen kunnen anatomische barrières passeren en de vermenigvuldiging en overleving van andere
bacteriën tegenhouden
4
r
. r
,INLEIDING
KLASSIFICATIE MICRO ORGANISMEN
KLASSIFICATIE VIRUSSEN
Virussen klassificeren aan de hand van:
- Aanwezigheid envelop (membraansysteem)
- Nucleïnezuur (DNA systeem
a. DNA/RNA
b. Dubbel-/enkelstreng
- Replicatiecylus: lysogeen – lytisch
Replicatie van de virussen gaat als volgt:
Er bestaan verschillende soorten virussen die allemaal een ander soort genoom hebben. Sommige virussen hebben een
enkelstrengig of dubbelstrengig genoom (ook nog een verschil tussen + en - ). Bij elke soort genoom bij de virussen is er een
andere cyclus. Bij dubbelstrengig genoom moet namelijk het genoom eerst gesplits worden in twee enkelstrengige delen en dan
pas afgelezen worden voor de replicatie van het DNA.
2
r
,KLASSIFICATIE BACTERIËN
Bacteriën kun je ook klassificeren aan de hand van verschillende factoren:
KLASSIFICATIETABEL
3
r
, TAXONOMIE
= hiërarchische klassificatie op basis van fenotype en evolutionaire verwantschap
Domein – phylum – klasse – groep – familie – genus – soort
Nomenclatuur is binomiaal en volgt het systeem van doctor en botanist Carl Linnaeus
in ganse biologie: genus + species naam.
- Vaak Latijnse of Griekse afleidingen, soms
verwijzend naar een fenotype of een persoon
- Nieuwe namen moeten regels volgen:
‘International Code of Nomenclature of Bacteria’.
WETENSCHAPPELIJKE NOMENCLATUUR EN SYSTEMATIEK
- Link tussen fylogenie en taxonomie
- Meer en meer gebaseerd op (volledige) DNA sequenties
a. Fenotypisch genotypisch phylogenetisch
- Species concept is problematisch bij bacteriën want geen seksuele
voortplanting moeilijk af te lijnen tot waar een species gaat
- Gebaseerd op DNA conservatie
INTERACTIE BACTERIE – GASTHEER
BEGRIPPEN
- Transiënt: just ‘passing through’
- Commensaal: leeft met ons samen, geen last van
- Pathogeen: ziekmakende bacterie
- Opportunist: commensaal die pathogeen wordt door een immuundepressie
COMMENSALE PATHOGENEN
- Voorbeelden: S. pneumoniae, N. meningitidis, Haemophilus influenzae b, S. pyogenes
- Hebben virulentiefactoren, zoals IgA protease, Pili, anti-fagocytose proteïnen
- Immunisatie voorkomt ziekte maar elimineert kolonisatie
VERSCHIL COMMENSAAL – PATHOGEEN
- Pathogenen kunnen anatomische barrières passeren en de vermenigvuldiging en overleving van andere
bacteriën tegenhouden
4
r