100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting KOM alle leerstof

Rating
4.0
(1)
Sold
7
Pages
29
Uploaded on
22-10-2024
Written in
2024/2025

Samenvatting KOM met alle informatie voor de eindtoets. Bevat hoorcolleges, grasple lessen en het boek! Ik heb met deze samenvatting een 8,7 gehaald.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 22, 2024
Number of pages
29
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

KOM: kennismaking met onderzoeksmethoden en statistiek – blok 1
Na afloop van de cursus:
• Ken je de basis begrippen uit sociaalwetenschappelijk onderzoek,
• Weet je uit welke fases sociaalwetenschappelijk onderzoek is opgebouwd,
• Ben je bekend met de ethische aspecten van sociaalwetenschappelijk
onderzoek,
• Ken je enkele kwantitatieve en kwalitatieve dataverzamelings- en data-
analysetechnieken en de voor- en nadelen hiervan gegeven een
onderzoeksvraag,
• Kan je bovenstaande toepassen om een eenvoudig sw-onderzoek op
hoofdlijnen kritisch te beoordelen.


HC 1: Inleiding kwalitatief onderzoek




Kenmerken wetenschappelijk onderzoek:
1. Empirisch = Gebaseerd op systematische waarnemingen
2. Controleerbaar = Het is ge-peer reviewed: onderzoekers op dit gebied hebben
het onderzoek kritisch beoordeeld.
3. Probabilistisch = Resultaten zijn niet absoluut, maar gebaseerd op
waarschijnlijkheid. Wetenschappers bewijzen niks, ze ondersteunen de theorie

Merton’s Scientific Norms:
1. Universalisme = iedereen kan wetenschap beoefenen; je hebt geen hoge
universitaire graad of belangrijke onderzoeksfunctie nodig.
2. Gemeenschappelijkheid = bevindingen van een onderzoek behoord tot de
gemeenschap en moet openbaar toegankelijk zijn.
3. Geen persoonlijke binding = de persoonlijke opvattingen en gevoelens van de
onderzoekers mogen geen invloed hebben op de resultaten. En de
onderzoeker mag er geen voordeel uit de uitkomst van de hypothese.
4. Georganiseerde scepsis = onderzoekers moeten alles wantrouwen, ook hun
eigen theorieën.

,Theorie: contact tussen moeder en baby, niet eten, is de basis voor de
aanhankelijkheid van een baby aan zijn moeder.

Hypothese: het aapje gaat meer tijd spenderen bij de zachte constructie, dan bij het
eten.
➔ Hypothese is aangepast aan het ontwerp van het experiment
➔ Worden vaak vooraf geregistreerd

Kenmerken van een goede wetenschappelijke theorie:
• Ondersteund door data: Data uit wetenschappelijk onderzoek
• Falsifieerbaar = Een theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand van
verzamelde gegevens (data dat niet verzameld kan worden is niet
falsifieerbaar voorbeeld: god)
• Spaarzaam = Als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig om deze
complexer te maken

Twee soorten onderzoeksvragen:
1. Fundimenteel = Oplossen van een kennisvraag
➔ voorbeeld: wat gebeurd er in het brein van een kind dat dyslectisch is?
2. Toegepast = Praktijkprobleem
➔ voorbeeld: Hoe kunnen we kinderen helpen met dyslectie?

Overtuigingen niet volledig te baseren op persoonlijke ervaringen:
1. Geen controlegroep: Een controlegroep dient als vergelijking om aan te tonen
wat er zou gebeuren zonder de gemanipuleerde variabele (bijvoorbeeld een
placebo).
2. Confounders: Als er iets verandert, kan je niet constateren wat die verandering
veroorzaakt heeft.
3. Gebaseerd op 1 persoon: In wetenschappelijk onderzoek wordt er uitgegaan
van het opzetten van systematisch onderzoek, waarbij de verschillende
groepen en condities onder controle worden gehouden.
4. Probabilisme → Is wetenschappelijk onderzoek waarschijnlijk. Dat betekent
dat de resultaten niet alle gevallen in alle situaties verklaren. De conclusies
van wetenschappelijk onderzoek zijn bedoeld om een bepaald deel te
verklaren (het liefst zo groot mogelijk)

Voorbeelden van hoe bevooroordeeld denken (bias) ons kan beïnvloeden zijn:
1. Geraakt worden door een goed verhaal.
2. Beschikbaarheidsheuristiek = overtuigd raken door iets wat als eerste in je
naar boven komt. Bijvoorbeeld: wanneer een herinnering of gebeurtenis vrij
recent was, of wanneer je er veel emotie bij voelde, dan heb je de neiging om
te denken dat dat soort gebeurtenissen vaker voorkomen.
3. Present/ present bias = Niet denken aan iets wat je niet kan zien.
4. Confirmation bias = Focussen op het bewijs dat je verwacht en/of wil zien,
oftewel 'kersen plukken'
5. Bias blind spot = Blind zijn voor je eigen vooroordelen, denken dat je geen
vooroordelen hebt of je er niet door laat beïnvloeden.

, Waarom kwalitatief onderzoek?
Voornaamste doel van kwalitatief onderzoek is:
• Sociale fenomenen te begrijpen vanuit hun natuurlijke context
• Om empirische patronen te vinden die een startpunt kunnen zijn voor
theorievorming (ontwikkeling of aanpassing of uitbreiding)

Kenmerken kwalitatief onderzoek:
1. De onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de
respondent
2. De onderzoeker heeft een contextuele benadering = rekening houdend met de
omgeving en invloeden
3. Het perspectief van de respondenten staat centraal
4. Via specifieke observaties probeert de onderzoeker:
➔ De sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit
➔ Naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of
bestaande theorieën aanpassen)
: Inductie = Stel je voor dat je meerdere keren iets ziet gebeuren en dan een regel of
patroon bedenkt op basis van die voorbeelden.
5. Onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling

Acroniem: SPI(C)E
• Setting: waar, in welke context? (Nederland)
• Perspective: wie? (eerstejaars studenten)
• Interest: wat? (daten)
• (Comparison: vergeleken met wie/wat?)
• Evaluation: met welk resultaat? (motieven)

Voorbeeld vraag: wat zijn motieven om te daten voor eerstejaars studenten?

Mozart effect = een specifieke onderzoeksbevinding die ten onrechte wordt
veralgemeniseerd.


HC 2: data-verzameling in kwalitatief onderzoek
Data verzamelingsmethoden
1. Kwalitatief interview = 1 op 1 gesprek
Interviewer stelt vragen over: ideeën, motieven, ervaringen, gedragingen
Nadeel: Soms krijg je sociaal wenselijke antwoorden

Persoon die geïnterviewd wordt is
- Informant = je kan geen kleuters interviewen, dus ouders zijn de informant
- Respondent
2. Focusgroep = interview met een groep, waarbij de interactie tussen de
groepsleden erg belangrijk is
Nadeel: anonimiteit en vertrouwelijkheid lastig te waarborgen
➔ Risico op informatiedeling naar anderen

Onderwerp is specifieker en meer gedetailleerd

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
3 months ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
norahstaps1 Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
35
Member since
1 year
Number of followers
2
Documents
9
Last sold
1 week ago

4.0

6 reviews

5
1
4
4
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions