Vloeiendheid: diagnostiek
1. Wat is stotteren
Definitie Stotteren WHO
= Stotteren is een verstoring in het ritme van de spraak waarbij de spreker precies weet wat hij/zij wil zeggen, maar
voor dat moment niet kan vanwege onwillekeurige – stille en hoorbare – herhalingen en verlengingen van
spraakklanken
Definitie DSM 5
= Childhood onset fluency disorder is a communication disorder characterized by a disturbance is the flow and timing
of speech that is inappropriate for an individual’s age. Also reffered to as stuttering, this condition includes the
repetition or prolongation of speech sounds, hesitations before and during speaking, long pauses in speech,
hesitations before and during speaking, long pauses in speech, effortful speech, and/or monosyllabic whole word
repetitions. This condition is typically accompanied by anxiety about speaking and can place limitations on how
comfortable a child feels participating in social or academic environments.
→ rekening houden met leeftijd
→ rekening houden met anxiety = spreekangst
Definitie ASHA guidelines 1999
= Fluency is the aspect of speech production that refers tot he continuity, smoothness, rate and effort with which
phonologic, lexical, morphologic and or syntactic language units are spoken
Definitie Starkweather 1984
= Het praten verloopt met een zeker snelheid (rate), klanken volgen elkaar vloeiend op (continuity), er is normal ritme
in spraak (rhythm), spreker ervaart relatief weinig inspanning (effort)
Snelheid Aantal units per tijdseenheid
Normaal spreektempo volwassenen
= conversatie 116-164 woorden per minuut
= monoloog 114 – 173 woorden per minuut
= lezen 148 – 190 woorden per minuut
Zowel duur als aantal van pauzes & onvloeiendheden liggen hierin vervat
Continuïteit Verwijst naar vloeiende opeenvolging & aaneenschakeling van klanken & syllbane
= afwezigheid van discontinuïteiten
Hier horen stille en opgevulde pauzes (adempauze, structurele pauze, intentionele
pauze, …)
Meten door tellen van frequentie of met van tijdsduur van de pauzes
Ritme Verwijst naar patronen in beklemtoning van syllaben
Het kunnen aanhouden van een gepast patroon van “beats and pauzes” aan een
aanvaardbare snelheid
Taalspecifiek (elke taal heeft eigen ritme)
+ veel varianten binnen zelfde taal (dialect)
Inspanning Subjectieve gevoel dat vlotte spraakproductie moeite kost of niet makkelijk, zonder
inspanning verloopt
Mentale + musculaire spanning
Geïntegreerde visie
Biologische component = temperamentskenmerken
Sociale component = reactie omgeving
Psychologische component = bv cooping skils
• kind 1 blokkeert: daarna stilte
• kind 2 blokkeert: harder duwen op lippen ➔ hoe ga je met probleem om?
ICF
= stotteren in breder perspectief plaatsen
,Spraakvloeiendheid & taalvloeiendheid
Spraakvloeiendheid = vloeiende motorische spraakproductie
Taalvloeiendheid = met betrekking tot woordvinding & zinsformulering
Semantische vloeiendheid Vlotheid waarmee men woorden kan oproepen uit een
pool van lexicale items
Syntactische vloeiendheid Vlotheid waarmee sprekers complexe zinnen opbouwen
die linguïstisch complexe structuren bevatten
Pragmatische vloeiendheid Vlotheid waarmee men kent en kan uitvoeren wat men
wil zeggen in reactie op gamma van situatieve
elementen
Fonologische vloeiendheid Het gemak waarmee men binnen betekenisvolle en
complexe taalunits, lange en complexe klankketens kan
produceren
Mensen kunnen stotteren maar tegelijk wél vloeiend zijn
= ernstig stotteren + beschikken over breed repertoire aan productieve woordenschat + deze ook hanteren
➔ stotteren is geen stoornis in de taalvloeiendheid
Johnson: gemiddelde aantal onvloeiendheden per 100 woorden van jongens tussen 2-8 jaar
0.1 = significant verschil
Ambrose & Yairi: Onvloeiendheden per 100 lettergrepen
SLD en within word disfluencie = verschillende benaming voor zelfde inhoud
OD en between word disfluencie = verschillende benaming voor zelfde inhoud
Within word Klankherhalingen, syllabeherhalingen, gebroken
woorden, herhalingen van monosyllabische volledige
woorden
Between word Herhaling van multisyllabische volledige woorden, frase
herhalingen (zinsdeel), tussenvoegsels, revisies
, SLD Monosyllabic word repetition Ik ik ik vond het leuk
Sound repetition Ik b b ben moe
Syllabe repetition Ik vind mijn ru ru rugzak niet
Prolongation Ik wil mmmelk
Block … boom
Broken word Maa…aart
OD Multisyllable word repetition Mijn vrienden vrienden zijn hier
Interjection Hij is hier uhm net geweest
Phrase repetition Een mooi een mooi huis
Revision
• Lexical revision: correctie woordkeuze, De muizen huizen zijn groot
toevoegen of weglaten van informatie
• Grammatical revision: correctie grammaticale Hij zit in op de tafel
fouten
• Phonological revision: correctie fonologische Ik heb een palaplu paraplu
fouten
Unfinished word or sentence Ik heb een ka-
KDNS op peuter kleuterleeftijd = 6 – 8 onvloeiendheden / 100 lettergrepen
→ volwassenen gem 5%
KDS op peuter kleuterleeftijd = 17 onvloeiendheden / 100 lettergrepen
19-20% vinden we dichter bij aanvang van het stotteren (onset)
Toename leeftijd
• Afname aantal woordherhalingen
• Afname stille pauzes
• Afname zinsrevisies
• Toename aantal opgevulde pauzes
Bij KDS zijn er 65% SLD van totaal aantal onvloeiendheden = bijna het dubbel van KDNS
3% SLD op 100 syllaben = kind dat stottert of at risk voor stotteren
Hoe meer SLD, hoe groter de kans dat luisteraars het kind zullen beoordelen als stotterend
Kerngedrag
Klank en syllabeherharlingen Ongewilde herhaling van klank of syllabe van een woord
Vaak met extra spierspanning
Wa wa wacht nu maar
En en en en daarna
Element wordt 2 tot 5x herhaald
Gemiddelde duur is 1.6 sec met sd van 3 seks
Herhaalde element is korter naarmate persoon al langer stottert
Klankverlengingen Ongewild verlengen van klank in een woord
Vaak beginklank, maar niet altijd
Vaak met extra spierspanning
Mmmmmmmag ik
- Enkel bij continuanten = s z f v sj w en klinkers
- Gemiddelde duur 0.87 sec met sd van 0.72 sec
- Korter dan herhalingen
Blokkades Ongewilde afsluiting door overmatige spierspanning thv glottis, tong of
lippen (er is even geen klank)
…… ik
Fixaties in luchtweg waardoor lucht niet kan stromen
Vaak thv glottis
Vaak sterk aversief geladen (loss of control)
“Silent prolongations” → misleidende term
, Secundair gedrag
= vaak onbewust geleerd gedrag
Stotter → negatieve betekenis → poging om kerngedrag uit te stellen / te onderbreken / eraan te ontsnappen / te
vermijden of te verbergen
Verschijningsvormen
Fysische reacties Gezichtsgrimassen: lippersen, voorhoofd fronsen, oogknipperen
Bijgeluiden: inademen, uitblazen, klikgeluiden
Hoofdbewegingen: rondkijken, wegvallend oogcontact
Bewegingen ledematen: hang voor mond, voet bewegen
Vocale en verbale bijkomende Zacht praten, luid praten, monotoon, zeer snel of traag praten, met ongewoon
gedragingen ritme, met accent
Gebruik van synoniem, omschrijving, tussenvoegsels
Fysiologische reacties Respiratoir: onregelmatig inademen, ff stopen met adem
Fonatoir: onregelmatige stembandtrilling
Articulatorisch: opdrijven van spierspanning naar einde van stottermoment,
tremoren van articulatoren
Zeer grote interindividuele variabiliteit – kleine intraindividuele variabiliteit
= elke stotteraar heeft eigen arsenaal & eigen patronen aan geassocieerde gedragingen
Sommige personen die stotteren, hebben vaste (voor hen) kenmerkende sequentie
Bv. woord proberen zeggen, voelen dat het gestotterd gaat worden, zoeken naar een vervangwoord, erin falen een
geschikt synoniem te vinden, diep inademen, opnieuw proberen, opnieuw voelen dat het niet gaat lukken, een tweede
keer stoppen, teruglopen naar het begin van de zin, herstarten met ‘ik bedoel…’, een derde poging ondernemen,
blokkeren en nu hard duwen om het woord eruit te krijgen…
Indeling Van Riper ivm secundair gedrag
Voor stottermoment: vermijdingsgedragingen, uitstelgedragingen, startgedragingen
Tijdens stottermoment: duw- en ontsnappingsgedragingen
Vermijdingsgedrag Niet zeggen door ontlopen
- doen alsof men het niet weet
- aanwijzen, opschrijven
Maar ook trager of sneller praten, wijzigingen in toonhoogte,
adempatroon, …
Vervangen door anders woord
= werkt vaak niet, geen ander synoniem vinden, leidt af van
origineel idee
“Disguise reactions”: trachten te verbergen, het niet laten opvallen
Meest extreme vorm = zwijgen (is zeer bestraffend)
Uitstelgedrag Wel zeggen, maar eerst tijd winnen
- doen alsof men nog moet nadenken
- tussenvoegsels gebruiken
- even afleiden naar ander onderwerp
- spreeksituatie blijven uitstellen
Recoil = stoppen en herbeginnen
Startgedrag Kleine beweging – klank – woord vlak voor verwacht stottermoment
- ademhap, oogknip, tik met vinger of hoofd of voet
Timing = regelmatige ritmische beweging zodat aanzet van het
spreken precies kan samenvallen met een van de herhaalde
elementen van het ritmisch gedrag
Hoeft niet ritmisch te zijn
Duwen Soort vechtgedrag tijdens stotter, om er zo snel mogelijk uit te
komen (gekenmerkt door excessieve spanning)
- uitduwen van lucht met krachtige abdominale contracties
= duwen vanuit buik en tegelijk de druk thv aflsuiting
opdrijven
Makkelijker beïnvloedbaar dan vermijdingsgedrag
1. Wat is stotteren
Definitie Stotteren WHO
= Stotteren is een verstoring in het ritme van de spraak waarbij de spreker precies weet wat hij/zij wil zeggen, maar
voor dat moment niet kan vanwege onwillekeurige – stille en hoorbare – herhalingen en verlengingen van
spraakklanken
Definitie DSM 5
= Childhood onset fluency disorder is a communication disorder characterized by a disturbance is the flow and timing
of speech that is inappropriate for an individual’s age. Also reffered to as stuttering, this condition includes the
repetition or prolongation of speech sounds, hesitations before and during speaking, long pauses in speech,
hesitations before and during speaking, long pauses in speech, effortful speech, and/or monosyllabic whole word
repetitions. This condition is typically accompanied by anxiety about speaking and can place limitations on how
comfortable a child feels participating in social or academic environments.
→ rekening houden met leeftijd
→ rekening houden met anxiety = spreekangst
Definitie ASHA guidelines 1999
= Fluency is the aspect of speech production that refers tot he continuity, smoothness, rate and effort with which
phonologic, lexical, morphologic and or syntactic language units are spoken
Definitie Starkweather 1984
= Het praten verloopt met een zeker snelheid (rate), klanken volgen elkaar vloeiend op (continuity), er is normal ritme
in spraak (rhythm), spreker ervaart relatief weinig inspanning (effort)
Snelheid Aantal units per tijdseenheid
Normaal spreektempo volwassenen
= conversatie 116-164 woorden per minuut
= monoloog 114 – 173 woorden per minuut
= lezen 148 – 190 woorden per minuut
Zowel duur als aantal van pauzes & onvloeiendheden liggen hierin vervat
Continuïteit Verwijst naar vloeiende opeenvolging & aaneenschakeling van klanken & syllbane
= afwezigheid van discontinuïteiten
Hier horen stille en opgevulde pauzes (adempauze, structurele pauze, intentionele
pauze, …)
Meten door tellen van frequentie of met van tijdsduur van de pauzes
Ritme Verwijst naar patronen in beklemtoning van syllaben
Het kunnen aanhouden van een gepast patroon van “beats and pauzes” aan een
aanvaardbare snelheid
Taalspecifiek (elke taal heeft eigen ritme)
+ veel varianten binnen zelfde taal (dialect)
Inspanning Subjectieve gevoel dat vlotte spraakproductie moeite kost of niet makkelijk, zonder
inspanning verloopt
Mentale + musculaire spanning
Geïntegreerde visie
Biologische component = temperamentskenmerken
Sociale component = reactie omgeving
Psychologische component = bv cooping skils
• kind 1 blokkeert: daarna stilte
• kind 2 blokkeert: harder duwen op lippen ➔ hoe ga je met probleem om?
ICF
= stotteren in breder perspectief plaatsen
,Spraakvloeiendheid & taalvloeiendheid
Spraakvloeiendheid = vloeiende motorische spraakproductie
Taalvloeiendheid = met betrekking tot woordvinding & zinsformulering
Semantische vloeiendheid Vlotheid waarmee men woorden kan oproepen uit een
pool van lexicale items
Syntactische vloeiendheid Vlotheid waarmee sprekers complexe zinnen opbouwen
die linguïstisch complexe structuren bevatten
Pragmatische vloeiendheid Vlotheid waarmee men kent en kan uitvoeren wat men
wil zeggen in reactie op gamma van situatieve
elementen
Fonologische vloeiendheid Het gemak waarmee men binnen betekenisvolle en
complexe taalunits, lange en complexe klankketens kan
produceren
Mensen kunnen stotteren maar tegelijk wél vloeiend zijn
= ernstig stotteren + beschikken over breed repertoire aan productieve woordenschat + deze ook hanteren
➔ stotteren is geen stoornis in de taalvloeiendheid
Johnson: gemiddelde aantal onvloeiendheden per 100 woorden van jongens tussen 2-8 jaar
0.1 = significant verschil
Ambrose & Yairi: Onvloeiendheden per 100 lettergrepen
SLD en within word disfluencie = verschillende benaming voor zelfde inhoud
OD en between word disfluencie = verschillende benaming voor zelfde inhoud
Within word Klankherhalingen, syllabeherhalingen, gebroken
woorden, herhalingen van monosyllabische volledige
woorden
Between word Herhaling van multisyllabische volledige woorden, frase
herhalingen (zinsdeel), tussenvoegsels, revisies
, SLD Monosyllabic word repetition Ik ik ik vond het leuk
Sound repetition Ik b b ben moe
Syllabe repetition Ik vind mijn ru ru rugzak niet
Prolongation Ik wil mmmelk
Block … boom
Broken word Maa…aart
OD Multisyllable word repetition Mijn vrienden vrienden zijn hier
Interjection Hij is hier uhm net geweest
Phrase repetition Een mooi een mooi huis
Revision
• Lexical revision: correctie woordkeuze, De muizen huizen zijn groot
toevoegen of weglaten van informatie
• Grammatical revision: correctie grammaticale Hij zit in op de tafel
fouten
• Phonological revision: correctie fonologische Ik heb een palaplu paraplu
fouten
Unfinished word or sentence Ik heb een ka-
KDNS op peuter kleuterleeftijd = 6 – 8 onvloeiendheden / 100 lettergrepen
→ volwassenen gem 5%
KDS op peuter kleuterleeftijd = 17 onvloeiendheden / 100 lettergrepen
19-20% vinden we dichter bij aanvang van het stotteren (onset)
Toename leeftijd
• Afname aantal woordherhalingen
• Afname stille pauzes
• Afname zinsrevisies
• Toename aantal opgevulde pauzes
Bij KDS zijn er 65% SLD van totaal aantal onvloeiendheden = bijna het dubbel van KDNS
3% SLD op 100 syllaben = kind dat stottert of at risk voor stotteren
Hoe meer SLD, hoe groter de kans dat luisteraars het kind zullen beoordelen als stotterend
Kerngedrag
Klank en syllabeherharlingen Ongewilde herhaling van klank of syllabe van een woord
Vaak met extra spierspanning
Wa wa wacht nu maar
En en en en daarna
Element wordt 2 tot 5x herhaald
Gemiddelde duur is 1.6 sec met sd van 3 seks
Herhaalde element is korter naarmate persoon al langer stottert
Klankverlengingen Ongewild verlengen van klank in een woord
Vaak beginklank, maar niet altijd
Vaak met extra spierspanning
Mmmmmmmag ik
- Enkel bij continuanten = s z f v sj w en klinkers
- Gemiddelde duur 0.87 sec met sd van 0.72 sec
- Korter dan herhalingen
Blokkades Ongewilde afsluiting door overmatige spierspanning thv glottis, tong of
lippen (er is even geen klank)
…… ik
Fixaties in luchtweg waardoor lucht niet kan stromen
Vaak thv glottis
Vaak sterk aversief geladen (loss of control)
“Silent prolongations” → misleidende term
, Secundair gedrag
= vaak onbewust geleerd gedrag
Stotter → negatieve betekenis → poging om kerngedrag uit te stellen / te onderbreken / eraan te ontsnappen / te
vermijden of te verbergen
Verschijningsvormen
Fysische reacties Gezichtsgrimassen: lippersen, voorhoofd fronsen, oogknipperen
Bijgeluiden: inademen, uitblazen, klikgeluiden
Hoofdbewegingen: rondkijken, wegvallend oogcontact
Bewegingen ledematen: hang voor mond, voet bewegen
Vocale en verbale bijkomende Zacht praten, luid praten, monotoon, zeer snel of traag praten, met ongewoon
gedragingen ritme, met accent
Gebruik van synoniem, omschrijving, tussenvoegsels
Fysiologische reacties Respiratoir: onregelmatig inademen, ff stopen met adem
Fonatoir: onregelmatige stembandtrilling
Articulatorisch: opdrijven van spierspanning naar einde van stottermoment,
tremoren van articulatoren
Zeer grote interindividuele variabiliteit – kleine intraindividuele variabiliteit
= elke stotteraar heeft eigen arsenaal & eigen patronen aan geassocieerde gedragingen
Sommige personen die stotteren, hebben vaste (voor hen) kenmerkende sequentie
Bv. woord proberen zeggen, voelen dat het gestotterd gaat worden, zoeken naar een vervangwoord, erin falen een
geschikt synoniem te vinden, diep inademen, opnieuw proberen, opnieuw voelen dat het niet gaat lukken, een tweede
keer stoppen, teruglopen naar het begin van de zin, herstarten met ‘ik bedoel…’, een derde poging ondernemen,
blokkeren en nu hard duwen om het woord eruit te krijgen…
Indeling Van Riper ivm secundair gedrag
Voor stottermoment: vermijdingsgedragingen, uitstelgedragingen, startgedragingen
Tijdens stottermoment: duw- en ontsnappingsgedragingen
Vermijdingsgedrag Niet zeggen door ontlopen
- doen alsof men het niet weet
- aanwijzen, opschrijven
Maar ook trager of sneller praten, wijzigingen in toonhoogte,
adempatroon, …
Vervangen door anders woord
= werkt vaak niet, geen ander synoniem vinden, leidt af van
origineel idee
“Disguise reactions”: trachten te verbergen, het niet laten opvallen
Meest extreme vorm = zwijgen (is zeer bestraffend)
Uitstelgedrag Wel zeggen, maar eerst tijd winnen
- doen alsof men nog moet nadenken
- tussenvoegsels gebruiken
- even afleiden naar ander onderwerp
- spreeksituatie blijven uitstellen
Recoil = stoppen en herbeginnen
Startgedrag Kleine beweging – klank – woord vlak voor verwacht stottermoment
- ademhap, oogknip, tik met vinger of hoofd of voet
Timing = regelmatige ritmische beweging zodat aanzet van het
spreken precies kan samenvallen met een van de herhaalde
elementen van het ritmisch gedrag
Hoeft niet ritmisch te zijn
Duwen Soort vechtgedrag tijdens stotter, om er zo snel mogelijk uit te
komen (gekenmerkt door excessieve spanning)
- uitduwen van lucht met krachtige abdominale contracties
= duwen vanuit buik en tegelijk de druk thv aflsuiting
opdrijven
Makkelijker beïnvloedbaar dan vermijdingsgedrag