Fysiologie: Hoofdstuk 4.1.1: Aërobe ademhaling
- Alle levende delen plant zuurstof nodig
Ontbreekt: levensactiviteiten stopgezet
Zaden ontkiemen enkel bij voldoende zuurstofgas
- Plant = voor belangrijk deel opgebouwd uit koolstofverbindingen
o Glucose = bijna altijd eigenlijke ademhalingssubstraat
o Vetten kunnen verademd worden in grote hoeveelheden
o Eiwitten zelden in ademhalingsreacties betrokken
Volume afgegeven CO 2
- Ademhalingscotiënt:
Volume opgenomen O 2
Geeft info over aard van verademde verbindingen
o Zetmeelrijke zaden: quotiënt = 1
o Oliehoudende zaden: quotiënt = > 1
1. Biochemische reacties van de celademhaling
- Celademhaling = complex biochemisch
ketenproces waarin we grote deelreacties
kunnen onderscheiden
- Deel in cytoplasma
- Deel in mitochondriën
2. Glycolyse
Letterlijk: splitsen van glucose + in
cytoplasma
C6H12O6 + 2 ADP + 2 Pi + 2 NAD+ + 2 H+ 2
pyrodruivenzuur + 2 ATP + 2 NADH,H +
- 1 molecule glucose (6C) wordt m.b.v. enzymen in verschillende stappen afgebroken tot 2
moleculen pyruvaat (3C)
Geactiveerd door toevoeging van 2 ATP
Rest van reactiereeks verloopt exergonisch waarbij voldoende energie geproduceerd wordt
om 4 ATP te vormen
4 H+- ionen komen vrij gebonden aan waterstofdragers = NAD+
- Voor vereenvoudiging wordt pyrodruivenzuur (3C) als eindproduct aangeduid
- NAD+ = nicotinamide-adenine-dinucleotide, co-enzym
3. Krebcyclus = citroenzuurcyclus
In matrix van mitochondrion
- Alle levende delen plant zuurstof nodig
Ontbreekt: levensactiviteiten stopgezet
Zaden ontkiemen enkel bij voldoende zuurstofgas
- Plant = voor belangrijk deel opgebouwd uit koolstofverbindingen
o Glucose = bijna altijd eigenlijke ademhalingssubstraat
o Vetten kunnen verademd worden in grote hoeveelheden
o Eiwitten zelden in ademhalingsreacties betrokken
Volume afgegeven CO 2
- Ademhalingscotiënt:
Volume opgenomen O 2
Geeft info over aard van verademde verbindingen
o Zetmeelrijke zaden: quotiënt = 1
o Oliehoudende zaden: quotiënt = > 1
1. Biochemische reacties van de celademhaling
- Celademhaling = complex biochemisch
ketenproces waarin we grote deelreacties
kunnen onderscheiden
- Deel in cytoplasma
- Deel in mitochondriën
2. Glycolyse
Letterlijk: splitsen van glucose + in
cytoplasma
C6H12O6 + 2 ADP + 2 Pi + 2 NAD+ + 2 H+ 2
pyrodruivenzuur + 2 ATP + 2 NADH,H +
- 1 molecule glucose (6C) wordt m.b.v. enzymen in verschillende stappen afgebroken tot 2
moleculen pyruvaat (3C)
Geactiveerd door toevoeging van 2 ATP
Rest van reactiereeks verloopt exergonisch waarbij voldoende energie geproduceerd wordt
om 4 ATP te vormen
4 H+- ionen komen vrij gebonden aan waterstofdragers = NAD+
- Voor vereenvoudiging wordt pyrodruivenzuur (3C) als eindproduct aangeduid
- NAD+ = nicotinamide-adenine-dinucleotide, co-enzym
3. Krebcyclus = citroenzuurcyclus
In matrix van mitochondrion