INHOUDSTABEL
1. INLEIDING
2. KINDEROPVANG VAN BABY’S EN PEUTERS
3. ONDERWIJS
4. KINDEROPVANG VAN SCHOOLKINDEREN
5. JEUGDWERK
6. INTEGRALE JEUGDHULP
7. PREVENTIEVE GEZINSONDERSTEUNING
8. MAATSCHAPPELIJK MIDDENVELD
0. INLEIDING
Als pedagogische professional werk je nooit alleen, werkveld is zeer breed!
5 programma lijnen:
1. Werken met kinderen
2. Werken met gezinnen
3. Werken met professionals
4. Werken in de samenleving
5. Professionalisering
Structuur in brede landschap van opvoeden:
1. Het echelonmodel
2. Het categoriaal model
3. Het sectoriaal model
Het echelonmodel:
0de lijn = zelf wil oplossen en is rechtstreeks toegankelijk (familie, zelfhulp)
1ste lijn = samen willen oplossen met de buurt en is rechtstreeks toegankelijk (dokter,
school)
2de lijn = als organisatie wil je helpen bij de korte duur en is niet rechtstreeks toegankelijk
(ziekenhuis)
3de lijn = doorverwezen van de 2de lijn. Een organisatie die je op lange termijn helpt en is
niet rechtstreeks toegankelijk => versterking van het ziekenhuis (instelling, specialisatie,
kanker behandeling)
1. KINDEROPVANG VAN BABY’S EN PEUTERS
1.1 INLEIDING
Het beroepsmatig en tegen betaling opvoeden, bijdragen aan de ontwikkeling en
verzorgen van baby’s en peuters tot ze naar de kleuterschool gaan.
1.2 OVERHEID EN BELEID
,1.2.1 MINISTER, DEPARTEMENT EN BUDGET
Hilde Crevits
1.2.2 REGELGEVING
Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters
De organisator zorgt ervoor dat de pedagogische kwaliteit voldoet aan een norm
die met betrekking tot het welbevinden en de betrokkenheid van het kind, de
aanpak van het kind, het pedagogisch handelen en de pedagogische condities,
een kader oplegt.
Subsidiëring via trappen en modules
Trappen = bij elke trap horen extra maatschappelijke opdrachten die je als
kinderopvangvoorziening moet leveren. Je moet een aanvraag indienen om subsidie te
krijgen.
Trap 0: de vergunning
= als je voldoet aan alle start en werkingsvoorwaarden mag je een kinderopvang openen.
Trap 1: de basissubsidie
- Minstens 220 of 180 openingsdagen per jaar
- Alle begeleiders hebben een kennisniveau van het Nederlands
- Taalbeleid
= Nederlands wordt gestimuleerd
= Thuistaal krijgt een plaats in de opvang
= Medewerkers worden hiervoor ondersteund
Trap 2: de subsidie voor inkomenstarief
= Dit is een subsidie als je voldoet aan de basissubsidie en de ouders volgens hun
inkomen laat betalen (IKG = inkomens gerelateerde kinderopvang)
- Opvang omwille van werksituatie
- Kinderen uit eenoudergezinnen
- Kinderen uit gezinnen met laag inkomen
- Pleegkinderen
- Broertje/zusje dat al opgevangen wordt
Trap 3: de plussubsidie
= Specifieke aandacht hebben voor kwetsbare gezinnen
= Voldoen aan basissubsidie + inkomenstarief + 30% van de kinderen uit kwetsbare
gezinnen:
- Werksituatie
- Eenoudergezinnen
- Laag inkomen
, - In en problematische gezondheid/zorg situatie
- Laag opleidingsniveau
Modules = je kan modules vanuit de trappen aanvragen
Module voor inclusieve opvang
= de opvang van een kind of een aantal kinderen met specifieke ondersteuningsbehoefte
samen met kinderen zonder.
2 soorten subsidie:
1. Individuele inclusieve opvang
= opvang voor een kind met specifieke zorgbehoefte op vraag van een gezin
2. Structurele inclusieve opvang
= voorziening behoudt een aantal plaatsen vrij voor kinderen met specifieke
zorgbehoeftes.
Module voor de flexibele opvang
= als de opvang open is op flexibele tijden zoals voor 7u ‘s ochtends, na 18u ‘s avonds en
op zaterdagen.
3 soorten subsidie:
1. Subsidie flexibele gezinsopvang
2. Subsidie voor ruimere openingsmomenten
3. Subsidie voor dringende kinderopvang
Voorwaarden van de kinderopvang
= elke kinderopvang moet een vergunning aanvragen + moet voldoen aan de
vergunningsvoorwaarden
Startvoorwaarden:
- Verklaring op erewoord
- Positief verslag van je infrastructuur van de zorginspectie
- Documenten van de organisator, verantwoordelijke e kinderbegeleider
- Enkele attesten met betrekking tot de organisatiestructuur van de opvang
Werkingsvoorwaarden:
- Aantal kinderen en begeleiding
= kind-begeleiderratio (hoeveel kinderen per begeleider)
= per 8 kinderen minstens 1 begeleider + max groepsgrootte van 18 kinderen
- Veiligheid en gezondheid
= aantal mogelijke risico’s =>risicoanalyse (een overzicht van risico’s in de eigen opvang
en de manier waarop je hiermee omgaat)
, = crisisprocedure (een procedure waarin opeenvolgende stappen en de manier van
communiceren wordt vastgelegd ingeval van crisis)
= grensoverschrijdend gedrag (een procedure waar een kind in relatie tot een persoon
aanwezig tijdens de kinderopvang slachtoffer is of dreigt te worden van bedreigingen of
geweld)
= daarnaast zijn er ook nog veiligheidsmaatregelen
- Omgang met kinderen en ouders
= elke kinderopvang is verplicht om een pedagogisch beleid uit te werken
- Organisatorisch management
= het decreet legt een aantal minimum voorwaarden op voor elke organisator
- Samenwerking
= elke opvang moet lokaal samenwerken
Referentiekader kinderopvang p15
1.3 KENMERKEN
1.3.1 GESCHEIDENIS VAN DE KINDEROPVANG
Het begin van de 20ste eeuw
- Ontwikkeling en opening van de eerste kinderopvang was in 1845, onder slechte
leefomstandigheden.
- Kinderopvang bestond voornamelijk om kindersterfte te voorkomen
- Bestond als noodoplossing voor arme vrouwen
Na de tweede wereld oorlog
- De overheid nam meer verantwoordelijkheid voor de burgers, wat leidde tot
zwangerschapsverlof en uitbereiding van kinderopvangen
- Kinderopvang had meer aandacht voor hygiëne, medische zorg en emotionele
ontwikkeling