SAMENVATTING
ONCOLOGIE
ACADEMIEJAAR 2023 – 2024
NIEUW CURRICULUM
UA GENEESKUNDE – MASTER 1 – SEMESTER 2
,INHOUDSTAFEL
1. Oncologie in 21e eeuw ................................................................................................................................... 3
2. Hallmarks of cancer ..................................................................................................................................... 14
3. Epidemiologie en screening ......................................................................................................................... 31
4. Pathologie in kankerdiagnose ...................................................................................................................... 44
5. Pediatrische oncologie ................................................................................................................................. 59
6. Endoscopie in oncologie .............................................................................................................................. 87
7. Klinische genetica ........................................................................................................................................ 94
8. Anamnese en diagnostiek .......................................................................................................................... 111
9. Beeldvorming oncologie ............................................................................................................................ 130
10. TNM en MOC ........................................................................................................................................ 140
11. Oncologische chirurgie .......................................................................................................................... 149
12. Systemische therapie ............................................................................................................................ 161
13. Immunotherapie – algemeen................................................................................................................ 173
14. Immunotherapie – biomerkers ............................................................................................................. 185
15. Klinische studies oncologie ................................................................................................................... 190
16. Radiotherapie – Introductie .................................................................................................................. 200
17. Palliatieve zorg ...................................................................................................................................... 235
18. PRO(M) en PRE(M) ................................................................................................................................ 243
19. Nucleaire geneeskunde in de oncologie ............................................................................................... 247
20. Slokdarm- en maagkanker : multidisciplinair ........................................................................................ 264
21. Borstkanker: multidisciplinair ............................................................................................................... 280
22. Wetenschappelijk onderzoek in de oncologie ...................................................................................... 294
23. Immunotherapie – preklinisch onderzoek ........................................................................................... 300
24. Data in oncologie .................................................................................................................................. 304
25. Biobanken ............................................................................................................................................. 313
26. Casussen................................................................................................................................................ 324
2
,1. ONCOLOGIE IN 21E EEUW
INTRODUCTIE
ð Oncologie in 21e eeuw = multidisciplinair gegeven
DEFINITIES
- Wat is een tumor?
o Groei à oa groeisnelheid
o Differentiatie à dediffereniatie: niet meer de kenmerken van de oorspronkelijke cel
§ Hoe meer dedifferentiatie, hoe groter de kwaadaardigheid
- Wat is kanker?
o Collectieve naam: veel dingen horen hier thuis
o Grieks: ‘carcinos’
o Latijns: ‘cancer’ (krab, kreeft) (!)
§ ‘De opvallend rode, gezwollen bloedvaten in de nabijheid van een gezwel deden
denken aan de rode poten en scharen van een krab’
o Kanker is al heel oude ziekte ó niet alleen ziekte van deze tijd !
ONTSTAAN KANKER
ONEVENWICHT
- Normaal: evenwicht
o Celdeling à mitose
§ Bv. darmcellen gaan delen in
darmwand
o Celverlies à apoptose
§ Bv. haren verliezen
- Kanker: onevenwicht
o Meer celdeling
o Minder celverlies
GROEI EN DIFFERENTIATIE
- Reproduceren zonder beperkingen van normaal weefsel
o Cellen blijven delen
- Onafhankelijk van de normale verankering
o Plaats waar ze zitten maakt niet uit, kunnen zich overal gaan verspreiden en toch overleven
- Ongevoelig voor beperkingen van populatiedensiteit
ð Irreversibel proces !!
,CARCINOGENESE
INITIATIE KANKER
- Virussen
o HPV à cervix, hoofd en hals tumoren
o EBV à lymfoom
o Hepatitis virus à B (vaccinatie) en C (komt hier weinig voor)
- Radiatie
o Kerncentrales
o Beeldvorming
- Chemisch
o Benzeen
o Chemische PFAS
o Asbest à geeft mesothelioom
VERDER EVOLUTIE NAAR KANKER
- 1. Initiatie naar preneoplastische letsels
o Bv. poliep in darm
à is een tumor maar nog geen kanker (zie definities vorige pagina)
- 2. Maligne tumor
o Verandering in groei van cellen
o Dedifferentiatie
- 3. Uitbreiding kanker
o Lokaal uittredenn invaderen
o Uitzaaiing
§ Hematogeen, lymfogeen
§ Naar bv. lever, longen, hersenen
§ Soms slapende tumorcellen, lang op bepaalde plaats aanwezig zonder te groeien
à maar dan plots bepaalde factoren krijgen waardoor die toch terug begint te
groeien en de pt hervalt van de kanker
4
,BLIJVENDE TUMORGROEI
ð Veel factoren spelen een rol
- Angiogense nodig
o Bv. vascular endothelial growth factor (VEGF) à zo blijvende groei mogelijk
§ Therapie: inwerken op VEGF
- Tumorsupressorgenen
o Worden vrijgesteld bij tumorgroei à maar worden onderdrukt
- Constante proliferatie
MICRO-OMGEVING TUMOR
ð Tumor is niet alleen tumorcellen, maar
ook de micro-omgeving
- Kanker-geassocieerde fibroblast
- Endotheelcellen
o Minder mooie structuur bij
angiogenese ivm normale cellen
- Pericyten
- Kanker stamcel
- Kanker cellen
- Immuun inflammatoire cellen
o T-cellen à bv. carT cellen
5
,THERAPIE
BEHANDELINGEN TEGEN VERSCHILLENDE MECHANISMEN VOOR ONTWIKKELING VAN KANKER
- Aerobe glycolyse inhibitoren
o Glycolyse ontstaat zodat kankercel niet afhankelijk is van O2
o Probleem therapie: je moet onderscheid maken tussen normale glycolyse door gezonde
cellen en glycolyse door maligne cellen
- VEGF inhibitoren
o VEGF receptoren: receptoren op de buitenkant van de cel
à gestimuleerd door groeifactoren à tumorcellen gaan verder delen en groeien
- Immuuntherapie
o Sommige kankers reageren hierop en andere niet
§ Melanoom: reageert heel goed op immunotherapie
§ Pancreaskanker: reageert hier niet goed op
BIOMERKERS
ð Bepalen welke behandeling gaat werken
o Bv. R2 biomerker
§ Bv. borstkanker à retuximab is gericht op R2 recptoren
à R2 is dan predictieve biomerker: gaat voorspellen of behandeling gaat werken
o Evolutie: binnenkort niet meer praten over locatie van kanker (bv. longkanker als 1 ding zien)
à maar bv. R2 positieve tumoren als 1 geheel zien
- Biomerkers bepalen via verschillende mogelijkheden
o Patholoog
o Vloeibare biopsie
§ Bloed nemen (geen weefsel) en die kenmerken proberen terug te vinden in plasma,
serum of rood bloed à bepaalde merkers kan je dus terugvinden in het bloed
o Radiologie
o Artificiële inteligentie
6
, BENIGNE VS MALIGNE TUMOREN
KENMERKEN (!)
Benigne Maligne
Begrenzing Scherp Onregelmatig
‘pseudo-)kapsel Frequent Zeldzaam
Groeiwijze (!) Expansief Infiltratief
Groeisnelheid Laag Hoog
Necrose (!) Zeldzaam Frequent
Differentiatie (!) Hoog Matig tot ongedifferentieerd
Cel/kernatypie Laag Sterk
Mitotosiche activiteit Laag Hoog
Voorbeeld Darmpoliep
- Groeiwijze
o Expansief: gaat organen wegdrukken
o Infiltratief: gaat groeien in zenuwen, bot, bloedvaten…
- Necrose
o Snelle groei, maar bloedvaten kunnen niet volgen
à te weinig aanvoer van O2 en voedingsstoffen
7
ONCOLOGIE
ACADEMIEJAAR 2023 – 2024
NIEUW CURRICULUM
UA GENEESKUNDE – MASTER 1 – SEMESTER 2
,INHOUDSTAFEL
1. Oncologie in 21e eeuw ................................................................................................................................... 3
2. Hallmarks of cancer ..................................................................................................................................... 14
3. Epidemiologie en screening ......................................................................................................................... 31
4. Pathologie in kankerdiagnose ...................................................................................................................... 44
5. Pediatrische oncologie ................................................................................................................................. 59
6. Endoscopie in oncologie .............................................................................................................................. 87
7. Klinische genetica ........................................................................................................................................ 94
8. Anamnese en diagnostiek .......................................................................................................................... 111
9. Beeldvorming oncologie ............................................................................................................................ 130
10. TNM en MOC ........................................................................................................................................ 140
11. Oncologische chirurgie .......................................................................................................................... 149
12. Systemische therapie ............................................................................................................................ 161
13. Immunotherapie – algemeen................................................................................................................ 173
14. Immunotherapie – biomerkers ............................................................................................................. 185
15. Klinische studies oncologie ................................................................................................................... 190
16. Radiotherapie – Introductie .................................................................................................................. 200
17. Palliatieve zorg ...................................................................................................................................... 235
18. PRO(M) en PRE(M) ................................................................................................................................ 243
19. Nucleaire geneeskunde in de oncologie ............................................................................................... 247
20. Slokdarm- en maagkanker : multidisciplinair ........................................................................................ 264
21. Borstkanker: multidisciplinair ............................................................................................................... 280
22. Wetenschappelijk onderzoek in de oncologie ...................................................................................... 294
23. Immunotherapie – preklinisch onderzoek ........................................................................................... 300
24. Data in oncologie .................................................................................................................................. 304
25. Biobanken ............................................................................................................................................. 313
26. Casussen................................................................................................................................................ 324
2
,1. ONCOLOGIE IN 21E EEUW
INTRODUCTIE
ð Oncologie in 21e eeuw = multidisciplinair gegeven
DEFINITIES
- Wat is een tumor?
o Groei à oa groeisnelheid
o Differentiatie à dediffereniatie: niet meer de kenmerken van de oorspronkelijke cel
§ Hoe meer dedifferentiatie, hoe groter de kwaadaardigheid
- Wat is kanker?
o Collectieve naam: veel dingen horen hier thuis
o Grieks: ‘carcinos’
o Latijns: ‘cancer’ (krab, kreeft) (!)
§ ‘De opvallend rode, gezwollen bloedvaten in de nabijheid van een gezwel deden
denken aan de rode poten en scharen van een krab’
o Kanker is al heel oude ziekte ó niet alleen ziekte van deze tijd !
ONTSTAAN KANKER
ONEVENWICHT
- Normaal: evenwicht
o Celdeling à mitose
§ Bv. darmcellen gaan delen in
darmwand
o Celverlies à apoptose
§ Bv. haren verliezen
- Kanker: onevenwicht
o Meer celdeling
o Minder celverlies
GROEI EN DIFFERENTIATIE
- Reproduceren zonder beperkingen van normaal weefsel
o Cellen blijven delen
- Onafhankelijk van de normale verankering
o Plaats waar ze zitten maakt niet uit, kunnen zich overal gaan verspreiden en toch overleven
- Ongevoelig voor beperkingen van populatiedensiteit
ð Irreversibel proces !!
,CARCINOGENESE
INITIATIE KANKER
- Virussen
o HPV à cervix, hoofd en hals tumoren
o EBV à lymfoom
o Hepatitis virus à B (vaccinatie) en C (komt hier weinig voor)
- Radiatie
o Kerncentrales
o Beeldvorming
- Chemisch
o Benzeen
o Chemische PFAS
o Asbest à geeft mesothelioom
VERDER EVOLUTIE NAAR KANKER
- 1. Initiatie naar preneoplastische letsels
o Bv. poliep in darm
à is een tumor maar nog geen kanker (zie definities vorige pagina)
- 2. Maligne tumor
o Verandering in groei van cellen
o Dedifferentiatie
- 3. Uitbreiding kanker
o Lokaal uittredenn invaderen
o Uitzaaiing
§ Hematogeen, lymfogeen
§ Naar bv. lever, longen, hersenen
§ Soms slapende tumorcellen, lang op bepaalde plaats aanwezig zonder te groeien
à maar dan plots bepaalde factoren krijgen waardoor die toch terug begint te
groeien en de pt hervalt van de kanker
4
,BLIJVENDE TUMORGROEI
ð Veel factoren spelen een rol
- Angiogense nodig
o Bv. vascular endothelial growth factor (VEGF) à zo blijvende groei mogelijk
§ Therapie: inwerken op VEGF
- Tumorsupressorgenen
o Worden vrijgesteld bij tumorgroei à maar worden onderdrukt
- Constante proliferatie
MICRO-OMGEVING TUMOR
ð Tumor is niet alleen tumorcellen, maar
ook de micro-omgeving
- Kanker-geassocieerde fibroblast
- Endotheelcellen
o Minder mooie structuur bij
angiogenese ivm normale cellen
- Pericyten
- Kanker stamcel
- Kanker cellen
- Immuun inflammatoire cellen
o T-cellen à bv. carT cellen
5
,THERAPIE
BEHANDELINGEN TEGEN VERSCHILLENDE MECHANISMEN VOOR ONTWIKKELING VAN KANKER
- Aerobe glycolyse inhibitoren
o Glycolyse ontstaat zodat kankercel niet afhankelijk is van O2
o Probleem therapie: je moet onderscheid maken tussen normale glycolyse door gezonde
cellen en glycolyse door maligne cellen
- VEGF inhibitoren
o VEGF receptoren: receptoren op de buitenkant van de cel
à gestimuleerd door groeifactoren à tumorcellen gaan verder delen en groeien
- Immuuntherapie
o Sommige kankers reageren hierop en andere niet
§ Melanoom: reageert heel goed op immunotherapie
§ Pancreaskanker: reageert hier niet goed op
BIOMERKERS
ð Bepalen welke behandeling gaat werken
o Bv. R2 biomerker
§ Bv. borstkanker à retuximab is gericht op R2 recptoren
à R2 is dan predictieve biomerker: gaat voorspellen of behandeling gaat werken
o Evolutie: binnenkort niet meer praten over locatie van kanker (bv. longkanker als 1 ding zien)
à maar bv. R2 positieve tumoren als 1 geheel zien
- Biomerkers bepalen via verschillende mogelijkheden
o Patholoog
o Vloeibare biopsie
§ Bloed nemen (geen weefsel) en die kenmerken proberen terug te vinden in plasma,
serum of rood bloed à bepaalde merkers kan je dus terugvinden in het bloed
o Radiologie
o Artificiële inteligentie
6
, BENIGNE VS MALIGNE TUMOREN
KENMERKEN (!)
Benigne Maligne
Begrenzing Scherp Onregelmatig
‘pseudo-)kapsel Frequent Zeldzaam
Groeiwijze (!) Expansief Infiltratief
Groeisnelheid Laag Hoog
Necrose (!) Zeldzaam Frequent
Differentiatie (!) Hoog Matig tot ongedifferentieerd
Cel/kernatypie Laag Sterk
Mitotosiche activiteit Laag Hoog
Voorbeeld Darmpoliep
- Groeiwijze
o Expansief: gaat organen wegdrukken
o Infiltratief: gaat groeien in zenuwen, bot, bloedvaten…
- Necrose
o Snelle groei, maar bloedvaten kunnen niet volgen
à te weinig aanvoer van O2 en voedingsstoffen
7