Voortplantingsfysiologie
1. De vrouw
Inleiding
- Fysiologie => over regeling => centraal in de regeling staat hypofyse
en hypothalamus
=> regeling vooral in hersenen.
Hypothalamo-hypofysaire as essentieel in
voortplanting.
- Belangrijkste bij vrouw is ovarium = eierstok.
o Bevat eicellen (ova).
o Hormoonfabriek => maakt oestrogenen en progesterone
aan.
- Rest is vooral belangrijk bij bevruchting (gebeurt meestal in eileider)
o BM-hals slijmprop die verandert tijdens cyclus
Oögenese
Eicellen ontwikkelen zich uit primitieve precursoren.
Begint wnr je nog in de BM zit met 7.000.000,
o puberteit zijn er maar 300.000 meer.
- Beginnend van Oögonium => deze ondergaan mitose.
o Maturatie:
primaire oöcyten
(deze zitten klaar bij geboorte).
dubbel aantal chromosomen (2n).
Iedere cyclus: 1 primaire oöcyt via meiose nr
secundaire oöcyt & polair lichaam.
Halvering v #chromosomen dr
eerste meiotische deling
Na bevruchting:
o voltooit secundaire oöcyt 2e meiotische deling en wordt een “rijp ei”
=> mature ovum en een 2e polair lichaam.
Uiteindelijk zijn er 0 eieren over => iedere cyclus sterft een ei af, wordt niet bijgemaakt.
Vrouwelijke reproductieve cyclus
Cycli van 28 dagen
o hierin ontwikk v vrouwelijk reproductief systeem.
veranderingen in ovarium (overiële cyclus)
veranderingen endometrium (= baarmoederslijmvlies) (uteriene cyclus)
Er is een ovariële en een uteriene cyclus.
In midden v cyclus vrijzetten 1 ei - als endometrium klaar is (verdikt en veel voedingsstoffen)
om eicel te ontvangen => moet op elkaar zijn afgestemd.
Geen bevruchting => afstoting baarmoederslijmvlies = menstruatie
Cyclus wordt dan herhaald = pop-up systeem
14 dagen na ovulatie = menstratie (enige zekerheid id cyclus)
, Ovariële cyclus + ontwikkeling v follikels
- Eicellen ontwikkelen in follikels
o Als baby in BM:
Primordiale follikels
o Na geboorte:
Primaire / Preantrale follikels
o Follikel ontwikkelt zich
=> progressief stapelt er zich vocht in op
Antrale follikel
Dominante/ preovulatoire follikel
(maar 1ntje)
Bestaat uit verschillende type cellen die
eicel omringen met elk eigen functie
Primordiale follikel: centraal eicel met cellen van ovarium errond
Ontstaan kleine cellen rond eicel, dan basale membraan en errond nog andere cellen.
Rond eicel = granulosacellen
o Daartussen basalemembraan
À andere kant thecacellen
Aanmaak vocht dr granulosacellen:
- zodat eicel in ophoping van granulosacellen zit
vocht vol hormonen
(Vocht wordt vruchtwater).
Al dit gebeurt voor de ovulatie = rijping van de follikel
= folliculaire fase.
Tijdens ovariële cyclus: ontwikkeling 5 à 15 preantrale follikels
o 1 “wint” er => dominante = preovulatoire follikel
Vormt dan graafse follikel:
net vr ovulatie aanmaak enzymes zorgen dat wand weker w
ovulatie vindt plaats
De rest regresseert en sterft af.
Regeling:
1. Hypothalamus : vrijzetten gonadotroop hormoon releasing
hormoon
2. Stimulatie voorste hypofyse: produceert FSH & LH
3. Stimulatie gonaden (geslachtsklieren) : produceren hormonen
Negatieve feedback:
o oestrogenen en testosteronen hebben remmende werking
op hypofyse en hypothalamus.
, : van ieder
lijntje weten
waarom het
stijgt/daalt.
X-as:
dagen
van de
cyclus.
1. De vrouw
Inleiding
- Fysiologie => over regeling => centraal in de regeling staat hypofyse
en hypothalamus
=> regeling vooral in hersenen.
Hypothalamo-hypofysaire as essentieel in
voortplanting.
- Belangrijkste bij vrouw is ovarium = eierstok.
o Bevat eicellen (ova).
o Hormoonfabriek => maakt oestrogenen en progesterone
aan.
- Rest is vooral belangrijk bij bevruchting (gebeurt meestal in eileider)
o BM-hals slijmprop die verandert tijdens cyclus
Oögenese
Eicellen ontwikkelen zich uit primitieve precursoren.
Begint wnr je nog in de BM zit met 7.000.000,
o puberteit zijn er maar 300.000 meer.
- Beginnend van Oögonium => deze ondergaan mitose.
o Maturatie:
primaire oöcyten
(deze zitten klaar bij geboorte).
dubbel aantal chromosomen (2n).
Iedere cyclus: 1 primaire oöcyt via meiose nr
secundaire oöcyt & polair lichaam.
Halvering v #chromosomen dr
eerste meiotische deling
Na bevruchting:
o voltooit secundaire oöcyt 2e meiotische deling en wordt een “rijp ei”
=> mature ovum en een 2e polair lichaam.
Uiteindelijk zijn er 0 eieren over => iedere cyclus sterft een ei af, wordt niet bijgemaakt.
Vrouwelijke reproductieve cyclus
Cycli van 28 dagen
o hierin ontwikk v vrouwelijk reproductief systeem.
veranderingen in ovarium (overiële cyclus)
veranderingen endometrium (= baarmoederslijmvlies) (uteriene cyclus)
Er is een ovariële en een uteriene cyclus.
In midden v cyclus vrijzetten 1 ei - als endometrium klaar is (verdikt en veel voedingsstoffen)
om eicel te ontvangen => moet op elkaar zijn afgestemd.
Geen bevruchting => afstoting baarmoederslijmvlies = menstruatie
Cyclus wordt dan herhaald = pop-up systeem
14 dagen na ovulatie = menstratie (enige zekerheid id cyclus)
, Ovariële cyclus + ontwikkeling v follikels
- Eicellen ontwikkelen in follikels
o Als baby in BM:
Primordiale follikels
o Na geboorte:
Primaire / Preantrale follikels
o Follikel ontwikkelt zich
=> progressief stapelt er zich vocht in op
Antrale follikel
Dominante/ preovulatoire follikel
(maar 1ntje)
Bestaat uit verschillende type cellen die
eicel omringen met elk eigen functie
Primordiale follikel: centraal eicel met cellen van ovarium errond
Ontstaan kleine cellen rond eicel, dan basale membraan en errond nog andere cellen.
Rond eicel = granulosacellen
o Daartussen basalemembraan
À andere kant thecacellen
Aanmaak vocht dr granulosacellen:
- zodat eicel in ophoping van granulosacellen zit
vocht vol hormonen
(Vocht wordt vruchtwater).
Al dit gebeurt voor de ovulatie = rijping van de follikel
= folliculaire fase.
Tijdens ovariële cyclus: ontwikkeling 5 à 15 preantrale follikels
o 1 “wint” er => dominante = preovulatoire follikel
Vormt dan graafse follikel:
net vr ovulatie aanmaak enzymes zorgen dat wand weker w
ovulatie vindt plaats
De rest regresseert en sterft af.
Regeling:
1. Hypothalamus : vrijzetten gonadotroop hormoon releasing
hormoon
2. Stimulatie voorste hypofyse: produceert FSH & LH
3. Stimulatie gonaden (geslachtsklieren) : produceren hormonen
Negatieve feedback:
o oestrogenen en testosteronen hebben remmende werking
op hypofyse en hypothalamus.
, : van ieder
lijntje weten
waarom het
stijgt/daalt.
X-as:
dagen
van de
cyclus.