HF40:Integratie van zout- en
waterbalans
1. Inleiding
- 2 aparte - nauw verwante systemen regelen volume & osmolaliteit vh extracell vocht
o Regeling extracellulair volume:
= essentieel voor in stand houden vd BD
= nodig vr goede perfusie vd weefsels
Gebeurt dr monitoren & aanpassen v NaCl in lichaam
o H2O kan nt weg dr pomp fzo – enkel via Na
o Regeling extracellulair osmolaliteit:
Hoe hoog [Na] je hebt
Regelen dr aanpassen totaal lichaamswater – hoeveelheid H2O
Hypertoniciteit of hypotoniciteit kan leiden tot celbeschadiging
Beide systemen gebruiken verschillende sensoren, maar gebruiken nier als effectororgaan.
1. Regeling extracellulair volume => regeling via Na +-excretie
2. Regeling extracellulaire osmolaliteit => regeling via urinaire
waterexcretie
Bv. Patient met hartfalen – gezwollen benen diuretica: werkt in op Na
2. Natriumbalans
- Extracellulair volume wordt geregeld via Na +-balans:
o Na impact op chloor en HCO3- (= belangr extracellulair osmotisch actieve stoffen)
o => als Na+ beweegt, moet water volgen.
Regeling Na+ balans:
- Afh v sign die weergeven of circulatie adequaat is (effectief circulerend volume)
Je kan het volume niet meten
Wel in hoeverre je geen uitrekking hebt v atrea (zou wijzen op
overvulling)
Sensoren: lage- en hogedruk baroreceptoren (hoge pas bij stevige ondervulling).
Effectoren:
I. Korte termijn effecten: via hart en bloedvaten
hoge druk baroREC
II. Lange termijn: via regeling van renale Na +-excretie
Lage druk baroREC
, 3. Waterbalans
- Grootste deel van totale lichaamsosmoles = intracellulair
=> sterk geregeld dr waterbalans
Sensoren: osmoreceptoren (via stretch) in hersenen die Δplasma-osmolaliteit meten.
o Osmolaliteit nt zomaar te meten
Als er verschil in osmolaliteit is gaat cel
zwellen/krimpen
o In cel hoger dan buiten? Cel gaan aanzuigen om verschil↓
Te voelen met stretchgevoelig kanaal
Effectoren:
I. Dorstcentrum in hersenen
Je wilt drinken & zout willen eten:
Bv. na sport – je bent H2O kwijt – manier om compenseren =
Na+ opnemen = in regeleling vh volume
II. Productie van ADH verandert
Osmolaliteit & Na & #osmoses = heel nauw geregeld
Enkel dr water en Na+ onafh te regelen kan osmolaliteit veranderen & controleren
Enkel tijdens groei is totaal aantal lichaamsosmoles niet constant
-> eten van zout doet niet zo veel
4. Natrium en Chloor
- Na+:
o in rust is Na+-inname = Na+-verlies.
65% is extracellulair
5-10% intracellulair
25 – 30% gebonden als Na+-apatiet in bot (nt onmidde uitwisselbr)
135 – 145 mOsm
- Cl-:
85% extracellulair
15% intracellulair
100 – 110 mOsm
5. Controle extracellulair volume
- Verhoging effectief circulerend volume?
o Na+ excretie w bevordert
Niet obv [Na+] in extracellulaire vloeistof (plasma)
o maar o.b.v. hoeveelheid in hele lichaam.
+
- Abrupte toename in Na -inname
o Bv. overgaan v zoutarm dieet nr 2 zakken zoutchips per dag:
Meer Na in lichaam Na w binnengehouden
toename v extracellulair volume
maar niet in intracellulair volume ( w wel heel nauw geregeld)
Toename tot nieuw evenwicht instelt
waterbalans
1. Inleiding
- 2 aparte - nauw verwante systemen regelen volume & osmolaliteit vh extracell vocht
o Regeling extracellulair volume:
= essentieel voor in stand houden vd BD
= nodig vr goede perfusie vd weefsels
Gebeurt dr monitoren & aanpassen v NaCl in lichaam
o H2O kan nt weg dr pomp fzo – enkel via Na
o Regeling extracellulair osmolaliteit:
Hoe hoog [Na] je hebt
Regelen dr aanpassen totaal lichaamswater – hoeveelheid H2O
Hypertoniciteit of hypotoniciteit kan leiden tot celbeschadiging
Beide systemen gebruiken verschillende sensoren, maar gebruiken nier als effectororgaan.
1. Regeling extracellulair volume => regeling via Na +-excretie
2. Regeling extracellulaire osmolaliteit => regeling via urinaire
waterexcretie
Bv. Patient met hartfalen – gezwollen benen diuretica: werkt in op Na
2. Natriumbalans
- Extracellulair volume wordt geregeld via Na +-balans:
o Na impact op chloor en HCO3- (= belangr extracellulair osmotisch actieve stoffen)
o => als Na+ beweegt, moet water volgen.
Regeling Na+ balans:
- Afh v sign die weergeven of circulatie adequaat is (effectief circulerend volume)
Je kan het volume niet meten
Wel in hoeverre je geen uitrekking hebt v atrea (zou wijzen op
overvulling)
Sensoren: lage- en hogedruk baroreceptoren (hoge pas bij stevige ondervulling).
Effectoren:
I. Korte termijn effecten: via hart en bloedvaten
hoge druk baroREC
II. Lange termijn: via regeling van renale Na +-excretie
Lage druk baroREC
, 3. Waterbalans
- Grootste deel van totale lichaamsosmoles = intracellulair
=> sterk geregeld dr waterbalans
Sensoren: osmoreceptoren (via stretch) in hersenen die Δplasma-osmolaliteit meten.
o Osmolaliteit nt zomaar te meten
Als er verschil in osmolaliteit is gaat cel
zwellen/krimpen
o In cel hoger dan buiten? Cel gaan aanzuigen om verschil↓
Te voelen met stretchgevoelig kanaal
Effectoren:
I. Dorstcentrum in hersenen
Je wilt drinken & zout willen eten:
Bv. na sport – je bent H2O kwijt – manier om compenseren =
Na+ opnemen = in regeleling vh volume
II. Productie van ADH verandert
Osmolaliteit & Na & #osmoses = heel nauw geregeld
Enkel dr water en Na+ onafh te regelen kan osmolaliteit veranderen & controleren
Enkel tijdens groei is totaal aantal lichaamsosmoles niet constant
-> eten van zout doet niet zo veel
4. Natrium en Chloor
- Na+:
o in rust is Na+-inname = Na+-verlies.
65% is extracellulair
5-10% intracellulair
25 – 30% gebonden als Na+-apatiet in bot (nt onmidde uitwisselbr)
135 – 145 mOsm
- Cl-:
85% extracellulair
15% intracellulair
100 – 110 mOsm
5. Controle extracellulair volume
- Verhoging effectief circulerend volume?
o Na+ excretie w bevordert
Niet obv [Na+] in extracellulaire vloeistof (plasma)
o maar o.b.v. hoeveelheid in hele lichaam.
+
- Abrupte toename in Na -inname
o Bv. overgaan v zoutarm dieet nr 2 zakken zoutchips per dag:
Meer Na in lichaam Na w binnengehouden
toename v extracellulair volume
maar niet in intracellulair volume ( w wel heel nauw geregeld)
Toename tot nieuw evenwicht instelt