1. The structure of bacterial cells
Structuur bacterie
- Afmetingen bacteriën in µm (LM), virussen in nm (EM)
o Bacteriën 0,5-2 µm
o RBC 7,5 µm
Virus met bacterie als gastheer = bacteriofaag
- Vorm verschilt per genus
2 basisvormen
- Coccus kan op 2 manieren gaan delen
o 2 dimensies: diplococci of streptococci catalase neg
o 3 dimensies: staphylococci catalase pos
- Bacillus kan op 1 manier gaan delen
o 2 dimensies: streptobacilli
Bijzondere vormen
- Vibrio kommavormig Vb. Vibrio cholerae
- Spirochete kurketrekker vormig Vb. Borrelia burgdorferi (ziekte van Lyme)
3 belangrijke componenten
1. Celmembraan met daaromheen celwand
2. Cytoplasma met organellen
o Ribosomen 16S rRNA
o Genetisch materiaal los in cytoplasma thv nucleaire regio
3. Externe structuren kapsel, flagel, fimbriae
o Hetgeen het afweersysteem gaat waarnemen
o Belangrijk voor pathogeen vermogen van een kiem!
Celwand TWIO!!
- Peptidoglycaanlaag die celmembraan omgeeft enkel aanwezig bij bacteriën
o Ideaal doelwit voor AB om op in te werken
- Functies
o Celmembraan heeft geen cholesterol waardoor moeilijker bijeen te houden tijdens
beweging (extra ondersteuning afwezig) dus ter compensatie celwand
o Zorgt mede voor karakteristieke vorm van cel
o Voorkomt barsten van cel door osmosis bij hypertone omgeving
- Componenten
o Peptidoglycaanlaag = mureïne
o Buitenste membraan
o Periplasmatische ruimte = ruimte tussen 2 membranen
Voorbeelden
- G+ bevat cytoplasmamembraan met dikke peptidoglycaanlaag
, - G- bevat cytoplasmamembraan met dunne peptidoglycaanlaag en nog een buitenste
membraan
Peptidoglycaanlaag bestaat uit eiwitten en suikers
- Suikerketen opgebouwd uit N-acetylglucosamine (NAG) en N-acetylmuraminezuur
(NAM) keten met afwisselend NAG-NAM verbonden dmv β-1,4-glycosidische binding
- Voor stevigheid moeten verschillende suikerketens met elkaar verbonden worden door
tetrapeptiden (3e AZ lysine voor G+ en diaminopimelic acid voor G-)
o Bind altijd op NAM vanwege zuurfunctie! Nooit op NAG
o Peptideburg tussen derde AZ van ene tetrapeptide en vierde AZ van andere
tetrapeptide (beschermd celmembraan tegen openspringen)
Penicilline gaat op peptidebrug inwerken waardoor wand niet meer stevig
is en bacteriën dus dood gaan
Structuren NAM en NAG + β-1,4-glycosidische binding kennen en kunnen tekenen!
- Op C2 een N-acetyl komt van azijnzuur waarbij stikstof zit
- Op C3 een amide zuurgroep bindt met stikstof
Tetrapeptide
1. L-Alanine
2. D-Glutaminezuur
3. L-Lysine (G+) indirect verbinding via oligopeptidebrug
Diaminopimelic zuur (G-) rechtstreekse verbinding
4. D-Alanine
Voorbeeld G+ bacterie = Staphylococcus aureus
Voorbeeld G- bacterie = Escherichia coli
Structuur bacterie
- Afmetingen bacteriën in µm (LM), virussen in nm (EM)
o Bacteriën 0,5-2 µm
o RBC 7,5 µm
Virus met bacterie als gastheer = bacteriofaag
- Vorm verschilt per genus
2 basisvormen
- Coccus kan op 2 manieren gaan delen
o 2 dimensies: diplococci of streptococci catalase neg
o 3 dimensies: staphylococci catalase pos
- Bacillus kan op 1 manier gaan delen
o 2 dimensies: streptobacilli
Bijzondere vormen
- Vibrio kommavormig Vb. Vibrio cholerae
- Spirochete kurketrekker vormig Vb. Borrelia burgdorferi (ziekte van Lyme)
3 belangrijke componenten
1. Celmembraan met daaromheen celwand
2. Cytoplasma met organellen
o Ribosomen 16S rRNA
o Genetisch materiaal los in cytoplasma thv nucleaire regio
3. Externe structuren kapsel, flagel, fimbriae
o Hetgeen het afweersysteem gaat waarnemen
o Belangrijk voor pathogeen vermogen van een kiem!
Celwand TWIO!!
- Peptidoglycaanlaag die celmembraan omgeeft enkel aanwezig bij bacteriën
o Ideaal doelwit voor AB om op in te werken
- Functies
o Celmembraan heeft geen cholesterol waardoor moeilijker bijeen te houden tijdens
beweging (extra ondersteuning afwezig) dus ter compensatie celwand
o Zorgt mede voor karakteristieke vorm van cel
o Voorkomt barsten van cel door osmosis bij hypertone omgeving
- Componenten
o Peptidoglycaanlaag = mureïne
o Buitenste membraan
o Periplasmatische ruimte = ruimte tussen 2 membranen
Voorbeelden
- G+ bevat cytoplasmamembraan met dikke peptidoglycaanlaag
, - G- bevat cytoplasmamembraan met dunne peptidoglycaanlaag en nog een buitenste
membraan
Peptidoglycaanlaag bestaat uit eiwitten en suikers
- Suikerketen opgebouwd uit N-acetylglucosamine (NAG) en N-acetylmuraminezuur
(NAM) keten met afwisselend NAG-NAM verbonden dmv β-1,4-glycosidische binding
- Voor stevigheid moeten verschillende suikerketens met elkaar verbonden worden door
tetrapeptiden (3e AZ lysine voor G+ en diaminopimelic acid voor G-)
o Bind altijd op NAM vanwege zuurfunctie! Nooit op NAG
o Peptideburg tussen derde AZ van ene tetrapeptide en vierde AZ van andere
tetrapeptide (beschermd celmembraan tegen openspringen)
Penicilline gaat op peptidebrug inwerken waardoor wand niet meer stevig
is en bacteriën dus dood gaan
Structuren NAM en NAG + β-1,4-glycosidische binding kennen en kunnen tekenen!
- Op C2 een N-acetyl komt van azijnzuur waarbij stikstof zit
- Op C3 een amide zuurgroep bindt met stikstof
Tetrapeptide
1. L-Alanine
2. D-Glutaminezuur
3. L-Lysine (G+) indirect verbinding via oligopeptidebrug
Diaminopimelic zuur (G-) rechtstreekse verbinding
4. D-Alanine
Voorbeeld G+ bacterie = Staphylococcus aureus
Voorbeeld G- bacterie = Escherichia coli