Week 7
Hoorcollege: Artikel ethiek in sociaal werk
Je kunt morele problemen in de beroepspraktijk herkennen.
Je kunt het verschil tussen moraal en ethiek uitleggen.
Je kan uitleggen wat beroepsethiek en beroepscodes inhouden.
3 normatieve theorieën gebruiken om te beschrijven hoe je ethisch probleem aanpakt.
Ethiek: wanneer weten we of iets ‘goed’ of ‘kwaad’ is?
Dilemma: keuze tussen 2 handelingen die allebei goed kunnen zijn, zonder zicht op middenweg
Verantwoorde keuze maken in een ethisch dilemma, relevante waarden en normen hierbij zijn:
- Het persoonlijk geweten van de sociaal werker
- Algemene waarden (gebaseerd op normatieve theorieën)
- Beroepsethiek
- Afspraken binnen de organisatie
Morele vragen zijn vragen waarbij waarden en normen in het geding zijn.
Moraal gaat over de vraag hoe je als mens zou moeten leven. Alle mensen hebben bewust of
onbewust bepaalde morele opvattingen over goed en kwaad.
Waarden: omschrijven wat mensen waardevol vinden en waarnaar zij streven.
Normen laten zien hoe je moet handelen, op waarde gebaseerde handelingsvoorschriften.
- Ethische normen
- Juridische normen
- Fatsoennormen
Deugden zijn persoonlijke eigenschappen van waaruit iemand handelt (deugdzaam, zorgzaam).
Beroepsethiek: specifieke morele regels voor een bepaalde beroepsgroep.
Beroepscode: vastgelegde waarden en normen van een beroep, die als leidraad dienen voor
een goede beroepsuitoefening.
Normatieve theorieën
Beoordeelt Streeft naar
Teleologische of gevolgethiek Gevolgen (doel) van de Maximaal genot voor zoveel
handeling mogelijk mensen
Deontologische of plichtethiek Handeling zelf, intentie Handelen op basis van
redelijke morele regels
Deugdenethiek Karakter en motieven van Handelen vanuit goede
de handelende persoon eigenschappen
Hoorcollege: Artikel ethiek in sociaal werk
Je kunt morele problemen in de beroepspraktijk herkennen.
Je kunt het verschil tussen moraal en ethiek uitleggen.
Je kan uitleggen wat beroepsethiek en beroepscodes inhouden.
3 normatieve theorieën gebruiken om te beschrijven hoe je ethisch probleem aanpakt.
Ethiek: wanneer weten we of iets ‘goed’ of ‘kwaad’ is?
Dilemma: keuze tussen 2 handelingen die allebei goed kunnen zijn, zonder zicht op middenweg
Verantwoorde keuze maken in een ethisch dilemma, relevante waarden en normen hierbij zijn:
- Het persoonlijk geweten van de sociaal werker
- Algemene waarden (gebaseerd op normatieve theorieën)
- Beroepsethiek
- Afspraken binnen de organisatie
Morele vragen zijn vragen waarbij waarden en normen in het geding zijn.
Moraal gaat over de vraag hoe je als mens zou moeten leven. Alle mensen hebben bewust of
onbewust bepaalde morele opvattingen over goed en kwaad.
Waarden: omschrijven wat mensen waardevol vinden en waarnaar zij streven.
Normen laten zien hoe je moet handelen, op waarde gebaseerde handelingsvoorschriften.
- Ethische normen
- Juridische normen
- Fatsoennormen
Deugden zijn persoonlijke eigenschappen van waaruit iemand handelt (deugdzaam, zorgzaam).
Beroepsethiek: specifieke morele regels voor een bepaalde beroepsgroep.
Beroepscode: vastgelegde waarden en normen van een beroep, die als leidraad dienen voor
een goede beroepsuitoefening.
Normatieve theorieën
Beoordeelt Streeft naar
Teleologische of gevolgethiek Gevolgen (doel) van de Maximaal genot voor zoveel
handeling mogelijk mensen
Deontologische of plichtethiek Handeling zelf, intentie Handelen op basis van
redelijke morele regels
Deugdenethiek Karakter en motieven van Handelen vanuit goede
de handelende persoon eigenschappen