Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Volledige samenvatting training en gedragsbegeleiding 2e bachelor dierenzorg

Rating
4.0
(2)
Sold
3
Pages
64
Uploaded on
08-07-2024
Written in
2023/2024

Met deze samenvatting behaalde ik 17/20 voor het examen training en gedragsbegeleiding 2e bachelor Het bevat de volgende onderwerpen: leerprocessen (klassiek & operant), excretieproblemen kat, gedragsmodificerende technieken, gedragsproblemen, geleidehondtraining (eigenlijk alles exclusief de leerpaden die je zelfstandig moet doorlopen)

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

TRAINING & GEDRAGSBEGELEIDING
HOOFDSTUK: LEERPROCESSEN IN DIERENTRAINING
 Niet associatief leren/one event learning (habituatie & sensitisatie) (NESI)
 Exploratorisch/latent leren
 Sociaal leren
 Inzichtelijk leren
 Associatief leren (klassieke & operante conditionering)
 Studie van diergedrag = nuttig  dier leert uit elke situatie vb. slechte ervaring bij dierenarts

 Redenen diertraining
o Gehoorzaamheid
o Spel
o Assistentie (blindgeleidehond, epilepsiehond)
o Therapie mens
o Vermaak mens vb. circus
o Redding mens vb. lawinehond
o Ondergaan diergeneeskundige handelingen vb. bloedafname
o Verzorging vergemakkelijken
 Dieren leren ook op andere momenten zonder dat men hierbij stilstaat
 Hoofdstuk: verschillende manieren waarop dieren leren & trainingstechnieken


1. ONE-EVENT LEARNING/NIET-ASSOCIATIEF LEREN
 = leerproces waarbij reactie van dier op stimulus/gebeurtenis afhankelijk is van feit of dier de stimulus reeds voordien is
toegekomen
 Gedrag van dier verandert tgov. stimulus in afwezigheid van geassocieerde stimulus/gebeurtenis (vb. straf/beloning)
 2 types: habituatie & sensatie

1.1. Habituatie
 = proces waarbij dier geleidelijk minder & minder gaat reageren (= vermindering respons) op regelmatig herhaalde stimulus
o Vb. paard hoort ruisen van bladeren bij hevige wind  paniekerig wegvluchten  verschillende keren horen & er
gebeurt niets  paard geen reactie
 Functioneel: indien bepaalde stimulus niet meer gevolgd wordt door belangrijke gebeurtenis  dier stopt
met aandacht te schenken aan stimulus
 Belangrijk om grote hoeveelheden ontvangen informatie (uit omgeving) te filteren > indien aandacht schenken aan elke
stimulus  tijd & energie gaat verloren  habituatie  repetitieve, onbelangrijke signalen negeren  aandacht richten op
belangrijkste signalen van omgeving
o Verhuizen naar huis naast station  na tijdje niet langer afgeleid door straatverkeer, men is het geluid van verkeer
gewoon
o Jane Goodall: studie over chimpansee mogelijk omdat dieren aanwezigheid tolereren
 Verklaring eenvoudige vorm van leren
o Studie habituatie van Aplysia californica
 = grote zeeslak met eenvoudig zenuwstelsel van 100 000 neuronen
 Terugkeerreflex kieuw bij aanraking sifon (wateruitstuwingsorgaan)
 Zenuwstelsel: gewaarwording in sifon via sensorisch neuron doorgeven aan motorisch neuron 
contractie kieuw
 Terugtrekken habitueren: 10x op sifon tikken  terugtrekken van kieuw niet meer
 In vitro onderzoek: habituatie t.h.v. synaps tussen sensorische & motorische neuronen > bij habituatie 
vermindering synaptische potentialen die sensorische cel opwekt in motorische cel & blijven uiteindelijk
weg (verminderde uitstoot neurotransmitters in synaps)  verminder terugtrekrespons in kieuw  niet
meer bewegen > kan meerdere uren aanhouden
 Op verschillende niveaus in zenuwstelsel
o Sensorische (zintuigelijke) systemen kunnen na tijdje stoppen met zenden van signalen naar hersenen bij stimulus
die vaak herhaald wordt vb. gewenning sterke geuren
o Habituatie ook t.h.v. hersenen: stimulus wordt waargenomen  dier ‘beslist’ er geen aandacht meer aan te
schenken

,1.2. Sensitisatie
 Omgekeerde van habituatie
 = dier gaat meer & meer reageren op stimulus die herhaald wordt/gaat meer & meer reageren op stimulus na
intense/irriterende stimulus
o (kleine) verandering in stimulus  sensitisatie ook al was dier gehabitueerd aan stimulus
 Vb. pup gehabitueerd aan stofzuiger  gesensitiseerd raken door stofzuigen indien deze een abnormaal & luid
geluid
 Processen habituatie & sensitisatie: individuele verschillen spelen een rol vb. ene dier went aan donder (habituatie), ander
dier reageert heftig op donder (sensitisatie)


2. ASSOCIATIEF LEREN
 Dier leert een stimulus/gebeurtenis te associëren met een ander gebeurtenis
o Klassieke conditionering: associatie tussen 2 stimuli
o Instrumentele conditionering: associatie tussen gedrag & gevolgen ervan

2.1. Klassieke/Pavloviaanse conditionering
 Ivan Pavlov: Nobelprijs voor geneeskunde > werk over fysiologie van vertering: onderzoek secretie spijsverteringsklieren >
speekselen hond uitlokken door voedsel & andere stimuli die het voeden vooraf gingen

2.1.1. Algemeen
 Klassieke conditionering: aanwezige samenhang tussen onvoorwaardelijke stimulus (OS) & onvoorwaardelijke reactie (OR)
o Indien OS herhaaldelijk geassocieerd wordt met neutrale stimulus (voorwaardelijke stimulus (VS))  na enige tijd
kan VS alleen OR uitlokken  vanaf dan wordt OR de voorwaardelijke reactie (VR) genoemd
 Pavlov’s onderzoek: hond krijgt voedsel voorgeschoteld
o Automatische/aangeboren respons op presentatie van voedsel
  speekselen = onvoorwaardelijke respons (unconditioned response)
 Voedsel = onvoorwaardelijke stimulus (unconditioned stimulus)
 ‘onvoorwaardelijk’ = aangeboren, automatisch, niet-aangeleerd verband tussen stimulus & respons
o Bel rinkelen juist voor presentatie van voedsel
  voedsel & bel associëren
 Bel = neutrale stimulus want lokt aanvankelijk geen speekselen uit
 Bel is voorwaardelijke stimulus (conditioned stimulus) geworden
 Speekselen = voorwaardelijke respons (condtioned response)
o Conclusie: hetzelfde gedrag nl. speekselen als
 Onvoorwaardelijke respons zijn als reactie op onvoorwaardelijke stimulus (voedsel)
 Voorwaardelijke respons als reactie op een voorwaardelijke stimulus (bel)
 Klassieke conditionering
o Doel: 2 stimuli met elkaar associëren
o Resultaat herhaaldelijk samen aanbieden van beide stimuli  VS lokt VR uit die voordien enkel werd uitgelokt door
OS
o Niets te maken met straffen & belonen
o Ontwikkeling onwillekeurige respons na voorafgaande stimulus
 OV/VR vaak (niet altijd) vegetatieve reflex die beroep doet op gladde spieren (vb. speekselproductie, hormonale secretie,
hartritme, bloeddruk, pilo-erectie)
o Reflex berust op gestreepte spier: onaangename prikkel vermijden vb. poot optrekken om elektrische shock te
vermijden
 Voorbeelden
o Hond hoort brokjes vallen in etensbak  speekselen & opwinding
o Persoon pijnlijk ervaring bij tandarts  angst bij zien van tandartsengebouw
o Tactiele prikkel van uier (OS)  melk (OR) > melkmachine aanzetten (VS)  toeschieten van melk (VR)
 2 alternatieven voor hoe associatie tot stand komt
o Voorwaardelijke stimulus kan representatie van onvoorwaardelijke stimulus oproepen  respons
 Pavlov: bel  idee van voedsel oproepen  speekselen
 S-S verband (stimulus-stimulus verband)
 VS-OS-R verband (voorwaardelijke stimulus-onvoorwaardelijke stimulus-respons verband)
 Dier weet dat bel voedsel voorspelt

, o Voorwaardelijke stimulus kan op zichzelf dezelfde respons uitlokken als onvoorwaardelijke stimulus
 Pavlov: bel dezelfde eigenschappen als voedsel  speekselen
 VS-R verband (voorwaardelijk stimulus-respons verband)
 Dier reageert op de bal op exact dezelfde manier als het voordien op voedsel reageerde  niet nodig om
kennis te veronderstellen bij hond om gedrag te verklaren
o Behaviouristische verklaring
 Enkel focus op wat geobserveerd kan worden nl. gedrag van dier
 Vogel & zoogdier: beide associaties (VS-OS-R & VS-R) vormen maar verschil in relatieve sterkte > welke
associatie sterkste is hangt af van aantal factoren vb. diersoort & omstandigheden (voor elke situatie
opnieuw bepalen) > algemeen: doorgedreven training versterkt VS-R associatie

2.1.2. Conditioneringswetten
2.1.2.1. Contiguïteit in tijd
 Manier waarop OS & VS met elkaar gepaard  effect op doeltreffendheid van associatie
o Meest effectief voor sterk geconditioneerde respons
 Trace conditioning = VS vlak voor OS aanbieden
 Delayed conditioning = VS gedeeltelijk laten overlappen met OS (VS begint voor OS & eindigt er samen
mee)
o Minder effectief
 Simultaneous conditioning = VS valt exact samen met OS
 Backard conditioning = VS komt na OS
o Optimale interval tussen VS & OS zeer kort (0,5 – 1 sec)
 VS & OS max enkele seconden van elkaar gescheiden zijn (1 – 2 sec)  geen ontwikkeling
geconditioneerde respons
 Rescorla-Wagner model
o Relativeren belang van contiguïteit
o Contingentie belangrijker: samengaan in tijd niet voldoende > mate waarin VS de OS aankondigt belangrijker
o Betrouwbare predictie/anticipatie doorslaggevend om associatie te realiseren
o Vb. VS die 1 sec voor OS opkomt  eventueel niet associëren omdat OS even vaak/vaker in afwezigheid van VS
optreedt

2.1.2.2. Vergeten
 Band tussen VS & VR vergeten wanneer de VS niet meer gepresenteerd wordt
o Vb. bel niet meer geluid  hond na bepaalde tijd geen speekselproductie wanneer men ineens een belsignaal
geeft

2.1.2.3. Experimentele extinctie
 Wanneer men wel de VS blijft geven (belsignaal) maar zonder die af & toe te associëren met de OS (vlees) om associatie te
onderhouden > tijdens extinctieperiode verdwijnt VR geleidelijk > dit is actieve inhibitie van VR (speekselen), dier leert dat
VS niet meer door OS gevolgd wordt
o ?: verdwijnt VS-OS band helemaal?  nee  2 aanwijzingen*
 2 aanwijzingen*
o Disinhibitie
 Tijdens extinctiefase nieuwe verrassende stimulus (vb. zoemer) samen geven met VS (vb. licht)  VR
onmiddellijk uitvoeren > nieuwe stimulus interfereert met het aan de gang zijnde proces (inhibitie) zodat
bestaande VR toch optreedt
 Inhibitie van inhibitie = disinhibitie
o Renewal
 Vernieuwing van VR
 Effect van verandering van context op VR
 Geobserveerd wanneer extinctie plaatsgrijpt in andere omgeving dan die waarin de conditionering
gebeurd is: VR dooft uit in nieuwe omgeving  indien dier getest in oorspronkelijke situatie  VR treedt
toch op
 Extinctie = contextafhankelijk

2.1.2.4. Generalisatie
 Effect VS soms generaliseren = VR als reactie op een gelijkaardige maar toch niet volledig identieke stimulus

,  Vb. pijnlijke injectie (OS)  hond vlucht (OR) > hond associeert injectie met witte kiel (VS) van dierenarts & vlucht (VR) bij
zien van arts met kiel > ook vluchten voor alle mensen die iets wit dragen

2.1.2.5. Discriminatie
 Omgekeerde van generalisatie
 Neem 2 gelijkaardige maar niet volledig identieke stimuli (VS1 & VS2) & men associeert de ene met een OS maar niet de
andere
 Dier gaat reageren met VR op 1e & niet op 2e op voorwaarde dat men onderscheid kan maken (discrimineren) tussen 2
 Om onderscheidingsvermogen op sensorisch vlak te bestuderen
 Generalisatie & discriminatie complementair
o Belangrijk voor adaptatie & overleving
o Generalisatie biedt voordelen vb. weglopen bij horen van motor van allerlei wapens
o Discriminatie beperkt geleidelijk nutteloze reacties vb. niet reageren op motor van waterpomp

2.1.3. Taste-aversion learning
 Onderzoek naar effecten langdurige blootstelling aan radiatie
o Ratten 1x per week gedurende 8 uren blootgesteld aan radiatie  nausea (ziek)
 Na tijdje: ratten dronken geen water meer in radiatiekamer, enkel nog in kooi
 Oorzaak niet drinken: waterflessen in radiatiekamer van plastiek, in kooi van glas  plastiek flessen
veranderen smaak van water > unieke smaak herhaaldelijk gepaard geweest met misselijkheid
veroorzaakt door radiatie
 = bepaald soort voedsel wordt vermeden na periode van ziekte/misselijkheid na eten van dat voedsel
 Sommige associaties verlopen makkelijker dan andere
o Ratten kregen eerst 3 gelijktijdige stimuli: werden belicht met lichtflitsen & hoorden zoemer indien ze water
dronken uit met sacharinewater gevulde fles (dus: visueel, geluid & smaak) > daarna bestraald met
X-stralen/inspuiting zodat ze uur erna ziek werden/elektrische shock
 Na elektrische shock vermeden ze licht & zoemer maar niet sacharine > conclusie: smaakprikkels
makkelijker associëren met ziek worden > visuele & akoestische prikkels beter pijnlijke shock voorspellen
 Ratten konden smaak van water associëren met ziekteverschijnselen die pas 1u later optreden &
smaakafkeer kan optreden na 1x
 Contiguïteitsprincipe kent aanpassingen die vermoedelijk een biologisch functionele oorsprong hebben nl ratten proeven
eerst kleine hoeveelheden onbekend voedsel: indien ze ziek worden (& overleven) raken zij er niet meer aan

2.2. Operante conditionering/instrumentele conditionering
 Trial-and-error/Skinneriaanse conditionering

2.2.1. Algemeen
 Edward Thorndike
o Wetenschappelijk onderzoek over operante conditionering
o Bestuderen hoe dieren gedragingen (hond, kat & kip) aanleren > kleine kooi = puzzle box > dier opgesloten in
puzzle box
 Indien bepaalde respons uitvoeren (vb. aan lus trekken)  deur open  voedselbeloning juist buiten kooi
 Eerste keer dier in box > lang voordat dier gewenste respons uitvoerde > allerhande gedragingen
uitvoeren  per toeval gewenste respons  beloning (daarom trail and error)
 Hetzelfde dier opnieuw in puzzle box  correcte respons sneller uitvoeren
o Experimenten  wet van het effect = ieder gedrag dat in welbepaalde situatie aanleiding geeft tot een beloning 
meer kans om op te treden indien dezelfde situatie opnieuw voordoet
 Omgekeerd: gedrag dat door iets onaangenaams wordt gevolgd  minder kans op te treden in
gelijkaardige situatie
 Frederic Skinner
o Studie gedrag van dieren (duiven & ratten) in kleine kooien = Skinner box
 Zoemer  auditief signaal
 Lamp  visueel signaal
 Hefboom  testdier kan respons uitvoeren
 Voedselbakje/drinkknippel om dier te belonen
 Dier op rooster > milde elektrische schokken
o Verschil met puzzle box
 Indien dier gewenste respons uitvoerde  voedselbeloning maar kon niet uit kooi ontsnappen

Written for

Course

Document information

Uploaded on
July 8, 2024
Number of pages
64
Written in
2023/2024
Type
SUMMARY

Subjects

$9.99
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
1 year ago

9 months ago

4.0

2 reviews

5
1
4
0
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
lunaclessens Hogeschool Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
30
Member since
3 year
Number of followers
2
Documents
11
Last sold
1 month ago

4.5

8 reviews

5
5
4
2
3
1
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions