BABY (0-1jaar)
1. Lichamelijke ontwikkeling
Zes waakzaamheidstoestanden: Slaapt 2/3 van de tijd
Reflexen
o Blijvende en tijdelijke (<3 maand)
Snuffel- of zoekreflex Moro-reflex
Zuigreflex Stap-of loopreflex
Grijpreflex Zwemreflex
Babinski-reflex
Zintuigen
Tastzin Smaak Reuk
Handpalmen,
voetzolen en gelaat:
Positieve reactie
op zoete smaken
Voorkeur voor bepaalde
geuren
goed ontwikkeld
Voorkeur voor
Negatieve reactie
Herkennen geur moeder
op zure en bittere
huidcontact
smaken
Pijngevoelig
Auditieve functies Zicht
Opgewonden: intense en hoge Geboorte: licht- en beperkte kleurperceptie,
tonen scherp zien op 20-30 cm, vluchtige
volgbewegingen, convergeren gaat moeilijk
Rustig: zachte en lage tonen
Voorkeur menselijke stem Strabisme: scheel kijken omdat ogen niet
samenwerken
6 mnd: normaal gezichtsvermogen zoals
volwassenen
Lichaam:
o Lengte: 75 cm / gewicht: 10 kg / hersenen: 900 gram
o Groot hoofd in vgl met lichaam
Verdere evolutie motoriek
o Cefalocaudale ontwikkelingslijn van kop tot teen
Vb. eerst zitten, dan stappen
o Proximodistale ontwikkelingslijn van binnen naar buiten
Vb. eerst armen strekken, dan vinger wijzen
Pagina 1 van 19
, Samenvatting ontwikkelingspsychologie
2. Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
2.1 Sociale ontwikkeling
Differentiatie in sociale gerichtheid
o Geboorte: huilen is het communicatiemiddel (reflex), asociaal wezen,
solitaire glimlach (vb. gastric smile) lachje in zichzelf
o 6-8 weken: sociale glimlach naar elk menselijk gezicht
o 3 mnd: intensiteit sociale glimlach neemt toe bij vertrouwde gezichten
o 8 mnd: vreemdenangst + scheidings-/verlatingsangst
Ontstaan hechtingsgedrag
o Hechting = affectieve/emotionele band opbouwen met een persoon
zodat verbondenheid ontstaat die tijd en ruimte overstijgt
o Hechting is levensnoodzakelijk voor verdere ontwikkeling
o Bowlby’s hechtingstheorie: 4 periodes:
1) Voorhechtingsfase (eerste 2-3 mnd)
2) Beginnende gehechtheid (2-6/8 mnd)
3) Feitelijke gehechtheid (6mnd – 3j)
4) Hoger niveau van hechtingsband (vanaf kleuterjaren)
Voorhechtingsfase
o Primaire hechtingsstrategieën + instinctieve reactiepatronen (huilen,
sociale glimlach …)
2) Beginnende gehechtheid
o Toenemende voorkeur voor enkele personen
o Vreemdenangst
o Verschil in lachen + troost vinden bij onbekenden en bekenden
3) Feitelijke gehechtheid
o Hechte band met 1 of meerdere personen (hiërarchie in voorkeur)
o 4 typische gedragingen
Huilen als hechtingsfiguur weggaat (scheidingsangst)
Blij als persoon opnieuw verschijnt
Visueel of motorisch volgen van hechtingspersoon
Troost & bescherming zoeken bij hechtingspersoon
4) Hoger niveau van hechtingsband
o Psychologisch contact is belangrijker dan fysiek contact
Pagina 2 van 19
, Samenvatting ontwikkelingspsychologie
Kwaliteit hechting: afhankelijk van sensitieve responsiviteit volwassene
signalen die kind uitstuurt perfect aanvoelen en adequaat op inspelen
o Goede sensitieve responsiviteit: veilige hechting
o Probleem bij ouder of bij kind: onveilige hechting
2.2 Dynamisch-affectieve ontwikkeling
Freud
o Orale fase (0-1j)
Mond als lustbron baby steekt alles in de mond = normaal
Erikson
o Elke levensfase wordt gekenmerkt door een conflict
o Kernconflict babytijd: vertrouwen VS. Wantrouwen
“Is deze wereld (mensen + omgeving) betrouwbaar?”
3. Cognitieve ontwikkeling
Cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget: 4 ontwikkelingsstadia
1) Sensorimotorisch stadium (0-2j)
2) Pre-operationeel stadium (2-7j)
3) Concreet operationeel stadium (7-11j)
4) Formeel operationeel stadium (vanaf 11j)
Baby: 1) sensorimotorisch stadium (eerste 4 stadia vd 6):
1.1 Ongecoördineerde reflexschema’s (0-1 mnd)
Onbewust gedrag, reflexen
Nulpunt vd denkontwikkeling
1.2 Primaire circulaire reacties (1-4 mnd)
Eerste bewuste/gecontroleerde gedrag
Eerste stap in de cognitieve ontwikkeling
Constant herhalen van lichamelijke activiteiten omdat
herhaling plezier verschaft
Vb. Beentjes trappelen, voet in mond steken…
1.3 Secundaire circulaire reacties (4-8 mnd)
Pagina 3 van 19