Week 1: kennismaking met de schuldenproblematiek
Schuld is een persoonlijk verplichting tot betaling van een geldsom, dit is
het negatieve vermogen.
Betalingsachterstand: in verzuim zijn met het betalen van een
opeisbare vordering:
- Te laat betalen hoeft niet direct problemen op te roepen
- Oorzaken zijn bijv: hoge vaste lasten, inkomensdaling, terugbetalen
toeslagen (als je bijv. vergeet je OV op tijd stopt te zetten) en
nonchalance.
Een problematische schuldsituatie is als je de schulden niet meer
zelfstandig kan oplossen. Je inkomen is lager dan het bedrag dat afgelost
moet worden op de openstaande schulden. Dit kan leiden tot grote
problemen: huisuitzetting, afsluiten gas/water/elektriciteit of stopzetten
zorgverzekering.
De opties zijn: afspraken met schuldeisers maken, onderbewindstelling,
schuldhulpverlening en WSNP.
Verschillende soorten schulden: (belangrijk voor het tentamen)
- Overlevingsschulden = schulden waar iemand niks aan kan doen:
er is een laag inkomen, geen reserves en een stijging van de huur-,
energie-, zorgkosten.
- Aanpassingsschulden = er wordt hier iets aangepast, bijv. een
inkomensdaling of lastenstijging. Hier wordt het uitgavenpatroon
niet aangepast, dus bijv. je koopt altijd boodschappen bij de Albert
Heijn terwijl je beter naar de Aldi kan gaan.
- Compensatieschulden = de oorzaak hiervan is bijna altijd stres. Je
gaat goederen op afbetaling doen of rood staan/creditcards
gebruiken of een telefoon op afbetaling. Dus eigenlijk kan het niet,
maar toch wil je mee gaan en schaf je nieuwe dingen aan. Je gaat
dus iets compenseren.
- Overbestedingsschulden = consequent te veel uitgeven. Je hoeft
hiervoor niet eens in de schulden te zitten, maar je geeft gewoon te
veel uit. Of bijv. een (gok)verslaving, onvermogen om administratie
op orde te houden of een beperking, druk van omgeving/reclames.
- Bureaucratische schulden = onvermogen om zaken met de
overheid goed te regelen, toeslagen (UWV/DUO), boetes.
Vaak heeft een schuldenaar een combinatie van meerdere soorten
schulden. Veel verschillende factoren liggen ten grondslag aan de
schuldenproblematiek. Denk ook aan: laaggeletterdheid, laag digivaardig
of het hebben van een licht verstandelijke beperking.
Negatieve effecten van schulden:
Relatie schulden en uitkering:
- Problematiek is het grootst bij mensen met een bijstandsuitkering
- Belemmering om werk te vinden, impact op gedrag van werknemers
en werkgevers
- Leidt vaak tot stress, maatregel, boete en dus meer schulden
Schuld is een persoonlijk verplichting tot betaling van een geldsom, dit is
het negatieve vermogen.
Betalingsachterstand: in verzuim zijn met het betalen van een
opeisbare vordering:
- Te laat betalen hoeft niet direct problemen op te roepen
- Oorzaken zijn bijv: hoge vaste lasten, inkomensdaling, terugbetalen
toeslagen (als je bijv. vergeet je OV op tijd stopt te zetten) en
nonchalance.
Een problematische schuldsituatie is als je de schulden niet meer
zelfstandig kan oplossen. Je inkomen is lager dan het bedrag dat afgelost
moet worden op de openstaande schulden. Dit kan leiden tot grote
problemen: huisuitzetting, afsluiten gas/water/elektriciteit of stopzetten
zorgverzekering.
De opties zijn: afspraken met schuldeisers maken, onderbewindstelling,
schuldhulpverlening en WSNP.
Verschillende soorten schulden: (belangrijk voor het tentamen)
- Overlevingsschulden = schulden waar iemand niks aan kan doen:
er is een laag inkomen, geen reserves en een stijging van de huur-,
energie-, zorgkosten.
- Aanpassingsschulden = er wordt hier iets aangepast, bijv. een
inkomensdaling of lastenstijging. Hier wordt het uitgavenpatroon
niet aangepast, dus bijv. je koopt altijd boodschappen bij de Albert
Heijn terwijl je beter naar de Aldi kan gaan.
- Compensatieschulden = de oorzaak hiervan is bijna altijd stres. Je
gaat goederen op afbetaling doen of rood staan/creditcards
gebruiken of een telefoon op afbetaling. Dus eigenlijk kan het niet,
maar toch wil je mee gaan en schaf je nieuwe dingen aan. Je gaat
dus iets compenseren.
- Overbestedingsschulden = consequent te veel uitgeven. Je hoeft
hiervoor niet eens in de schulden te zitten, maar je geeft gewoon te
veel uit. Of bijv. een (gok)verslaving, onvermogen om administratie
op orde te houden of een beperking, druk van omgeving/reclames.
- Bureaucratische schulden = onvermogen om zaken met de
overheid goed te regelen, toeslagen (UWV/DUO), boetes.
Vaak heeft een schuldenaar een combinatie van meerdere soorten
schulden. Veel verschillende factoren liggen ten grondslag aan de
schuldenproblematiek. Denk ook aan: laaggeletterdheid, laag digivaardig
of het hebben van een licht verstandelijke beperking.
Negatieve effecten van schulden:
Relatie schulden en uitkering:
- Problematiek is het grootst bij mensen met een bijstandsuitkering
- Belemmering om werk te vinden, impact op gedrag van werknemers
en werkgevers
- Leidt vaak tot stress, maatregel, boete en dus meer schulden