VRAAG 1: BESCHRIJF HET GEHEUGEN VAN HET ADAPTIEF IMMUUNSYSTEEM
X-as = tijd, op, T=0 moment van infectie met
virus A dat aG(A) op enveloppe heeft zitten
Y-as = grootte van de immuunrespons
na infectie: aangeboren immuunsysteem als eerstelijnsdefentie
< snel, aspeci ek
< indringer ‘bezig houden’ tot selectie van klonen klaar is
adaptief IS: traag op gang maar wel heel speci ek
< veel krachtigere uitschakeling
bij herinfectie met identiek zelfde virus: adaptief IS schiet meteen in gang want selectie is al
gebeurd
< aangeboren IS ook nog actief want belangrijke facilitator van adaptieve respons
fi
,VRAAG 2: GEEF EEN OVERZICHT VAN HET AANGEBOREN/ADAPTIEF IMMUUNSYSTEEM
snelheid van activatie snel (minuten-uren) traag (dagen) owv selectie
speci citeit alle cellen herkennen quasi elke zeer speci ek:
indringer (in die zin veel minder 1 bepaald aG gaat 1 bepaalde
speci ek) kloon van BC/TC activeren
= kolonale selectie
antwoord na herhaaldelijk snel snel na hercontact met
contact aG eenzelfde aG (geheugen)
belangrijkste componenten < barrière, cellen, molecules < B- en T-cellen, aS
• 38 a 77 procent van circulerende leukocyten
VRAAG 1: NEUTROFIEL • circuleren 7-10 u vooraleer migratie naar weefsels waar
ze +/- 2d overleven
• ontwikkeling in beenmerg wordt gestimuleerd door
chemokines
• transiënte stijging is teken van infectie
• aantrekking richting plaats van ontsteking
azuro ele granules (prim): weinig talrijk, zure hydrolasen,
BPI, defensines,…
12 tot 15 μm diameter
speci eke granules (sec): meest talrijk, enzymes, AMP’s
gelobde kern (2 á 5)
ruim cytoplasma, jnere granules tertiare granules: fosfatases en gelatinase
fi
fi fi
fi
, VRAAG 2: EOSINOFIEL
• < beenmerg, <6% circulerende leukocyten
• belang in verdediging tegen parasitaire wormen
• rol in ontstaan asthma en allergische symptomen
12 tot 17 μm - tweelobbige • secreteren cytokines die functie van B- en T-cellen,
kern mastcellen, baso elen,… helpen reguleren
VRAAG 3: BASOFIEL
heparine, histamine, leukotriënen, IL-4,…
• <1% circulerende leukocyten (5-6 uur)
7 tot 11 μm -
• belang in verdediging tegen parasitaire wormen - helminthen
tweelobbige kern
• faciliteren migratie andere immuuncellen naar site infectie
2 types granules
via
< vasodilatatie + verhoogde BVpermeabiliteit (histamine)
< aantrekking eosino elen en lymfocyten (cytokines)
• histamine vrijstelling —> allergische symptomen (IgE)
VRAAG 4: APC’s - MACROFAGEN
= allen cellulaire componenten van het
AANGEBOREN immuunsysteem
• herkennen indringers als ‘vreemd’ —> fagocytose —> aG presentatie en
nadien knipping door eiwitten/peptides
• daarna aG presentatie in milt en lymfeklieren
= selectie van B- en T-cellen (zie lessen DS)
X-as = tijd, op, T=0 moment van infectie met
virus A dat aG(A) op enveloppe heeft zitten
Y-as = grootte van de immuunrespons
na infectie: aangeboren immuunsysteem als eerstelijnsdefentie
< snel, aspeci ek
< indringer ‘bezig houden’ tot selectie van klonen klaar is
adaptief IS: traag op gang maar wel heel speci ek
< veel krachtigere uitschakeling
bij herinfectie met identiek zelfde virus: adaptief IS schiet meteen in gang want selectie is al
gebeurd
< aangeboren IS ook nog actief want belangrijke facilitator van adaptieve respons
fi
,VRAAG 2: GEEF EEN OVERZICHT VAN HET AANGEBOREN/ADAPTIEF IMMUUNSYSTEEM
snelheid van activatie snel (minuten-uren) traag (dagen) owv selectie
speci citeit alle cellen herkennen quasi elke zeer speci ek:
indringer (in die zin veel minder 1 bepaald aG gaat 1 bepaalde
speci ek) kloon van BC/TC activeren
= kolonale selectie
antwoord na herhaaldelijk snel snel na hercontact met
contact aG eenzelfde aG (geheugen)
belangrijkste componenten < barrière, cellen, molecules < B- en T-cellen, aS
• 38 a 77 procent van circulerende leukocyten
VRAAG 1: NEUTROFIEL • circuleren 7-10 u vooraleer migratie naar weefsels waar
ze +/- 2d overleven
• ontwikkeling in beenmerg wordt gestimuleerd door
chemokines
• transiënte stijging is teken van infectie
• aantrekking richting plaats van ontsteking
azuro ele granules (prim): weinig talrijk, zure hydrolasen,
BPI, defensines,…
12 tot 15 μm diameter
speci eke granules (sec): meest talrijk, enzymes, AMP’s
gelobde kern (2 á 5)
ruim cytoplasma, jnere granules tertiare granules: fosfatases en gelatinase
fi
fi fi
fi
, VRAAG 2: EOSINOFIEL
• < beenmerg, <6% circulerende leukocyten
• belang in verdediging tegen parasitaire wormen
• rol in ontstaan asthma en allergische symptomen
12 tot 17 μm - tweelobbige • secreteren cytokines die functie van B- en T-cellen,
kern mastcellen, baso elen,… helpen reguleren
VRAAG 3: BASOFIEL
heparine, histamine, leukotriënen, IL-4,…
• <1% circulerende leukocyten (5-6 uur)
7 tot 11 μm -
• belang in verdediging tegen parasitaire wormen - helminthen
tweelobbige kern
• faciliteren migratie andere immuuncellen naar site infectie
2 types granules
via
< vasodilatatie + verhoogde BVpermeabiliteit (histamine)
< aantrekking eosino elen en lymfocyten (cytokines)
• histamine vrijstelling —> allergische symptomen (IgE)
VRAAG 4: APC’s - MACROFAGEN
= allen cellulaire componenten van het
AANGEBOREN immuunsysteem
• herkennen indringers als ‘vreemd’ —> fagocytose —> aG presentatie en
nadien knipping door eiwitten/peptides
• daarna aG presentatie in milt en lymfeklieren
= selectie van B- en T-cellen (zie lessen DS)