Hoofdstuk 7 – Cirkelbewegingen
7.1 Eenparige cirkelbeweging
s 2πrr
v baan = =
t T
o vbaan is de baansnelheid in m s-1. Grootte van de snelheid langs de cirkelbaan.
o r is de baanstraal in m.
o T is de omlooptijd in s. Tijd om 1 ronde af te leggen.
Bij een eenparige cirkelbeweging is de grootte van de snelheid consant, de richting
niet. De richting van de snelheid ligt langs de raaklijn aan de baan.
Frequentie: aantal omlopen per seconde. Eenheid is hertz (Hz).
1
o f=
T
Toerental/RPM: aantal omwentelingen van een voorwerp per minuut.
7.2 Middelpuntzoekende kracht
Middelpuntzoekende kracht: Kracht waardoor een voorwerp een bocht maakt.
o m v2
F mpz =
r
m is de massa in kg.
v is de snelheid in m s-1.
r is de baanstraal in m.
7.3 Gravitatiekracht
Gravitatiewet door Newton: Grote massa’s trekken elkaar aan.
o De richting van de kracht valt samen met de lijn door de twee zwaartepunten.
o De grootte van de kracht is recht evenredig met beide massa’s, maar
omgekeerd kwadratisch evenredig met de afstand tussen de twee
zwaartepunten.
m 1 ⋅m 2
Fg = G ⋅
r2
o G is de gravitatieconstante in N m2 kg-2. Binas tabel 7.
o r is de afstand tussen de zwaartepunten van de voorwerpen.
Uit de formule kun je de volgende formule voor de valversnelling op aarde afleiden:
m aarde
g=G ⋅
r2
o g is de valversnelling.
o De massa en de straal van planeten staan in Binas tabel 31.
Bij planeten die rond de zon draaien is Fmpz gelijk aan Fg. Daaruit leid je de volgende
m zon
formule af: v 2 =G⋅ .
r
o Als je hierin de formule voor de baansnelheid invult zie je dat de baansnelheid
alleen afhangt van de afstand tot de zon.
Satellieten kunnen polaire banen (over de noord- en zuidpool) beschrijven en
geostationaire banen (staan stil ten opzichte van het aardoppervlak).