Bewegingen
Bij bewegingen gaat men meestal uit van de twee basisbewegingen:
Rechtlijnige beweging Cirkelbeweging
= Kan op vele manieren gerealiseerd = Te realiseren via een draaipunt of
worden as
Toepassingen: Veer, vallen, hijsen via Toepassingen: Wiel, scharnier,
tegengewicht, schuiven kogelgewricht, krukas
Tandwielen
= middel om bewegingen en snelheid over te brengen
Richting- en snelheidsverandering bij tandwielen
- Veranderende draairichting
Rechtstreekse overbrenging: gebruik van 2 tandwielen die elkaar raken
(blikopener, horloge, fietsbel…)
Onrechtstreekse overbrenging: twee tandwielen verbinden via ketting
- Drijver: het tandwiel dat je in beweging brengt
- Volger: het tandwiel die de beweging overneemt
Combinaties van tandwielen
- Grote en kleine = draaisnelheid groter (of kleiner)
- Kleine doet meer omwentelingen
- Bv. mechanische klok, versnellingsbak, slagroomklopper
Oneven aantal tandwielen zorgt voor dezelfde richting
Even aantal tandwielen zorgt voor tegengestelde richting
Soorten tandwielen
Zware machines: gehard staal Kleinere machines: sterke kunststof
Vormen
Tandwiel Tandheugel Paneerwiel Kroonwiel
Geen wiel maar in
combinatie met wiel
Pal
= om te voorkomen dat tandwielen terug
kunnen keren
1
,WO STEM: Compendium
Er wordt een gewicht omhoog gehesen door aan een zwengel te draaien die aan
het kleine tandwiel bevestigd is. De pal drukt tegen kleine tandwiel.
Toepassingen: Lier, veermotor speelgoed
Andere soorten van bewegingen
Rollen Riemoverbrenging
= Beweging omzetten in rechtlijnige = I.p.v. tandwielen pulleys
beweging (katrollen maar met andere functie)
= Minder wrijving Verbinding tussen pulleys = riemen
van elastisch materiaal
Toepassingen: Zwaar voorwerp → om afstanden te overbruggen bij
verplaatsen op rollen, transportband draaiingen
van rollen in fabriek
Toepassingen: Kolomboormachine,
Ventilatorriem auto
Nokken Omkeren van beweging
= Om complexe rechtlijnige beweging
te maken = Met hefboom zowel de richting als
Bestaat uit draaibare as waarop nok de grootte van de uitwijking van een
bevestigd is. Op de nok rust een beweging veranderd worden
nokvolger die een rechtlijnige
beweging uitvoert Toepassingen: Vlotterarm, grotere
→ vorm van de nok bepaalt de aard van uitslag van een wijzer
deze beweging
Met ander tandwiel= draaiende
Toepassingen: Nokkenas automotor, beweging van richting veranderen
bewegend speelgoed
Schroefbeweging Krukas (dia)
= Draaiende beweging omzetten in = Fysisch hetzelfde als de excentriek,
rechtlijnige beweging alleen uitvoering is anders
Toepassingen: Engelse sleutel Toepassing: Hollander, Bewegend
speelgoed
Excentriek (dia) Vliegwiel
= Cirkelbeweging in een rechtlijnige =Om variaties in draaiende beweging
beweging om zetten of omgekeerd te minimaliseren
→ niet eenparige rechtlijnige beweging - Hebben een grote massa en dus
veel bewegingsenergie
Toepassingen: Zuiger in cilinder, - Ze trekken zich weinig van
Pottenbakkersschijf, Stoommachine bewegingsveranderingen aan
Toepassingen: Automotor,
Stoommachine, Speelgoedauto’s
(opwinden via wielen)
Stangbewegingen Geneva wiel
2
, WO STEM: Compendium
= Bepaalde bewegingen verkrijgen = Onderste schijf wordt door motor
door bewegende stangen op een aangedreven. Op deze schijf zit een
bepaalde manier met elkaar te nok. Aan de bovenkant bevindt zich
verbinden een draaibaar kruis met sleuven. De
- Vaak combinaties van nok komt in de sleuf van het kruis en
hefbomen zo draait het kruis 90°
Toepassingen: Handrem fiets, Toepassingen: filmprojector, lopende
band fabriek
Raamopener, Bewegend speelgoed
Krachten
Een kracht wordt ergens door veroorzaakt en heeft tot gevolg dat een object:
- Versnelt (auto)
- Van vorm verandert (doorbuigen of breken balk)
- Stevig is (brug)
De meest voorkomende krachten in de techniek zijn:
- Mechanisch Notenkraker, elastiek, veer, spijker inslaan, waslijn, …
- Hydraulisch Stuw, remleiding, waterleiding
- Pneumatisch Ventiel
- Magnetisch Magneetbord, elektromagneet, relais, …
Zwaartekracht (Fz)
= de kracht waarmee de aarde aan (alle) voorwerpen trekt
- Neemt toe met de massa van het voorwerp
Gewicht
= De kracht die een voorwerp uitoefent op de ondergrond waarop het staat, of
waaraan het hangt
- Gewicht kan ook verdeeld zijn (bv: balk die op 2 punten rust)
3