Algemene psychologie
Hoofdstuk 7: Onthouden en vergeten
Achtergrond
Functie geheugen = vermogen om ervaringen in onze hersenen op te slaan en te
gebruiken bij verder gedrag
De Reminisscentiebult
Het autobiografische geheugen
Men associeert geheugen met herinneringen aan gebeurtenissen uit hun leven
- Meeste herinneringen zijn vrij recent
↪ hoe langer geleden, hoe moelijker te onthouden
- Er zijn geen herinneringen voor de leeftijd van 3 jaar
↪ autobiografische geheugen werkte toen nog niet goed
- Meer herinneringen tussen 10-30 jaar dan 30-60
↪ reminiscentiebult
De reminiscentiebult
Leven mensen gedifinieerd door keuzes tussen 10 en 30 jarige leeftijd
Geheugen rond deze leeftijd functioneert best cognitief en
neurofysiologisch
Veel gebeurtenissen vinden voor het eerst plaats in deze levensfase
Meer emotioneel geladen
De bevindingen van Ebbinghaus in de 19de eeuw
Ebbinghaus
= voerde reeks van experimenten uit, met zichzelf als enige proefpersoon
2 kernvragen:
1. Hoe veel vergeten we en hoe snel gaat dat?
2. Als iemand iets niet kan herinneren, is de info dan helemaal verloren?
Hij maakte gebruik van zinlose lettergrepen om te kijken hoelang het duurde om
deze te gaan onthouden ( kep, zob, naf)
Zinloze lettergrepen
= bestaan uit medeklinker, klinker en weer een medeklinker
Lijst 7 lettergrepen of minder = foutloos opnieuw oplossen
↪ langere lijsten: aantal keren herhalen
De besparingsmethode en de vergeetcurve
Ebbinghaus = testte ook geheugen op verschillende tijdstippen na leren van lijst
Hoe meer tijd verstreken tussenin, hoe minder je kan herinneren
Besparingsmethode = opnieuw leren duurt minder lang dan voor eerst leren
↪ “besparing” = origenele geheugensporen niet volledig gewist
Hoe meer tijd verstreken tussen leren en herleren, hoe minder besparing werd
vastgesteld
1ste uur = veel vergeten daarna minder
Vergeetcurve = relatie tussen mate van vergeten en tijdinterval sinds leren
Om geheugenprocessen te begrijpen, maken onderzoekers gebruik van
metaforen
- Geheugen als een container
- Geheugen als een bibliotheek
- Geheugen als een computer
- Geheugen als een neuraal netwerk
,
Hoofdstuk 7: Onthouden en vergeten
Achtergrond
Functie geheugen = vermogen om ervaringen in onze hersenen op te slaan en te
gebruiken bij verder gedrag
De Reminisscentiebult
Het autobiografische geheugen
Men associeert geheugen met herinneringen aan gebeurtenissen uit hun leven
- Meeste herinneringen zijn vrij recent
↪ hoe langer geleden, hoe moelijker te onthouden
- Er zijn geen herinneringen voor de leeftijd van 3 jaar
↪ autobiografische geheugen werkte toen nog niet goed
- Meer herinneringen tussen 10-30 jaar dan 30-60
↪ reminiscentiebult
De reminiscentiebult
Leven mensen gedifinieerd door keuzes tussen 10 en 30 jarige leeftijd
Geheugen rond deze leeftijd functioneert best cognitief en
neurofysiologisch
Veel gebeurtenissen vinden voor het eerst plaats in deze levensfase
Meer emotioneel geladen
De bevindingen van Ebbinghaus in de 19de eeuw
Ebbinghaus
= voerde reeks van experimenten uit, met zichzelf als enige proefpersoon
2 kernvragen:
1. Hoe veel vergeten we en hoe snel gaat dat?
2. Als iemand iets niet kan herinneren, is de info dan helemaal verloren?
Hij maakte gebruik van zinlose lettergrepen om te kijken hoelang het duurde om
deze te gaan onthouden ( kep, zob, naf)
Zinloze lettergrepen
= bestaan uit medeklinker, klinker en weer een medeklinker
Lijst 7 lettergrepen of minder = foutloos opnieuw oplossen
↪ langere lijsten: aantal keren herhalen
De besparingsmethode en de vergeetcurve
Ebbinghaus = testte ook geheugen op verschillende tijdstippen na leren van lijst
Hoe meer tijd verstreken tussenin, hoe minder je kan herinneren
Besparingsmethode = opnieuw leren duurt minder lang dan voor eerst leren
↪ “besparing” = origenele geheugensporen niet volledig gewist
Hoe meer tijd verstreken tussen leren en herleren, hoe minder besparing werd
vastgesteld
1ste uur = veel vergeten daarna minder
Vergeetcurve = relatie tussen mate van vergeten en tijdinterval sinds leren
Om geheugenprocessen te begrijpen, maken onderzoekers gebruik van
metaforen
- Geheugen als een container
- Geheugen als een bibliotheek
- Geheugen als een computer
- Geheugen als een neuraal netwerk
,