Grondwettelijk recht - Sottiaux
Functies van de grondwet - correct answer1. Democratische organisatie van de
overheidsmacht
2. Beperking van de overheidsmacht
2 technieken binnen de verticale machtenscheiding - correct answer1. Federalisme: de
spreiding van de bevoegdheden tussen de verschillende autonome rechtsordes
2. Decentralisatie: de central OH geeft bepaalde taken toe aan ondergeschikte besturen
- afgebakend door het subsidiariteitsbeginsel
Subsidiariteitsbeginsel - correct answerHogere instanties voeren geen taken uit die
lagere instanties kunnen doen.
Verankering van rechten en vrijheden - correct answerInhoudelijke beperking van de
bevoegdheden van de overheid = beperking van de overheidsmacht.
Grondwet en democratievorm - correct answer1. Directe democratie
2. Representatieve democratie
3. Participatieve en deliberatieve democratie
4. Meerderheidsdemocratie / pacificatiedemocratie
Representatieve democratie - correct answerBurgers kiezen vertegenwoordigers die de
politieke beslissing nemen.
Voor- en nadelen van representatieve democratie - correct answerV: Voordelig voor de
organisatie en de mogelijkheid tot specialisering en een manier om machtsmisbruik
tegen te gaan.
N: minder inspraak van de burgers
Directe democratie - correct answerEen vorm waarbij de bevolking zelf de wetten maakt
en de burgers rechtsreeks deelnemen aan de politiek.
Participatieve / deliberatieve democratie - correct answerVorm van democratie waarin
de burger een beleidsbepalende invloed heeft op het bestuur.
Meerderheidsdemocratie - correct answerDe meerderheidsregel zorgt ervoor dat ieder
gelijk wordt behandeld, dit zorgt voor gelijkheid.
Parlementair systeem - correct answer- Systeem van checks & balances
- Meer macht bij minder personen geconcentreerd
- Samenwerking tussen regering en parlement
- Geen strakke scheiding tussen regering en parlement
, Presidentieel systeem - correct answerKenmerkt door de rechtstreekse verkiezing van
de president door de bevolking. (bv. Bij de VS) - strakkere scheiding
De grondwet en de staatsvorm - correct answer1. Gecentraliseerde eenheidsstaat
2. Gedecentraliseerde eenheidsstaat
3. Federale staat / confederatie
4. Federatie of unie van staten
Staatsvorm - correct answerDe wijze waarop de verhoudingen worden geregeld en de
bevoegdheden verdeeld tussen de verschillende overheden.
De grondwet en de staatsvorm: criterium van onderscheid - correct
answerSoevereiniteit
=
Kompetenz-Kompetenz
Gecentraliseerde eenheidsstaat - correct answer1. Soevereiniteit onverdeeld bij
centrale overheid
2. Interne en externe deconcentratie
= geen rechtspersoonlijkheid, hiërarchisch toezicht
Gedecentraliseerde eenheidsstaat - soorten - correct answer1. Territoriale
decentralisatie: algemeen omschreven bevoegdheden, publiekrechtelijke lichamen,
gesteund op politieke vertegenwoordiging
2. Functionele decentralisatie:
Specifiek omschreven bevoegdheden
Organieke autonomie, niet gesteund op politieke vertegenwoordiging.
Gedecentraliseerde eenheidsstaat - kenmerken - correct answer1. Eigen
rechtspersoonlijkheid
2. Administratief toezicht
3. Regels geen kracht van wet
Federale staat - correct answerVerdeling van bevoegdheden tussen geografisch
afgebakende autonome deelstaten.
Federale staat - kenmerken - correct answer1. Basis is de grondwet
2. Deelstaten autonoom maar niet soeverein
- Geen toezicht federale overheid
- Deelstatelijke normen kracht van wet
- Kompetenz-Kompetenz (meer participatie)
Confederatie - correct answerInternationale samenwerking tussen onafhankelijke en
soevereine (lid)staten.
Confederatie - kenmerken - correct answer1. Basis = verdrag
Functies van de grondwet - correct answer1. Democratische organisatie van de
overheidsmacht
2. Beperking van de overheidsmacht
2 technieken binnen de verticale machtenscheiding - correct answer1. Federalisme: de
spreiding van de bevoegdheden tussen de verschillende autonome rechtsordes
2. Decentralisatie: de central OH geeft bepaalde taken toe aan ondergeschikte besturen
- afgebakend door het subsidiariteitsbeginsel
Subsidiariteitsbeginsel - correct answerHogere instanties voeren geen taken uit die
lagere instanties kunnen doen.
Verankering van rechten en vrijheden - correct answerInhoudelijke beperking van de
bevoegdheden van de overheid = beperking van de overheidsmacht.
Grondwet en democratievorm - correct answer1. Directe democratie
2. Representatieve democratie
3. Participatieve en deliberatieve democratie
4. Meerderheidsdemocratie / pacificatiedemocratie
Representatieve democratie - correct answerBurgers kiezen vertegenwoordigers die de
politieke beslissing nemen.
Voor- en nadelen van representatieve democratie - correct answerV: Voordelig voor de
organisatie en de mogelijkheid tot specialisering en een manier om machtsmisbruik
tegen te gaan.
N: minder inspraak van de burgers
Directe democratie - correct answerEen vorm waarbij de bevolking zelf de wetten maakt
en de burgers rechtsreeks deelnemen aan de politiek.
Participatieve / deliberatieve democratie - correct answerVorm van democratie waarin
de burger een beleidsbepalende invloed heeft op het bestuur.
Meerderheidsdemocratie - correct answerDe meerderheidsregel zorgt ervoor dat ieder
gelijk wordt behandeld, dit zorgt voor gelijkheid.
Parlementair systeem - correct answer- Systeem van checks & balances
- Meer macht bij minder personen geconcentreerd
- Samenwerking tussen regering en parlement
- Geen strakke scheiding tussen regering en parlement
, Presidentieel systeem - correct answerKenmerkt door de rechtstreekse verkiezing van
de president door de bevolking. (bv. Bij de VS) - strakkere scheiding
De grondwet en de staatsvorm - correct answer1. Gecentraliseerde eenheidsstaat
2. Gedecentraliseerde eenheidsstaat
3. Federale staat / confederatie
4. Federatie of unie van staten
Staatsvorm - correct answerDe wijze waarop de verhoudingen worden geregeld en de
bevoegdheden verdeeld tussen de verschillende overheden.
De grondwet en de staatsvorm: criterium van onderscheid - correct
answerSoevereiniteit
=
Kompetenz-Kompetenz
Gecentraliseerde eenheidsstaat - correct answer1. Soevereiniteit onverdeeld bij
centrale overheid
2. Interne en externe deconcentratie
= geen rechtspersoonlijkheid, hiërarchisch toezicht
Gedecentraliseerde eenheidsstaat - soorten - correct answer1. Territoriale
decentralisatie: algemeen omschreven bevoegdheden, publiekrechtelijke lichamen,
gesteund op politieke vertegenwoordiging
2. Functionele decentralisatie:
Specifiek omschreven bevoegdheden
Organieke autonomie, niet gesteund op politieke vertegenwoordiging.
Gedecentraliseerde eenheidsstaat - kenmerken - correct answer1. Eigen
rechtspersoonlijkheid
2. Administratief toezicht
3. Regels geen kracht van wet
Federale staat - correct answerVerdeling van bevoegdheden tussen geografisch
afgebakende autonome deelstaten.
Federale staat - kenmerken - correct answer1. Basis is de grondwet
2. Deelstaten autonoom maar niet soeverein
- Geen toezicht federale overheid
- Deelstatelijke normen kracht van wet
- Kompetenz-Kompetenz (meer participatie)
Confederatie - correct answerInternationale samenwerking tussen onafhankelijke en
soevereine (lid)staten.
Confederatie - kenmerken - correct answer1. Basis = verdrag