1. Sensomotorische stadium (0-2 jaar) de babytijd
1. Eenvoudige reflexen |(0-1maand) VB: zuigreflex fles.
2. Eerste gewoonten en PRIMAIRE circulaire reacties (1-4 maanden)
VB: baby grijpt een object vast. Staart naar een object.
Bij interesse de activiteit vaker herhalen = schema’s primaire circulaire reacties. VB: 1x duim in de mond = puur
toeval. Bij vaker halen duim in de mond = Primaire circulaire reactie!
3. Secundaire circulaire reacties (4-8 maanden) verlegen hun cognitieve horizon en beginnen te spelen met de
omgeving. VB: kind dat herhaaldelijk de rammelaar in zijn wieg oppakt en er mee rammelt voor het verschillende
geluid ervan. Secundaire circulaire reacties zijn schema’s die betrekking hebben op herhaalde acties die een fijn
resultaat opleveren. In dit stadium gaan baby’s hun stem gebruiken en “omstanders” reageren daarop (Vocalisatie)
VERSCHILPRIMAIRE CIRCULAIRE en SECUNDAIRE CIRCULAIRE REACTIES is dat bij primair de baby het richt op zichzelf
en bij secundair richt op de omgeving/buitenwereld.
4. Coördinatie van secundaire circulaire reacties (8-12maanden)
Baby’s gaan gebeurtenissen coördineren.
Intentioneel gedrag: Gedrag waarbij verschillende schema’s gecombineerd en gecoördineerd worden tot 1 enkele
actie om een probleem op de lossen.
VB: Zodra een baby aan een bepaald door lucht veroorzaakt geluid herkende dat het het einde van de melkfles was
en niet tot de laatste druppel leeg kreeg, duwde hij de fles weg.
Objectpermanentie: Het besef dat mensen en objecten niet ophouden te bestaan, ook al zijn ze onzichtbaar. VB:
Papa heeft de rammelaar voor de baby en speelt ermee. Daarna legt hij hem onder een deken. De baby gaat niet
zoeken naar de rammelaar onder de deken.
5. Tertiaire circulaire reacties (12-18 maanden) schema’s die betrekking hebben op de doelbewuste variatie van
acties die leiden tot gewenst resultaat. Zijn aan het experimenteren met nieuwe objecten en activiteiten. VB: een
speeltje steeds op een andere manier laten vallen. Bij secundaire circulatie wordt het speeltje steeds herhaaldelijk
hetzelfde neergegooid. Bij Tertiaire circulaire reacties wordt het speeltje steeds anders gegooid, dus wordt het
schema van de baby gewijzigd. De wereld is het laboratorium van de baby!
6. Het begin van het denken. (18-24 maanden zijn in staat om zich voor te stellen waar objecten die ze niet zien
zich bevinden. (dingen beredeneren)
Mentale representatie: een innerlijke voorstelling van een gebeurtenis of object.
VB: Als een bal onder de bank rolt kunnen ze voorstellen dat hij onder de bank ligt.
indirecte imitatie: het imiteren van mensen die niet meer in beeld / aanwezig zijn.
1. Eenvoudige reflexen |(0-1maand) VB: zuigreflex fles.
2. Eerste gewoonten en PRIMAIRE circulaire reacties (1-4 maanden)
VB: baby grijpt een object vast. Staart naar een object.
Bij interesse de activiteit vaker herhalen = schema’s primaire circulaire reacties. VB: 1x duim in de mond = puur
toeval. Bij vaker halen duim in de mond = Primaire circulaire reactie!
3. Secundaire circulaire reacties (4-8 maanden) verlegen hun cognitieve horizon en beginnen te spelen met de
omgeving. VB: kind dat herhaaldelijk de rammelaar in zijn wieg oppakt en er mee rammelt voor het verschillende
geluid ervan. Secundaire circulaire reacties zijn schema’s die betrekking hebben op herhaalde acties die een fijn
resultaat opleveren. In dit stadium gaan baby’s hun stem gebruiken en “omstanders” reageren daarop (Vocalisatie)
VERSCHILPRIMAIRE CIRCULAIRE en SECUNDAIRE CIRCULAIRE REACTIES is dat bij primair de baby het richt op zichzelf
en bij secundair richt op de omgeving/buitenwereld.
4. Coördinatie van secundaire circulaire reacties (8-12maanden)
Baby’s gaan gebeurtenissen coördineren.
Intentioneel gedrag: Gedrag waarbij verschillende schema’s gecombineerd en gecoördineerd worden tot 1 enkele
actie om een probleem op de lossen.
VB: Zodra een baby aan een bepaald door lucht veroorzaakt geluid herkende dat het het einde van de melkfles was
en niet tot de laatste druppel leeg kreeg, duwde hij de fles weg.
Objectpermanentie: Het besef dat mensen en objecten niet ophouden te bestaan, ook al zijn ze onzichtbaar. VB:
Papa heeft de rammelaar voor de baby en speelt ermee. Daarna legt hij hem onder een deken. De baby gaat niet
zoeken naar de rammelaar onder de deken.
5. Tertiaire circulaire reacties (12-18 maanden) schema’s die betrekking hebben op de doelbewuste variatie van
acties die leiden tot gewenst resultaat. Zijn aan het experimenteren met nieuwe objecten en activiteiten. VB: een
speeltje steeds op een andere manier laten vallen. Bij secundaire circulatie wordt het speeltje steeds herhaaldelijk
hetzelfde neergegooid. Bij Tertiaire circulaire reacties wordt het speeltje steeds anders gegooid, dus wordt het
schema van de baby gewijzigd. De wereld is het laboratorium van de baby!
6. Het begin van het denken. (18-24 maanden zijn in staat om zich voor te stellen waar objecten die ze niet zien
zich bevinden. (dingen beredeneren)
Mentale representatie: een innerlijke voorstelling van een gebeurtenis of object.
VB: Als een bal onder de bank rolt kunnen ze voorstellen dat hij onder de bank ligt.
indirecte imitatie: het imiteren van mensen die niet meer in beeld / aanwezig zijn.