HOOFDSTUK 1: TANDVERLIES
RISICOFACTOREN VOOR TANDVERLIES
• Etiologie van tandverlies:
– Periodontitis
– Cariës
– Trauma
– Tandheelkundige zorg: orthodontie, endodontie…
– Pijn
– Wijsheidstanden
– Op verzoek van de patiënt
• Risicofactoren van tandverlies:
Leeftijd: – Bij ouderen: een positieve evolutie in het behoud van tanden met het ouder
worden. Van 2004 naar 2008 is de edentatie 10% afgenomen.
– Bij middeljarigen: een negatieve evolutie in het behoud van tanden met het ouder
worden. Dit waarschijnlijk door migratie van mensen uit lagere socio-
economische klassen.
Socio-economische klasse: – Socio-economische klasse is afhankelijk van:
Ø Educatieniveau
Ø Urbanisatie
Ø Marital status
Ø Inkomen
– Hoe lager de socio-economische klasse, hoe groter het aandeel aan personen met
tandverlies.
Geslacht: – Vrouwen verliezen gemiddeld eerder hun tanden, maar het verschil tussen man
en vrouw neemt wel af.
Omgevings- en genetische – Er kan een genetische depositie zijn voor tandverlies.
factoren: – Groot risico op periodontitis van omgevingsfactoren (bv roken).
Mondhygiëne: – Hoe slechter de mondhygiëne, hoe meer kans op tandverlies.
Zorgafhankelijkheid: – Ouderen die in een bejaardentehuis leven/zorgafhankelijk zijn, hebben meer kans
op tandverlies.
Mentale gezondheid: – Hoe slechter de mentale gezondheid, des te meer kans op tandverlies.
1
,GEVOLGEN VAN TANDVERLIES (EN DRAGEN VAN PROTHESE)
Gevolgen van tandverlies en het dragen van een prothese:
Botresorptie Maar ook een beetje botappositie. Dit resulteert in een meer prominente kin en neus.
Tandmigratie De antagonist van de verloren tand zal gaan migreren, op zoek naar antagonistisch contact.
Mucosale lesies Door het dragen van een prothese, vooral ter hoogte van de drukplaatsen van de prothese.
Verlies van smaak Smaak is een combinatie van smaakpapillen, tast, zicht en geur.
De smaakperceptie neemt tijdelijk af maar adapteert na verloop van tijd.
Biomechanische De kauwefficiëntie met een prothese is minder goed dan met alle natuurlijke tanden.
gevolgen
Veranderingen in De verandering in orale spieren is tweezijdig:
orale spieren – Tandverlies ® kauwfunctie neemt af ® spieractiviteit en spierdensiteit nemen af.
– Het dragen van een prothese vereist spiercontrole: spieractiviteit en spierdensiteit nemen
toe. (van tong, m. Genioglossus en m. Mylohyoideus)
Fonetische gevolgen De intra-orale omstandigheden veranderen ® andere luchtflow ® andere articulatie:
– T, d, s, z, n, l en r worden gevormd door de tong en de alveolair kam.
– F en v worden gevormd door de tanden en onderlip.
Pijn en discomfort – Benige uitstulpingkjes.
– Retentie van voedsel onder de prothese.
– Directe mechanische trauma van de n. mentalus of nasopalatinus door de prothese.
– Burning mouth syndrome: brandende sensatie van de tong of orale mucosa.
Psychosociale gevolgen – OHrQoL: Oral Health related Quality of Life.
– Rouwen om de verloren tanden.
– Aanpassen aan een ander zelfbeeld.
VERVANGING VAN VERLOREN GEGANE TANDEN
• Behandelingsopties:
– Geen vervanging van de tanden: Bv volgens het principe van een verkorte tandenboog.
– Kroon plaatsen op de tandwortel of een implantaat.
– Uitneembare prothese: Al dan niet gefixeerd op tanden of implantaten.
2
,KENNEDY CLASSIFICATIE
EXA: Bespreek de Kennedy Classificatie (2016) (2015)
VERSCHILLENDE CLASSIFICATIES
Klasse I: bilateraal vrij-eindigend zadel Klasse II: unilateraal vrij-eindigend zadel
Klasse III: unilaterale booginterruptie Klasse IV: interruptie frontale boog over middellijn
EXTRA INTERRUPTIES
• Extra interrupties:
– Extra interrupties worden genoteerd als modificaties.
– Nummer van interrupties = nummer van modificaties.
Kennedy klasse II, modificatie 1 Kennedy klasse II, modificatie 3
3
, HOOFDSTUK 2: BOTREMODELLATIE IN DE KAAK
BOTREMODELLATIE
• Cellen in het bot:
Osteoblasten: - Produceren botmatrix: osteoïd.
- Secreteren factoren die mineraalafzetting faciliteren.
Osteocyten: - Inactieve osteoblasten die ingesloten zijn door gemineraliseerd bot.
- Heeft cytoplasmatische uitlopers.
- Fungeren als mechanoreceptoren voor mechanische belasting.
- Secreteren matrixmoleculen.
Aflijnende cellen van - Liggen onder het periosteum.
het botoppervlak: - Communiceren met osteocyten.
- Ze voelen vloeistofstromen in het bot aan en kunnen daaruit afleiden of het bot aan het
remodelleren is.
Osteoclasten: - Grote, meerkernige cellen.
- Secreteren factoren die de botmatrix oplossen ® botresorptie.
• Bot modellatie: Het ontkoppelde proces van botvorming of botresorptie.
Bot remodellatie: Het gekoppelde proces van botvorming en botresorptie.
De botremodeling unit is actief in de proc. aleolaris als de tand verwijderd wordt. Er zullen
factoren vrijkomen die bloedplaatjes aantrekken.
Aan de kop van de unit zitten osteoclasten die het bot afbreken.
Aan de staart van de unit zitten osteoblasten die met de vrijgekomen mineralen nieuw bot
aanmaken.
• Stimuli bot remodellatie:
– Onder invloed van metabole factoren:
Ø De calciumvoorraad.
Ø Hormonen/groeifactoren: bv PTH, vitD, calcitonine, groeihormoon…
– Onder invloed van mechanische factoren:
Ø Elke verandering in de vorm en functie van de botten, of van hun functie alleen, wordt gevolgd door bepaalde
welomlijnde veranderingen in hun interne architectuur en even duidelijk secundaire veranderingen in hun
externe conformatie, in overeenstemming met wiskundige wetten." (Wet van Wolff)
Ø Bij geen belasting: botafname.
Ø Bij milde belasting: bottoename.
Ø Bij pathologische overbelasting: botfractuur.
• Effect van belasting op tanden en op implantaten:
– Tanden/implantaten die zwaar belast worden, leiden tot botvorming. J (contra-intuïtief)
– Tanden/implanten die zwaar belast worden, maar ontstoken zijn, leiden tot botafbraak.
4