Hoofdstuk 4
Aardbevingen
Aardbevingen in Californië worden veroorzaakt door
het langs elkaar heen schuiven van de Pacifsche plaat
en de Nood-Amerikaanse plaat, de grens is de San
Andreasbreuk: een transforme breuk
- De San Andreasbreuk bestaat uit grote en
kleine breuklijnen
Wanneer de opgebouwde spanning te
groot wordt, ontstaat een aardbeving
Gebergten die ontstaan in gebieden met sterke breukactvitet, worden
breukgebergten genoemd
- Een zware aardbeving is het belangrijkste gevaar in Californië, de kans op een
natuurramp is groot
- Dagelijks worden in Californië veel kleine aardbevingen gemeten op de schaal van
Richter, vanaf kracht 5 is er kans op schade
In 1906 vond in San Francisco een aardbeving plaats met een kracht van 7,8
op de schaal van Richter, de maximale verschuiving tussen de platen was 6
meter
Er waren veel slachtofers en economische schade als gevolg
Er zijn directe en indirecte gevaren bij een aardbeving
- De economische schade aan gebouwen en infrastructuur is een direct gevaar
- Lawines van zand, puin en modder op hellingen en tsunami’s zijn een indirect gevaar
omdat deze gevolgen van een aardbeving brand en uitval van stroom kunnen
veroorzaken dat leidt tot grote economische schade
Het omgaan met risico’s door het inschaten van de kans op een natuurramp, de eventuele
schade en de maatregelen die nodig zijn, wordt natural hazard management genoemd
- De overheid, bedrijven, bewoners en verzekeraars kunnen hierin een rol spelen