Bewustzijn: de toestand waarin iemand besef heef an zichzelf en de buitenwereld.
Met onderscheid hierbij:
- De inhoud: waarnemen, denken, ge oelens (wordt bepaald door act iteit an de
hersenschors)
- De helderheid: wakker, alert (wordt gereguleerd anuit de hersenstam)
Beide aspecten kunnen onafankelijk an elkaar erstoord zijn.
Medisch gezien: het bestuderen an de toestand waarin het afwezig is, coma
De hersenstam:
3 delen:
A. Medulla oblongate ( erlengde merg)
B. Pons
C. Mesencephalon (middenhersenen)
Functies:
1. Hartregulate centrum
2. Vasomotorische centrum
3. Ademahling centrum
4. Temperatuurregelate centrum
5. Braakcenrtrum
6. Horizontale blikcentrum
Hypothalamus: handha en an de homeostase in het lichaam
Belangrijke kernen hier zijn: honger, dorst, biologische klok, erzadiging, temperatuur, seks
Limbische systeem
Bestaat uit delen an:
1. Thalamus
2. Hypothalamus
3. Hersenschors (corpus amygdaloideumans andel ormige kern)
4. Hippocampus
Functes:
- Onbewust, instnctef gedrag
- Emotes en stemmingen met de lichamelijke reactes daarop:
Hartslag, bloeddruk, ademhaling, pupilgroote, doorbloeding an de huis en zweetproducte
Formatio reticularis: opstijgende en afddalende bannen
ARAS: Ascenderende Retculaire
Act eringssysteem
DRAS: Descenderende Retculaire
Act eringssysteem
Afferent sensorische neuronen (naar het CZS)
Efferent motorische neuron ( anaf het CZS)
, Bewustzijn en de hersenstam: hersenstam heef belangrijke rol bij de helderheid an het bewustzijn.
Bij proefddieren:
- Stmulate ARASDDRAS bij een slapend dier doet het dier ontwaken
- Stmulate an ARASDDRAS bij een niet-slapend dier roept alertheidsreacte op
- Laesies (schade) an het systeem leiden tot een blij ende toestand an niet-reageren.
Thalamus: maakt selecte an alle binnen komende aferent prikkels, zodat een mens zich goed kan
concentreren bij belangrijke zaken. Schakelcentrum naar de cortex
Oorzaken van bewustzijnsstoornissen:
- Anatomische en metabole afwijkingen an het hersenparenchym
- Stoornissen an de cerebrale bloeddoorstroming
- Stoornissen an de liquorcirculate
Metabole aspecten van bewustzijn
- Per dag 100-120 gram glucose
- (hersenen hebben an alle organen het hoogste energiegebruik)
- Ze hebben geen energie oorraad
- Dus een erlaagde perfusiedruk ( erplaatsen an lucht) is een probleem
Cerebrale doorbloeding
- 15-20% an CO (cardiac output)
- In de grijze stof de bloeddoorstroming 3-4x hoger dan in de wite stof. En zeker in de acte e
gebieden an de hersenen.
Cerebrale autoregulatie:
De CFB (Cerebral Blood Flow) wordt constant gehouden en is in de normale situate onafankelijk
an de systemische bloeddruk:
- Stjgt de bloeddruk - arterinn asoconstricte
- Daalt de bloeddruk - arterinn asodilatate
- Chemische regulate: erhoogd CO2 en erlaagd O2 - asodilatate
COMA:
1. Coma door structurele laesies van het CZS
- Primaire laesie: door infarct, kleine takje an de a. basilaris
- Secundaire laesie: door RIPD inklemming bo en het tentorium (tumor, hersenbloeding,
oedeem, te hoge druk.
Dus pathologische veranderingen in de thalamus & ARAS. Verstoring van het bewustzijn
Samenvattend leidend structurele laseies in het CZS tot coma wanneer:
1. de thalamus of de formato retcularis in de hersenstam primair worden aangetast
2. de formato retcularis secundair wordt gelaedeerd door druk an buitenaf RIP
3. er een liquor af loedbelemmering is
4. er uitgebreide cortcale laesie optreden zoals bij een encefalits of bij een te geringe
perfusiedruk
2. Coma door metabole stoornissen in en buiten het CZS (metabole encefalopathie)
Hypoglykemie, hypoxisch, leverinsufcicnte, nierinsufcicnte, longfunctestoornissen,
exogene neurotoxische, stoornissen in de osmolariteit en het ionenevenwicht
Oorzaken verslaving:
- Neurobiologische factoren
Verslaving is een hersenziekte met een pathogenese in twee hersencircuits:
1. Beloningsgerichte gedrag
2. Functies in de zelfdcontrole