Pathologie van de circulatie
Circulatiesysteem = bloed + hart (pomp) + arteriële circulatie (bloeddistributie) + veneuze systeem
(bloedcollectie)
OEDEEM
Oedeem = vocht in de weefsels (blijft normaal in de bloedbaan door osmotische druk -> wordt daar
gehouden door albumine), albumine vermindert -> vocht uit de bloedbaan
Kenmerk: dikke buik (arme landen) -> geen eten = geen albumine -> vocht stroomt in buikholte
Cellen: macrofagen, mastcellen en fibroblasten
Grondsubstantie: bindt water chondroitine sulfaat, keratan sulfaat en hyaluronaat
Fysische factoren die waterhuishouding regelen:
1. Intact circulatiestelsel:
Lipofiele substanties door membranen
Grote geladen moleculen via transportmechanismen -> transport door
endotheelcellen in microvesikels
Water en kleine moleculen door poriën tussen endotheel -> volgen
concentratiegradiënt
Grote moleculen zoals eiwitten (albumine) en cellen, in de bloedbaan
2. Normaal lymfevatenstelsel -> lymfevaten kunnen geblokkeerd raken
3. Concentratie albumine in serum
Abnormale vloeistofdistributie: onevenwicht tussen intracellulair en interstitiële compartimenten
Ontsteking en wijzigingen in plasmavolume -> tijdelijke verstoring evenwicht
Hypervolemie = celzwelling (te veel vocht)
Hypovolemie = celkrimping (te weinig vocht)
Drukbalans tussen arteriën en venen -> verschillende drukken:
Osmotische druk
Veneuze druk
Hydrostatische druk
Types:
Lokaal oedeem: verminderde afvoer lymfevat of obstructie veneuze bloedvloei vb: na
chirurgie of bij tumoren
Gegeneraliseerd oedeem = over heel het lichaam: concentratie plasma eiwit daalt beneden
5% vb: ondervoeding, chronisch bloedverlies, eiwitverlies langs urine bij bevalling
Macroscopische kenmerken:
Vochtopstapeling in weefsels
Indrukken huid -> putje blijft staan
Meestal in laagst gelegen delen (zwaartekracht)
Vocht wordt in open ruimten gedrukt: longoedeem, hydrothorax, hydropericard,
hydroperitoneum
, BLOEDING
Oorzaak: afwijking bloedvaten door aangeboren of verworven defecten:
Erosie vaatwand door ontstekingsproces, tumor of degeneratie vb: aorta ruptuur, invasie
carcinoma in bloedvatwand …
Afwijking elastine en collageen -> verlies stevigheid aortawand vb: congenitale
aandoeningen, vitamine C deficiëntie (vit c nodig om vaatwanden stevig te houden)
Afwijkingen aan endotheel -> puntbloedingen = rode bloedcellen die uit de bloedbaan komen = heel
gevaarlijk
Oorzaken thrombocytopenie (= te weinig bloedplaatjes) of abnormale functie bloedplaatjes:
Verminderde productie (radiatie therapie, chemotherapie, virale aandoeningen..)
Toegenomen destructie (autoimmunehemolytische anemie)
Toename gebruik bij chronische bloeding of DIC (=overal in het lichaam kleine stolsels
waardoor bloedplaatjes op geraken -> stollingsstoornis door te hoog verbruik)
Aangeboren afwijkingen bloedplaatjes door defect glycoproteïne
Toediening aspirine -> verminderde bloedplaatjes aggregatie (oude mensen bewegen niet
veel, nemen aspirine waardoor de bloedstolling verminderd -> wond zal niet stoppen met
bloeden in eerste 6 dagen)
Oorzaken stollingsstoornissen:
Congenitaal (aangeboren)
Toxines
Verminderde productie door chronische leverziekten
Types bloedingen:
1. Hematoom: grote bloeding na trauma -> gevolg afh snelheid, locatie, volume verloren bloed
2. Petechiën: kleine bloedingen, puntvormig
3. Ecchymosen: kleine bloedingen op 1 plaats, onregelmatig
purpura: kleine ecchymosen over heel het lichaam
4. Melena: bloeding in darmlumen, dik zwart bloed
Kleur verandert over tijd doordat hemoglobine wordt afgebroken -> geel afbraakproduct (cfr blauwe
plekken)
Circulatiesysteem = bloed + hart (pomp) + arteriële circulatie (bloeddistributie) + veneuze systeem
(bloedcollectie)
OEDEEM
Oedeem = vocht in de weefsels (blijft normaal in de bloedbaan door osmotische druk -> wordt daar
gehouden door albumine), albumine vermindert -> vocht uit de bloedbaan
Kenmerk: dikke buik (arme landen) -> geen eten = geen albumine -> vocht stroomt in buikholte
Cellen: macrofagen, mastcellen en fibroblasten
Grondsubstantie: bindt water chondroitine sulfaat, keratan sulfaat en hyaluronaat
Fysische factoren die waterhuishouding regelen:
1. Intact circulatiestelsel:
Lipofiele substanties door membranen
Grote geladen moleculen via transportmechanismen -> transport door
endotheelcellen in microvesikels
Water en kleine moleculen door poriën tussen endotheel -> volgen
concentratiegradiënt
Grote moleculen zoals eiwitten (albumine) en cellen, in de bloedbaan
2. Normaal lymfevatenstelsel -> lymfevaten kunnen geblokkeerd raken
3. Concentratie albumine in serum
Abnormale vloeistofdistributie: onevenwicht tussen intracellulair en interstitiële compartimenten
Ontsteking en wijzigingen in plasmavolume -> tijdelijke verstoring evenwicht
Hypervolemie = celzwelling (te veel vocht)
Hypovolemie = celkrimping (te weinig vocht)
Drukbalans tussen arteriën en venen -> verschillende drukken:
Osmotische druk
Veneuze druk
Hydrostatische druk
Types:
Lokaal oedeem: verminderde afvoer lymfevat of obstructie veneuze bloedvloei vb: na
chirurgie of bij tumoren
Gegeneraliseerd oedeem = over heel het lichaam: concentratie plasma eiwit daalt beneden
5% vb: ondervoeding, chronisch bloedverlies, eiwitverlies langs urine bij bevalling
Macroscopische kenmerken:
Vochtopstapeling in weefsels
Indrukken huid -> putje blijft staan
Meestal in laagst gelegen delen (zwaartekracht)
Vocht wordt in open ruimten gedrukt: longoedeem, hydrothorax, hydropericard,
hydroperitoneum
, BLOEDING
Oorzaak: afwijking bloedvaten door aangeboren of verworven defecten:
Erosie vaatwand door ontstekingsproces, tumor of degeneratie vb: aorta ruptuur, invasie
carcinoma in bloedvatwand …
Afwijking elastine en collageen -> verlies stevigheid aortawand vb: congenitale
aandoeningen, vitamine C deficiëntie (vit c nodig om vaatwanden stevig te houden)
Afwijkingen aan endotheel -> puntbloedingen = rode bloedcellen die uit de bloedbaan komen = heel
gevaarlijk
Oorzaken thrombocytopenie (= te weinig bloedplaatjes) of abnormale functie bloedplaatjes:
Verminderde productie (radiatie therapie, chemotherapie, virale aandoeningen..)
Toegenomen destructie (autoimmunehemolytische anemie)
Toename gebruik bij chronische bloeding of DIC (=overal in het lichaam kleine stolsels
waardoor bloedplaatjes op geraken -> stollingsstoornis door te hoog verbruik)
Aangeboren afwijkingen bloedplaatjes door defect glycoproteïne
Toediening aspirine -> verminderde bloedplaatjes aggregatie (oude mensen bewegen niet
veel, nemen aspirine waardoor de bloedstolling verminderd -> wond zal niet stoppen met
bloeden in eerste 6 dagen)
Oorzaken stollingsstoornissen:
Congenitaal (aangeboren)
Toxines
Verminderde productie door chronische leverziekten
Types bloedingen:
1. Hematoom: grote bloeding na trauma -> gevolg afh snelheid, locatie, volume verloren bloed
2. Petechiën: kleine bloedingen, puntvormig
3. Ecchymosen: kleine bloedingen op 1 plaats, onregelmatig
purpura: kleine ecchymosen over heel het lichaam
4. Melena: bloeding in darmlumen, dik zwart bloed
Kleur verandert over tijd doordat hemoglobine wordt afgebroken -> geel afbraakproduct (cfr blauwe
plekken)